Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Activiteiten leesbevordering

Een overzicht van bereikcijfers en resultaten van programma's, campagnes, activiteiten en projecten op het gebied van leesbevordering.

-> De Boekenweek en de Kinderboekenweek zijn de leescampagnes met de grootste naamsbekendheid.

-> BoekStart slaagt erin de taalontwikkeling van baby’s te stimuleren. Een op de drie ouders van pasgeboren baby’s doet mee.

-> De VoorleesExpress introduceert jaarlijks bij ruim 4.000 taalzwakke gezinnen het voorleesritueel.

-> De Nationale Voorleesdagen bereiken acht op de tien bibliotheken en kinderopvanginstellingen, drie op de tien scholen en een op de tien boekhandels.

-> Aan De Nationale Voorleeswedstrijd doen jaarlijks ruim 200.000 kinderen mee, afkomstig van 50% van de Nederlandse basisscholen.

-> De Schrijverscentrale

-> De Schoolschrijver

-> Voor de junior-editie van Nederland Leest kregen 45.000 kinderen van 10 tot 14 jaar een boek in de klas.

-> Read2Me! is een voorleeswedstrijd waaraan jaarlijks ongeveer 28.000 brugklassers meedoen. Zij zijn afkomstig van een kwart van de middelbare scholen.

-> Dertienduizend jongeren kenden de publieksprijs van de Jonge Jury voor het vierde jaar op rij toe aan Mel Wallis de Vries.

-> Leeskr8!

-> De Weddenschap

-> Bijna 10.000 jongeren brachten een stem uit voor de Dioraphte Jongerenliteratuurprijs, een onderdeel van de Literatour.

-> De Boekenweek bevat ook een educatieve campagne voor het voortgezet onderwijs, met lestips voor docenten (goed voor 4.000 views) en een talkshow (goed voor 2.700 views).

-> Prijs voor de Beste Leesomgeving

-> De Inktaap is een literaire jongerenprijs waaraan jaarlijks ongeveer negenhonderd jongeren deelnemen afkomstig van vijftig middelbare scholen.

-> De Poëzieweek bestaat ook uit online lestips voor docenten, die in 2017 bijna 14.000 bezoekers trokken.

-> Boekenzoeker

-> De Pabo Voorleeswedstrijd doet 91% van de pabo-opleidingen aan, goed voor 2.000 aanstaande basisschoolleerkrachten die voorlezen en/of luisteren.

-> Tomke

(Kinder)boekenweek heeft grootste naamsbekendheid

De Boekenweek en de Kinderboekenweek zijn met stip de meest bekende leesbevorderingscampagnes van Nederland. Ruim negen op de tien Nederlanders kennen deze jaarlijkse promo-acties voor het boek van naam. De voorleescampagnes De Nationale Voorleesdagen en De Nationale Voorleeswedstrijd volgen met een bekendheid onder zeven op de tien Nederlanders. 35% is bekend met de Poëzieweek en Nederland Leest, 12% met BoekStart. Ten opzichte van een jaar eerder is de bekendheid van de meeste campagnes toegenomen (Stichting Marktonderzoek Boekenvak & GfK, 2017, meting 39; 2016, meting 35).

Naamsbekendheid activiteiten leesbevordering

In procenten van de Nederlandse bevolking

De Gouden en Zilveren Griffels zijn de meest bekende leesbevorderende prijzen voor kinderboeken in Nederland, gevolgd door de Nederlandse Kinderjury. De bekendste prijs voor boeken voor volwassenen is de NS Publieksprijs, op kleine afstand gevolgd door de Libris Literatuurprijs. Ten opzichte van een jaar eerder is de bekendheid van de meeste campagnes stabiel; alleen de Jonge Jury geeft een daling te zien (Stichting Marktonderzoek Boekenvak & GfK, 2017, meting 39; 2016, meting 35).

