Welke kinderen vinden lezen leuk?

Meisjes vinden lezen leuker dan jongens. Het ervaren van emoties is voor hen een belangrijkere drijfveer om te lezen. Allochtone leerlingen beleven meer plezier aan lezen dan autochtone leerlingen. Hoe hoger het onderwijsniveau, hoe positiever de leesattitude.

Sekse

15-jarige jongens hebben volgens PISA minder plezier in lezen dan meisjes van die leeftijd. Deze kloof geldt voor het totaal van alle 65 deelnemende landen, maar is voor Nederland relatief het grootste: de score op de leesattitude-index van jongens is -0,66, die van meisjes 0,02. Waar jongens liever kranten en strips lezen, hebben meisjes een voorkeur voor verhaalboeken en tijdschriften (Gille, Loijens, Noijons & Zwitser, 2010; OECD, 2011).

Uit nationaal onderzoek komt naar voren dat de leesattitude van jongens in zowel het basis- als het voortgezet onderwijs negatiever is dan die van meisjes. Naarmate kinderen ouderen worden, verslechtert de attitude voor beide geslachten in dezelfde mate (Tellegen & Frankhuisen, 2002; Stokmans, 2009).

Jongens en meisjes hebben verschillende beweegredenen om te lezen. De leesmotivatie van jongens vloeit voort uit hun honger naar kennis en informatie, die van meisjes uit de behoefte hun stemming te beïnvloeden. Als jongens lezen voor dat doel, zijn ze vooral op zoek naar spanning en opwinding. Meisjes lezen daarnaast om hun verveling te bestrijden, om zich rustig te voelen, om afleiding te zoeken of om hun eenzaamheid te verlichten. Dit sekseverschil geldt voor het voortgezet onderwijs en, in mindere mate, voor het basisonderwijs (Tellegen & Frankhuisen, 2002).

Etniciteit

Allochtone middelbare scholieren hebben een positievere houding tegenover het lezen dan autochtone middelbare scholieren. Het verschil blijft beperkt tot de zogeheten utilitaire attitude: de baat die iemand bij het lezen denkt te hebben, bijvoorbeeld voor zijn professionele loopbaan. Er is geen significant effect gevonden voor de hedonistische attitude, die het verwachte plezier en genot meet. Allochtone leerlingen beschouwen het lezen dus vooral als nuttiger dan autochtone leerlingen (Stokmans, 2009).

Opleiding

Hoe hoger het schoolniveau, hoe positiever de leesattitude. Nederlandse 15-jarige vwo-leerlingen hebben volgens PISA 2009 het meeste plezier in lezen, gevolgd door hun leeftijdgenootjes op de havo en het vmbo. Binnen het vmbo is er ook weer een verschil tussen de leerwegen. Scholieren in de gemengde en theoretische leerweg scoren het meest positief op leesattitude, gevolgd door hun leeftijdgenootjes in de kaderberoepsgerichte en de basisberoepsgerichte leerweg (Gille, Loijens, Noijons & Zwitser, 2010).

De positievere leesattitude van leerlingen op een hoger schoolniveau geldt alleen voor de hedonistische component, die lezen voor het plezier meet. Lager opgeleiden scoren juist hoger op de utilitaire component: ze beschouwen lezen als nuttiger (Stokmans, 2007).

In relatie tot andere media

Vmbo-leerlingen in de kader- en basisberoepsgerichte leerweg blijken gedrukte media zelfs vrijwel uitsluitend te gebruiken voor school, of om informatie te vergaren (utilitaire attitude of extrinsieke motivatie). Als ze zich willen ontspannen, gaat hun voorkeur juist uit naar digitale media (hedonistische attitude of intrinsieke motivatie). Dit komt doordat contacten met vrienden en familie in hun dagelijks leven zo’n belangrijke plaats innemen. Computers, smartphones en sociale media lenen zich beter voor deze functie dan boeken, kranten en tijdschriften (Kruistum, Leseman & De Haan, 2009).

 

Jongens in de kader- en basisberoepsgerichte leerweg maken vooral gebruik van digitale media. De voorkeuren van meisjes zijn meer gespreid. Zij verdelen hun aandacht over de computer, het boek en face-to-face contacten. Beide geslachten gebruiken vooral digitale media voor hun plezier, al zetten meisjes ze relatief vaker in voor school en informatievergaring (Unlusov, De Haan, Leseman & Van Kruistum, 2010).

  • print