Leesattitude kinderen
De leesattitude van Nederlandse basisscholieren is positief, die van middelbare scholieren schommelt tussen negatief en neutraal. Als kinderen ouder worden, gaan ze lezen als minder leuk beschouwen. Ze hechten meer waarde aan digitale dan aan gedrukte media.
Internationaal onderzoek
Nederlandse 15-jarige middelbare scholieren hebben in vergelijking met leeftijdgenootjes uit andere landen een negatieve houding tegenover het lezen. Op de index voor de leesattitude in het internationale leesvaardigheidsonderzoek PISA 2009, die stellingen meet zoals 'lezen is één van mijn favoriete hobby's' en 'voor mij is lezen tijdverlies', bungelt Nederland helemaal onderaan de lijst van de 65 deelnemende landen, met een score van -0,32 (De Meyer & Warlop, 2010).
Van de Nederlandse 10-jarige basisscholieren in het internationale leesvaardigheidsonderzoek PIRLS 2006 heeft 39% een positieve, 45% een gemiddelde en 16% een negatieve leesattitude. Internationaal liggen deze percentages voor de veertig deelnemende landen op achtereenvolgens 49%, 44% en 8%. Er is dus een kleiner percentage Nederlandse leerlingen met een positieve leesattitude, en een groter percentage met een negatieve leesattitude. Ten opzichte van 2001 wordt er voor Nederland bovendien een significante achteruitgang gemeld (Mullis, O. Martin, Kennedy & Foy, 2007).
Nederlandse leerlingen scoren dus relatief slecht op de leesattitude, terwijl ze, met een tiende plaats op de internationale ranglijst van zowel PISA als PIRLS, relatief goed scoren op leesvaardigheid.
Nationaal onderzoek
Het beeld dat uit Nederlands onderzoek onder middelbare scholieren naar voren komt, is niet veel rooskleuriger. Stalpers (2007) rapporteert dat 44% een positieve, 28% een neutrale en 28% een negatieve leesattitude heeft. Bij Stokmans (2007) ligt het gemiddelde iets boven het middelpunt van de schaal, wat duidt op een neutrale houding tegenover het lezen.
Als kinderen ouder worden, vermindert hun plezier in het lezen. Halverwege de basisschool noemt 60% van de leerlingen volgens het Cito PPON onderzoek van 2005 lezen nog 'leuk'; tegen het eind van de basisschool is dat teruggelopen tot ongeveer de helft (Heesters, Van Berkel, Van der Schoot & Hemker, 2007). Ten opzichte van 13- tot 17-jarigen beschouwen 7- tot 12-jarigen lezen vaker als een hobby, terwijl de oudere groep lezen juist vaker saai noemt. In de ogen van tieners is lezen vooral een verplichte activiteit voor school (CHOICE, 2010).