Naamsbekendheid prijzen leesbevordering

In procenten van de Nederlandse bevolking

* t/m 2014: AKO Literatuurprijs

Sinds 2016: gemeten in januari; tot en met 2015: gemeten in juni

Ook kinderen tussen de 7 en 15 jaar hebben het vaakst gehoord van de Kinderboekenweek, op afstand gevolgd door de publieksprijs van De Kinderjury en de juryprijzen van de Griffels en de Penselen (die tijdens de Kinderboekenweek worden uitgereikt). De bekendste activiteiten rond voorlezen zijn De Nationale Voorleeswedstrijd en De Nationale Voorleesdagen. De Jonge Jury wint rap aan naamsbekendheid vanaf het 13e levensjaar – de doelgroep bestaat dan ook uit middelbare scholieren. 7- tot 15-jarigen zijn weinig bekend met leesbevorderende websites. Leesplein en Literatuurplein, beiden onder beheer van Bibliotheek.nl (zie voor bezoekcijfers Bibliotheekmonitor, 2015), zijn enigszins bekend, De Boekenzoeker hoegenaamd niet (Huysmans, 2013).

Naamsbekendheid activiteiten leesbevordering, naar leeftijd

In procenten

BoekStart

In dit programma, onderdeel van Kunst van Lezen, helpen bibliotheken, kinderdagverblijven en andere opvoedkundige instanties het jonge gezin om een vliegende start te maken met de leesopvoeding. Ouders vanaf de babyleeftijd laten voorlezen, verhaaltjes vertellen en gesprekjes voeren, dat is het doel van BoekStart. De interventie is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

Sinds de lancering in 2008 is het bereik razendsnel gegroeid. 152 basisbibliotheken (99% van het totaal), 750 reguliere vestigingen (97% van het totaal) en 133 servicepunten (48% van het totaal) bieden het programma aan.

Ouders krijgen de uitnodiging voor BoekStart als hun baby ongeveer drie maanden oud is. 88% ontvangt de wervingsbrief met waardebon (in 2011: 61%) (Evaluatie BoekStart 2014 & 2012 & 2011). 33% gaat vervolgens naar de bibliotheek, om een gratis BoekStart-koffertje op te halen en hun baby lid te maken. Bibliotheken delen jaarlijks ruim 55.000 koffers uit en maken evenzoveel babylidmaatschappen aan. Met name hoger opgeleide ouders, ouders die zelf lid zijn van de bibliotheek en ouders die hun eerste kind hebben gekregen doen mee aan BoekStart (Van den Berg & Bus, 2015).

Dankzij BoekStart hebben bibliotheken het aantal boekjes voor baby’s flink uitgebreid. De gemiddelde collectie groeide van 156 (2009) naar 213 (2010) en vervolgens naar 322 babyboekjes (2011). 45% van de babyleden behoort tot de actieve leners. Hun ouders nemen minstens vier keer per jaar een boek voor hen mee naar huis (Evaluatie BoekStart 2012 & 2011). Bibliotheken betrekken ouders steeds actiever bij BoekStart. 75% organiseert ouderbijeenkomsten, tegenover 62% in 2011. Het aantal ouderbijeenkomsten neemt ook toe, van gemiddeld 3,34 naar 3,67 per jaar. Tevens slaan bibliotheken in het kader van BoekStart de handen ineen met andere opvoedkundige instanties. 93% werkt samen met het consultatiebureau, 78% met het kinderdagverblijf en 62% met de peuterspeelzaal (Evaluatie BoekStart 2014).

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat BoekStart een positief effect heeft op het voorleesgedrag van ouders. Dat stimuleert vervolgens de taalontwikkeling van kinderen. Deelnemende ouders zijn ferventere bibliotheekbezoekers, hebben meer kennis van babyboekjes en lezen vaker voor. Het talige contact met hun kind is intensiever en gevarieerder. Hun kinderen vragen hen vaker om te worden voorgelezen, terwijl ze minder vaak naar de televisie willen kijken. BoekStart-kinderen hebben hierdoor op een leeftijd van 15 maanden een voorsprong genomen in hun taalontwikkeling. En na 22 maanden zijn ze nog verder uitgelopen. BoekStart zet dus, door ouders te stimuleren aandacht te besteden aan de leesopvoeding, een positieve leesspiraal in gang (Van den Berg & Bus, 2015).

