Laaggeletterdheid
De laaggeletterdheid in Nederland vertoont met één op de zeven tieners en één op de tien volwassenen een stabiel niveau. Laaggeletterden zijn vooral te vinden onder leerlingen in de laagste onderwijsniveaus, lager opgeleiden en werklozen.
Kinderen
De laaggeletterdheid onder middelbare scholieren stabiliseert zich weer, na een sterke stijging. Volgens PISA is in 2009 14,3% van de 15-jarige leerlingen laaggeletterd, tegen 15,1% in 2006. In 2003 ging het nog om 11,3%. Nederland scoort in 2009, net als in de eerdere PISA-metingen, onder het internationale gemiddelde dat ligt op 17,7%. Van de 15-jarigen die praktijkonderwijs of de basisberoepsgerichte stroming van het vmbo volgen, is de helft laaggeletterd. Dit geldt ook voor de eerste twee leerjaren van het vmbo (Gille, Loijens, Noijons & Zwitser, 2010).
Laaggeletterdheid komt op de hogere schoolniveaus niet tot nauwelijks voor. Van de vwo-leerlingen is bijna 40% juist hooggeletterd. Zij scoren in de hoogste PISA-categorieën voor leesvaardigheid. Het totale aandeel 15-jarige hooggeletterden in Nederland ligt op 9,8%, een lichte stijging ten opzichte van rond de 9% in zowel 2003 als 2006. Nederland scoort daarmee, net als in de eerdere PISA-metingen, boven het internationale gemiddelde dat ligt op 7,6% (CBS, 2011).
Laaggeletterdheid komt vaker voor onder 15-jarige leerlingen van allochtone afkomst. 1e generatie allochtonen in Nederland scoren met 26,2% het laagst op leesvaardigheid, gevolgd door de 2e generatie met 17% en autochtonen met 12,4%. Het verschil tussen de etnische achtergronden in Nederland is internationaal gezien relatief klein (Gille, Loijens, Noijons & Zwitser, 2010).
Volwassenen
Eén op de tien Nederlanders tussen de 16 en 65 jaar is laaggeletterd. Hun aandeel in de bevolking is nagenoeg onveranderd tussen 1994 (10,4%, International Adult Literacy Survey) en 2008 (10,6%, Adult Literacy and Life Skills Survey). Nederland presteert internationaal goed. Van de elf landen in de Adult Literacy and Life Skills Survey heeft alleen Noorwegen minder laaggeletterden. Overigens is Nederland ook één van de weinige landen die er niet in zijn geslaagd in deze periode de laaggeletterdheid significant terug te brengen (Fouarge, Houtkoop & Van der Velden, 2011).
Laaggeletterdheid komt vooral voor onder vrouwen, ouderen, lager opgeleiden, allochtonen uit de eerste generatie en werklozen. Er is geen sprake van een digitale kloof: van de laaggeletterden heeft 90% thuis een computer met internetaansluiting (Fouarge, Houtkoop & Van der Velden, 2011).



