Literatuuronderwijs

De leesbeleving is in de vrije tijd positiever dan op school. Literatuuronderwijs dat het leesplezier en de leeservaring van leerlingen centraal stelt, werkt positief door in zowel de leesattitude als de leesfrequentie op latere leeftijd.

Maakt het voor de leesbeleving uit of er gelezen wordt in de vrije tijd of op school? Bij leerlingen in de bovenbouw van de havo en het vwo blijkt dat inderdaad het geval. Zij lezen in hun vrije tijd meer om zich te ontspannen dan op school. Ook genieten ze in hun vrije tijd meer van de spanning van het plot, leven ze intenser mee met de personages, en maken ze zich een levendigere voorstelling van het verhaal. Dit alles geldt in sterkere mate voor meisjes dan voor jongens. Al met al wordt lezen in de vrije tijd als prettiger ervaren. Als het literatuuronderwijs bij dat gegeven probeert aan te haken, bestaat de kans dat het verplichte lezen op eenzelfde positieve manier beleefd wordt (Schram, 2007).

Leerlinggericht literatuuronderwijs heeft een positiever effect op de ontwikkeling van de leesattitude dan canongericht literatuuronderwijs. Onderzoek uit de jaren tachtig wijst uit dat ruim twee derde van de leerlingen aan het eind van de middelbare school een hekel heeft aan het lezen van literatuur voor de lijst. Onderzoek uit de jaren negentig laat een positiever beeld zien, mits het aantal verplichte boeken niet te hoog ligt en mits er aandacht is voor het leesplezier en de persoonlijke leeservaring van leerlingen. Onderzoek uit de jaren nul toont aan dat een docent die met zijn boekadviezen en lesmateriaal probeert aan te sluiten bij leerlingen, hun houding tegenover het lezen stimuleert. 87% van de onderzochte leerlingen verliet de middelbare school met een positieve leesattitude en 33% was zelfs uitermate enthousiast over het lezen van literatuur (Witte, Rijlaarsdam & Schram, 2008).

Het soort literatuuronderwijs dat is genoten heeft, via de leesattitude, ook weer een positief effect op de leesfrequentie. Middelbare scholieren die leerlinggerichte lessen kregen, blijken op latere leeftijd meer literaire boeken te lezen dan hun generatiegenoten in een canongerichte literatuurklas. De aandacht voor het leesplezier en de leeservaring van de leerling pakt dus gunstig uit voor de leesfrequentie (Verboord, 2002).

  • print