Kinderen met een moeilijk temperament, die snel huilen, geïrriteerd raken en afgeleid zijn, profiteren het sterkst van BoekStart. Zij weten de taalachterstand die ze zonder BoekStart zouden oplopen, om te buigen in een voorsprong op ‘gemakkelijke’ kinderen. BoekStart werkt dus preventief: het risico op taalachterstanden van temperamentvolle kinderen wordt sterk gereduceerd. Dat de ouders van deze kinderen vaker meedoen, bevestigt dat zij overtuigd zijn van deze potentie (Van den Berg & Bus, 2015).

VoorleesExpress

Gezinnen met een groot risico op taalachterstanden krijgen een bijzonder bezoek: twintig weken lang komt er een vrijwilliger bij hen thuis om het voorleesritueel te introduceren. De kinderen (tussen de 2 en 8 jaar oud) worden voorgelezen, hun ouders krijgen tips & tricks voor hoe dat zelf te doen en er vindt een bibliotheekbezoek plaats om kennis te maken met nieuwe titels. De VoorleesExpress is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

De VoorleesExpress opereert vanaf 129 locaties in heel Nederland, zoals bibliotheken en organisaties voor maatschappelijk werk en vluchtelingenwerk. Deze zijn actief in 108 verschillende gemeenten, 28% van het totaal. Het netwerk bestaat anno 2016 uit 5.140 vrijwilligers. Zij bezochten in dat jaar in totaal 4.283 gezinnen, 10% meer dan in het jaar ervoor (VoorleesExpress, 2017).

Deelnemende vrijwilligers en gezinnen

In aantallen

De VoorleesExpress slaagt in haar doelstelling om de taal- en leesontwikkeling te stimuleren. De deelnemende kinderen uit taalachterstandsgezinnen boeken vooruitgang op hun boekoriëntatie, verhaalbegrip en woordenschat (dit is gemeten door vrijwilligers en leerkrachten te enquêteren, 2010). Ook lezen de kinderen thuis vaker een boek en willen ze vaker worden voorgelezen (aldus hun ouders in een enquête, 2010).

Nationale Voorleesdagen

Rond de driekwart van de Nederlanders is bekend met deze tiendaagse campagne die het belang van voorlezen onder de aandacht brengt. Het zijn met name vrouwen en hoger opgeleiden die de Nationale Voorleesdagen van naam kennen. Zeven op de tien Nederlanders geeft aan de voorleesdagen een belangwekkende campagne te vinden. Ook onder deze groep zijn vrouwen en hoger opgeleiden oververtegenwoordigd (Stichting Marktonderzoek Boekenvak & GfK, 2017, meting 39; 2016, meting 35).

Het Prentenboek van het Jaar is in 2017 De kleine walvis van Benji Davies. Voor de boekhandel wordt er een mini-editie gemaakt, in een oplage van 29.000 exemplaren, die is verspreid onder 12% van de boekhandels. De bijbehorende app bevat, naast de animatieversie van het boek, ook een aantal interactieve elementen. In totaal is de app ruim 23.000 keer gedownload en/of bekeken.

De campagne wordt uitgevoerd door maatschappelijke instanties die kinderen helpen zich te ontwikkelen als lezer. Zij ontvangen een informatiepakket met promotionele en educatieve materialen, zoals flyers, boekjes en lessuggesties. In 2017 is op deze manier 84% van de kinderdagverblijven, 77% van de bibliotheken en 28% van de basisscholen bereikt, nagenoeg evenveel als in de voorgaande jaren. Onder basisscholen ligt het werkelijke bereik waarschijnlijk hoger. In een enquête geeft 51% aan activiteiten te organiseren in het kader van De Nationale Voorleesdagen (DUO Omnibusonderzoek, 2014).

