Wie lezen er?

Het leespubliek bestaat hoofdzakelijk uit ouderen, vrouwen en hoger opgeleiden. Vrouwen lezen vooral meer fictie, hoger opgeleiden meer fictie én non-fictie.

Generatie en geslacht

De persoonsverschillen in leestijd van de Nederlandse bevolking zijn het grootst voor generatie en geslacht. In vergelijking met een jongere tussen de 12 en 19 jaar (1,5 uur per week), besteedt een 65-plusser in 2005 (7,5 uur per week) ongeveer vijf keer zoveel tijd aan gedrukte media. Vrouwen investeren in 2005 weer haast een kwart meer tijd in lezen dan mannen (4,2 tegenover 3,4 uur per week) (SCP, 2010).

Het leeftijdsverschil is het grootst voor de tekstsoort kranten, gevolgd door boeken en tijdschriften. Het sekseverschil komt geheel voor rekening van boeken, en wel van de twee genrecategorieën ‘spannend en romantisch’ en ‘literair’. Vrouwen (1,4 uur per week) besteden aan deze verhalende genres ongeveer twee keer zoveel tijd als mannen (0,7 uur per week), terwijl hun leestijd van informatieve boeken gelijk is (0,2 uur per week) (SCP, 2010).

Het sekseverschil bij de spannende en romantische boeken zit waarschijnlijk vooral in het deel ‘romantisch’. Uit het consumentenonderzoek van januari 2012 blijkt namelijk dat vrouwen wel vaker literaire boeken en liefdesverhalen lezen dan mannen, maar dat ze ongeveer even vaak thrillers en detectives lezen. Ook de streekroman is onder vrouwen meer in trek. De enige verhalende genres die onder mannen meer populariteit genieten, zijn oorlogs- en verzetsboeken en science fiction. Overigens lezen mannen volgens het consumentenonderzoek wél vaker informatieve boeken dan vrouwen (Stichting Marktonderzoek Boekenvak/Intomart GfK, 2012).

Samengevat: de typische verhalenlezer is een wat oudere vrouw, de typische informatielezer een wat oudere man.

Klik hier om te vergroten

Klik hier om te vergroten

Opleiding

Hoger opgeleide Nederlanders (universiteit, hbo) onderscheiden zich in hun tijdsbesteding aan boeken nauwelijks van lagere opleidingsniveaus (mbo, vmbo). Dit beeld wordt echter vertekend doordat de oudere generaties vaker en langer lezen, terwijl zij over het algemeen minder goede diploma's bezitten dan de jongere generaties. Wordt dit leeftijdsverschil buiten beschouwing gelaten, dan blijken hoger opgeleiden in 2005 wel degelijk meer tijd te besteden aan boeken dan lager opgeleiden (SCP, 2010).

Het opleidingsverschil zit zowel in fictie als in non-fictie, zo blijkt uit het consumentenonderzoek. Hoger opgeleiden lezen vaker verhalende boeken in de genres literair en romantisch, terwijl thrillers en detectives in nagenoeg dezelfde mate worden gelezen. Streekromans zijn onder lager opgeleiden wél meer in trek. Hoger opgeleiden blijken daarnaast vaker informatieve boeken en dag- en nieuwsbladen te lezen (Stichting Marktonderzoek Boekenvak/Intomart GfK, 2012).

Samengevat: de typische lezer is een hoger opgeleide, wat oudere vrouw.

  • print