Invloed vrij lezen

Wie vaak voor het plezier leest, wordt een steeds vaardiger lezer, en gaat als gevolg daarvan weer vaker lezen. Het positieve effect van dit 'vrij lezen' gaat zowel op voor de vrije als voor de schoolse tijd. Nederlandse scholieren besteden internationaal gezien weinig tijd aan lezen voor hun plezier.

Vrije tijd

De leesfrequentie en de leesvaardigheid blijken elkaar over en weer te beïnvloeden. Vaardige lezers beleven meer plezier aan het lezen van boeken, waardoor ze vaker lezen in hun vrije tijd. Dat zorgt er weer voor dat hun woordenschat en tekstbegrip toenemen. Vervolgens maakt deze stijgende leesvaardigheid weer dat ze regelmatiger gaan lezen.

Klik hier om te vergroten

Een meta-analyse van 99 internationale leesvaardigheidstudies (Mol, 2010) levert bewijs voor deze positieve spiraal: het effect van lezen in de vrije tijd groeit met elk leer- en levensjaar. Zo verklaart boeken lezen 12% van de woordenschat van peuters en kleuters, 13% van basisscholieren in de middenbouw, 19% van basisscholieren in de bovenbouw en middelbare scholieren in de onderbouw, 30% van middelbare scholieren in de hogere klassen en 34% van studenten op hogeschool en universiteit. Een kleiner oplopend effect is er voor leesbegrip, terwijl de percentages voor technische vaardigheden (basisleesvaardigheid, technisch lezen, spelling) gelijkmatig blijven gedurende de schoolloopbaan – de positieve spiraal geldt dus vooral voor het begrijpend lezen.

 

Effectgroottes voor vrij lezen per onderdeel van leesvaardigheid

 

peuters en kleuters

basis- en middelbare scholieren

studenten hoger onderwijs

 

aantal studies

verklarend percentage

aantal studies

verklarend percentage

aantal studies

verklarend percentage

woordenschat

12

12%

18

19%

18

34%

leesbegrip

 

 

21

13%

11

17%

basisleesvaardigheid

8

8%

18

5%

6

6%

technisch lezen

 

 

24

14%

9

12%

spelling

 

 

9

18%

14

16%

intelligentie

 

 

8

2%

6

3%

academisch succes

 

 

 

 

10

9%

 

De spiraal werkt ook omgekeerd: minder vaardige lezers zullen minder lezen, waardoor ze de kans lopen om leesproblemen te ontwikkelen. Dat leidt er weer toe dat ze minder gaan lezen. Mol (2010) waarschuwt voor het zogeheten Matthew-effect: de kloof in leesvaardigheid tussen hoogfrequente en laagfrequente lezers wordt gedurende de levensloop steeds breder. Lichtpuntje is volgens Mol (2010) dat ook de minder vaardige lezers hun leesvaardigheid kunnen verbeteren als ze lezen in hun vrije tijd.

Vrij lezen leidt ook tot betere schoolprestaties. Basisscholieren in groep 8 die regelmatig een boek lezen in hun vrije tijd, behalen hogere scores op het Cito-toetsonderdeel taal. Dit heeft weer tot gevolg dat ze ook betere Cito-resultaten boeken op de onderdelen wiskunde, studievaardigheden en wereldoriëntatie. Het positieve effect van lezen in de vrije tijd is het grootst bij boeken met een hoog niveau (gemeten als de leeftijdsindicatie op boeken). Het gebruik van andere media, zoals internetten, televisie kijken en gamen, vertoont juist een negatief verband met de Cito-scores (Kortlever & Lemmens, 2012).

Schooltijd

De positieve invloed van lezen voor het plezier op de leesvaardigheid geldt niet alleen voor de vrije tijd. Kinderen die op school ‘vrij lezen’ – uit een boek naar eigen keuze, en zonder opdrachten en boekverslagen – scoren in 51 van de 54 studies in een meta-analyse even goed of zelfs beter op tekstbegrip dan kinderen die dit op school niet doen. Het gunstige effect van vrij lezen wordt sterker naarmate het gedurende een langere periode gebeurt: programma’s die meer dan een jaar lopen, zorgen vrijwel zonder uitzondering voor hogere scores op tekstbegrip. Vrij lezen is ook effectief voor andere onderdelen van de leesvaardigheid, zoals de ontwikkeling van de woordenschat, grammatica en schrijven (Krashen, 2004).

Klik hier om te vergroten

PISA en PIRLS

De praktijk is weerbarstig: Nederlandse 15-jarigen lezen in vergelijking met leeftijdsgenootjes uit andere landen weinig voor hun plezier in de vrije tijd. Bijna de helft geeft aan dit nooit te doen, tegen 37% internationaal. Ook uit PISA komt een sterk verband naar voren tussen de leesvaardigheid en de leesfrequentie, want de Nederlandse niet-lezers presteren met 478 punten zwaar onder het gemiddelde van 508 punten. Een minimale vrijetijdsbesteding aan lezen helpt al om de leesprestaties omhoog te krijgen: het verschil in leesvaardigheid tussen leerlingen die niet lezen en die een half uur of minder lezen is groter dan het verschil tussen leerlingen die een half uur of minder lezen en die een uur tot meer dan twee uur lezen in de vrije tijd (OECD, 2011).

Nederlandse 10-jarigen blijken volgens PIRLS in 2006 significant minder vaak te lezen in hun vrije tijd dan in 2001 (Mullis, O. Martin, Kennedy & Foy, 2007).

  • print