De Nationale Voorleeswedstrijd

Kinderen het plezier van voorlezen laten ervaren: dat is het doel van De Nationale Voorleeswedstrijd. De campagne begint met schoolrondes en eindigt met een landelijke finale, waarin de beste voorlezer van het jaar wordt gekozen. In het schooljaar 2016-2017 doen er 3.206 basisscholen mee, 2% minder dan het jaar ervoor. De landelijke dekking ligt op 48% van de basisscholen.

Deelnemende scholen

In aantallen

* De plotse stijging in 2013 wordt vooral veroorzaakt door extra promotie in het kader van het 20-jarig jubileum van de voorleeswedstrijd en van het Jaar van het Voorlezen.

Er hebben in 2016-2017 in totaal 200.051 kinderen voorgelezen en/of geluisterd, 3% minder dan het jaar ervoor. Het is het vierde opeenvolgende jaar dat het aantal deelnemende leerlingen boven de 200.000 ligt. Zij komen hoofdzakelijk uit de groepen 7 en 8 (waarop de Nationale Voorleeswedstrijd zich richt). Op een klein aantal scholen doen ook kinderen uit groep 1 tot en met 6 mee (Bakker, 2013). De Nationale Voorleeswedstrijd bereikt ongeveer 54% van de groep 7- en 8-leerlingen, en 14% van alle basisscholieren in Nederland.

Deelnemende leerlingen

In aantallen

* De plotse stijging in 2011 wordt vooral veroorzaakt door een nieuwe meetmethode. Scholen rekenen met ingang van dat jaar voorlezers én luisteraars tot de deelnemers; voorheen bepaalden ze zelf de manier van tellen.

In de ruim 20-jarige historie van de campagne worden er steevast méér meisjes tot schoolkampioen gekroond dan jongens. Hun voorsprong slinkt wel. In 2016-2017 zijn er op elke mannelijke drie vrouwelijke schoolkampioenen. In 2010-2011 waren dat er nog bijna vijf. Het overwicht van meisjes wekt de suggestie dat zij beter zijn in voorlezen. Het is echter waarschijnlijker dat zij zich in grotere getale aanmelden als deelnemer.

De meest voorgelezen schrijvers zijn in de loop der jaren nauwelijks veranderd: Roald Dahl, Tosca Menten, Paul van Loon, Jacques Vriens, Carry Slee en Francine Oomen. De meest populaire serieboeken om voor te lezen zijn Dagboek van een muts van Rachel Renee Russell en Het leven van een loser van Jeff Kinney.

Voorleeskampioenen, naar geslacht

In aantallen

Basisscholen doen vooral mee aan de Nationale Voorleeswedstrijd om het voorlezen bij hun leerlingen te promoten. Daarnaast hopen ze hen in aanraking te brengen met nieuwe kinder- en jeugdboeken, en daarmee het zelf (stil) lezen te bevorderen. Scholen lijken goed op de hoogte van de positieve spiraal, want ze vinden deelname tevens een goede manier om de leesvaardigheid en het leesplezier te stimuleren (Bakker, 2013).

Deelnemende scholen besteden over het algemeen veel aandacht aan leesbevordering. Het merendeel heeft een leescoördinator aangesteld, die docenten aanspoort om enthousiaste leesbevorderaars te zijn. Ook het actueel en kwalitatief hoogstaand houden van de boekencollectie is speerpunt, evenals een samenwerking met de openbare bibliotheek. Verder is er veel aandacht voor leesactiviteiten, zoals voorlezen, vrij (stil) lezen en praten over boeken (Bakker, 2013). Het leesklimaat is er gunstiger dan bij scholen die niet meedoen aan de Nationale Voorleeswedstrijd (Jansen, 2008).

De Schrijverscentrale

Auteurs gaan het land in om contact te zoeken met hun lezers. Stichting Schrijvers School Samenleving (SSS) bemiddelt tussen de schrijvers en de organisatoren van lezingen, debatten en klassenbezoeken. SSS adviseert in de keuze voor een auteur, legt het contact tussen beide partijen en zorgt voor de financiële afhandeling. In 2015 resulteerde dat in bijna 5.000 auteursbezoeken, een stijging van 7% ten opzichte van het jaar ervoor (Stichting Schrijvers School Samenleving, 2016).

Schrijversbezoeken

In aantallen

Auteurs brengen iets vaker een bezoek aan kinderen dan aan volwassenen. Terwijl bibliotheken en scholen overwegend schrijversbezoeken organiseren voor kinderen, boeken boekhandels juist vaker auteurs voor volwassenen. Andere organisatoren zijn festivals, musea, theaters, (literaire) café’s, ziekenhuizen en jeugdgevangenissen. In totaal bereiken de auteurs via SSS jaarlijks ongeveer 255.000 kinderen en 142.000 volwassenen (Stichting Schrijvers School Samenleving, 2016).

Schrijversbezoeken, per organisator

In aantallen

Het aantal schrijvers dat jaarlijks via SSS minstens eenmaal en gemiddeld zo’n 6 keer op pad gaat ligt tussen de 700 en 800 (Stichting Schrijvers School Samenleving, 2016). Het gaat om schrijvers van zeer divers pluimage: prentenboeken, jeugdliteratuur, literaire romans en poëzie, maar ook filosofie, wetenschap en literaire non-fictie. De auteurs voor wie SSS bemiddelt hebben gepubliceerd bij een (literaire) uitgever. Ruim acht op de tien auteurs en organisatoren geeft SSS een rapportcijfer van 8,1 voor de samenwerking en de dienstverlening. Tweederde noemt het werk van de stichting belangrijk tot zeer belangrijk (DUO Onderwijsonderzoek, 2014).

De Schoolschrijver

Een auteur van kinderboeken bezoekt gedurende een half jaar wekelijks drie basisschoolklassen. Deze 'Schoolschrijver' leest kinderen voor, gaat met hen in gesprek over boeken en geeft hen opdrachten om creatief te leren schrijven. Daarnaast geeft hij of zij professionaliseringsworkshops aan docenten en gaat in gesprek met ouders. Het team bestaat inmiddels uit 35 Schoolschrijvers. Zij bezoeken in het schooljaar 2015-2016 45 basisscholen (50% meer dan het jaar ervoor) en bereiken zo ruim 9.000 leerlingen (50% meer dan het jaar ervoor) (Schoolschrijver, 2015).

De Schoolschrijver lijkt te slagen in haar streven: kinderen stimuleren om zelf te lezen, voor te lezen en creatief te schrijven. 92% van de leerlingen is enthousiast over de Schoolschrijver die hun klas bezoekt. Deze groep waardeert met name de leuke, grappige en spannende manier waarop de auteurs voorlezen en de creatieve opdrachten om zelf verhalen te schrijven. 43% van de leerlingen heeft door henzelf geschreven verhalen aan ouders laten lezen, 32% is van plan om zelf meer boeken te gaan lezen en18% wil vaker worden voorgelezen door hun ouders (Centrum Brein & Leren, 2015).

Nederland Leest

Nederland een maand lang omtoveren tot één grote lees- en debatclub: dat is het doel van deze leescampagne. In 2016 is de bevolking uitgenodigd om te lezen en discussiëren over het thema ‘democratie’. De junior-editie van Nederland Leest richt zich op groep 7 en 8 van het basisonderwijs en klas 1 en 2 van het vmbo. Onder hen werden 45.000 exemplaren verspreid van het boek Drakeneiland van Lydia Rood. Bij de schooleditie hoort ook een lessenserie om het boek in de klas te behandelen. Deze werden 793 keer gedownload van de website.

Read2Me!

In deze voorleeswedstrijd lezen brugklassers voor uit jeugdboeken die aansluiten op hun leesniveau en belevingswereld. De nadruk ligt op de boeken van de Jonge Jury en de cultuurhistorische canon van Nederland. In het schooljaar 2016-2017 hebben er 1131 schoolklassen meegedaan, goed voor ongeveer 28.000 leerlingen die voorlezen en voorgelezen worden (uitgaande van 25 leerlingen per klas). Zij zijn afkomstig van 167 middelbare scholen (26% van het totaal), die worden geworven door 64 basisbibliotheken (43% van het totaal). Het bereik van Read2Me! is sinds de eerste editie in 2011 tot 2015 flink gegroeid, zowel in basisbibliotheken, scholen als deelnemende leerlingen. Daarna is het bereik min of meer gestabiliseerd.

Deelname provincies

In aantallen

Deelname bibliotheken

In aantallen

Deelname scholen

In aantallen

Jonge Jury

Middelbare scholieren uit klas 1 tot en met 3 lezen jeugdboeken die in het voorgaande jaar zijn verschenen. Vervolgens kiezen ze hun favoriete titels. Het boek met de meeste stemmen wint de Prijs van de Jonge Jury. Voor de verkiezingscampagne van 2016-2017 brachten dertienduizend jongeren hun stem uit, een daling van 17% ten opzichte van het jaar ervoor. Met name het aantal op papier uitgebrachte stemmen daalde. Middelbare scholieren bekroonden Schuld van Mel Wallis de Vries, tevens de winnaar van de drie voorgaande edities.

Stemmen

In aantallen

In het schooljaar 2013-2014 verdubbelde het aantal stemmen ruimschoots. Dit was grotendeels te danken aan de vernieuwde opzet van de Jonge Jury. Er kwam een digitaal magazine, dat verschijnt in drie edities met de thema’s ‘lezen’, ‘stemmen’ en ‘vieren’. Het magazine is te lezen en te downloaden via de website. Deze trok in 2016-2017 ruim tachtigduizend bezoekers, 14% minder dan het jaar ervoor. Het vroegere gedrukte magazine had een oplage van 65.000 à 70.000 exemplaren.

Ook het promotiemateriaal kreeg in 2013-2014 een nieuw jasje. 18 boekhandels (1% van het totaal) en 82 bibliotheken (10% van het totaal) bestelden in 2015-2016 een of meer zogeheten partnerkits. Het werkelijke bereik ligt mogelijk hoger, omdat boekhandels en bibliotheken het promotiemateriaal onderling delen. Op deze wijze belandden de partnerkits in 2010-2011 bij 31% van de bibliotheekvestigingen.

In 2015-2016 bestelden 207 middelbare scholen een instapmodule en/of digitale lesmodule (31% van het totaal). Ook hier ligt het werkelijke bereik mogelijk hoger. Scholen die de methode Op niveau Nederlands gebruiken kunnen de lessen tevens online downloaden. Dat gebeurde in 2014-2015 12.000 keer.

Leeskr8!

Deze boekenzoekmachine geeft vmbo’ers tussen de 13 en 15 jaar een persoonlijk boekenadvies. Tevens vinden leerkrachten er inspiratie voor lessen over boeken. De website trok in het schooljaar 2015-2016 9000 bezoekers, die er in totaal 12.000 sessies uitvoerden. Beide getallen zijn ongeveer 8% lager dan in het schooljaar ervoor. De app voor Apple met het boekenadvies-op-maat voor scholieren is inmiddels ruim 4.500 keer gedownload.

De Weddenschap

Drie Bekende Nederlanders dagen vmbo-leerlingen uit om in een half jaar tijd drie boeken naar keuze te lezen. De Weddenschap heeft als doel het leesplezier van vmbo'ers, die over het algemeen niet erg van lezen houden, te stimuleren. Aan de editie 2015-2016 deden 4.976 leerlingen mee door zich aan te melden op de website, 45% meer dan het jaar ervoor. De deelnemers waren afkomstig van 129 verschillende middelbare scholen, 20% van het totaal.

De helft van de vmbo'ers die zich inschrijven gaat tot lezen over; minder dan in 2013-2014, toen het ging om 60%. 1116 leerlingen – 22% van het totaal – slagen erin de weddenschap te ‘winnen’: zij lezen in een half jaar drie boeken naar keuze uit. 478 leerlingen (10% van het totaal) lezen twee boeken, 921 leerlingen (19% van het totaal) één boek.

Dioraphte Jongerenliteratuurprijs & de Literatour

Bijna 10.000 jongeren uit Nederland en Vlaanderen kozen in 2016 hun favoriete literaire jeugdboek of Young Adult Novel. Zij kenden de publieksprijs toe aan Waar het licht is van Jennifer Niven. Het aantal stemmen steeg met 78% in vergelijking met het jaar ervoor.

Stemmen Dioraphte Jongerenliteratuurprijs

In aantallen

De Literatour Schrijverstournee deed 126 middelbare scholen aan, 19% van het totaal en ongeveer vijf keer zoveel als het jaar ervoor. Zeventien auteurs gaven op deze scholen in totaal 154 lezingen.

De Literatour is de boekenweek voor jongeren. Het geschenkboek 3PAK - met daarin een drietal korte verhalen - had een oplage van 68.000 stuks. In totaal zijn er 21.120 exemplaren besteld door 211 boekwinkels (16% van het totaal). Daarnaast hebben 63 bibliotheken (8% van het totaal) in totaal 13.696 exemplaren besteld. Aan scholen tot slot zijn 32.864 exemplaren geleverd. De website trok bijna 11.000 bezoekers.

Boekenweek

Behalve uit het geschenkboek (oplage 2017: 657.150), gratis reizen met de NS (2017: ongeveer 250.000 reizigers) en allerhande activiteiten in boekhandel en bibliotheek, bestaat de Boekenweek ook uit een educatieve campagne voor het voortgezet onderwijs. De webpagina's met lessuggesties trokken in 2017 ruim 4.000 bezoekers, 40% minder dan het jaar ervoor. Er deden 48 middelbare schoolklassen mee aan Boekenweek Live!, een interactieve talkshow rondom het boekenweekgeschenk. De online uitzending is in totaal bijna 2.700 keer bekeken, 66% meer dan het jaar ervoor.

Prijs voor de Beste Leesomgeving

Middelbare scholieren dragen hun eigen schoolmediatheek aan voor deze jaarlijkse juryprijs. De Prijs voor de Beste Leesomgeving gaat naar de schoolmediatheek die een actuele, brede en gevarieerde collectie aanbiedt, en tevens een omgeving creëert die uitnodigt om te lezen. Dat betekent: comfortabele, leesvriendelijke zithoeken, boekadviezen-op-maat van de mediathecaris en een aantrekkelijke presentatie van de boeken. Leerlingen van veertien scholen kandideerden in 2015 hun mediatheek. De hoofdprijs ging naar het Mundus College uit Amsterdam, vanwege de ‘intieme en prettige omgeving in combinatie met een grote collectie boeken en twee zeer actieve en betrokken mediathecarissen.’

De Inktaap

De genomineerden voor deze literaire jongerenprijs zijn de winnaars van drie literaire prijzen in het Nederlandse taalgebied: de ECI Literatuurprijs, de Libris Literatuur Prijs en de Fintro Literatuurprijs. Tevens wordt er een boek genomineerd uit het Nederlandstalige deel van de Cariben.

Aan de zestiende editie in schooljaar 2016-2017 deden 49 Nederlandse middelbare scholen mee, 8% van het totaal en ongeveer evenveel als het jaar ervoor. Deze scholen stelden 65 jury’s samen (4% minder dan het jaar ervoor), met daarin 913 leerlingen uit de bovenbouw van havo en vwo (4% meer dan het jaar ervoor). 75% van de jury’s las de vier genomineerde boeken en koos een winnaar; 22% schreef daarnaast een juryrapport met een onderbouwing van haar keuze. De scholieren bekroonden Jij zegt het van Connie Palmen met de Inktaap 2016.

Juryleden

In aantallen

Scholen

In aantallen

Dat niet alle jury’s de eindstreep halen, komt volgens de organisatoren door de hoge werkdruk in combinatie met een strakke planning, alsmede het hoge niveau van de boeken voor de doelgroep.

Hertmans werd niet alleen bekroond door Nederlandse scholieren. Er deden ook nog 35 middelbare scholen mee uit Vlaanderen. Zij stelden 52 jury’s samen met in totaal 508 leerlingen.

Poëzieweek

Behalve het geschenkboek (oplage 2017: 17.000 exemplaren, 13% meer dan een jaar eerder) en de uitreiking van verschillende poëzieprijzen is de Poëzieweek ook een educatieve campagne. Deze bestaat uit online lestips voor het behandelen van gedichten in de klas. Het materiaal voor docenten in het basisonderwijs trok in 2017 bijna achtduizend bezoekers, 20% minder dan een jaar eerder. De lestips voor vmbo-docenten trokken 3.667 bezoekers, 17% meer dan het jaar ervoor; die voor docenten in de bovenbouw van havo en vwo trokken 2.107 bezoekers, 16% meer dan een jaar eerder.

Het Nederlands Letterenfonds en de Schrijverscentrale organiseren tijdens de Poëzieweek bezoeken van dichters aan de boekhandel. In totaal waren in Nederland 133 optredens te bewonderen van 54 verschillende dichters, een ruime verdubbeling ten opzichte van de eerste Poëzieweek in 2013. Het aantal optredens op middelbare scholen steeg van 28 in 2016 naar veertig in 2017 (CPNB, 2017).

Boekenzoeker

Deze boekenzoekmachine geeft 8- tot 18-jarigen een boekadvies op maat, aan de hand van persoonlijke vragen die zij beantwoorden. De Boekenzoeker trok tussen mei 2015 en april 2016 ruim 180.000 bezoekers, nagenoeg evenveel als het jaar ervoor. Deze bezoekers voerden in totaal ruim 250.000 sessies uit op de website, eveneens ongeveer evenveel als een jaar eerder. De stabilisatie treedt op nadat de bezoekersaantallen in 2014-2015 voor het eerst waren teruggelopen sinds de metingen via Google Analytics worden uitgevoerd.

De Boekenzoeker is een Nederlands-Vlaamse website. Het verkeer loopt sterk uiteen in de beide landen. 83% van de bezoekers is afkomstig uit België, tegen 15% uit Nederland. Vlaamse bezoekers verblijven langer op de site (7.15 minuut tegen 4.07 minuut) en bekijken meer pagina’s (18 tegenover 10). Hoe dit verschil te verklaren valt? Vlaamse middelbare scholieren kennen geen verplichte leeslijst met oorspronkelijk Nederlandstalig werk. Dat maakt het gebruik van de Boekenzoeker (waarop ook veel anderstalige boeken staan) voor hen aantrekkelijker. Daarnaast heeft de site in Nederland, zowel onder docenten als onder de doelgroep, een geringe naamsbekendheid (De Boer, 2013; Huysmans, 2013).

De bezoekersaantallen van de Boekenzoeker fluctueren sterk. Na een dip rond de 5.500 in de zomermaanden, loopt het verkeer op naar 40.000 à 50.000 bezoekers in september en oktober, om de rest van het schooljaar terug te zakken naar rond de 20.000. Met name aan het begin van het schooljaar gaan scholieren dus op zoek naar een boek om te lezen.

Pabo Voorleeswedstrijd

Deze spin off van De Nationale Voorleeswedstrijd heeft als doel aankomende basisschoolleerkrachten te enthousiasmeren voor het (voor)lezen, en hen kennis te laten opdoen over kinder- en jeugdliteratuur. In het schooljaar 2016-2017 doen er 41 instellingen mee, één meer dan het jaar ervoor, en 91% van alle pabo-opleidingen. Sinds 2014 is de deelname min of meer stabiel, na een jarenlange stijging de jaren ervoor.

Pabo-instellingen

In aantallen

Het thema van de Pabo Voorleeswedstrijd is de cultuurhistorische canon van Nederland. Studenten lezen voor uit een boek dat past bij één van de vijftig canonvensters. Er deden in totaal ruim tweeduizend studenten mee als voorlezer en/of luisteraar (10% van de 21.000 pabo-studenten). Deelnemers zijn met name eerste- en tweedejaars studenten (Oberon/Stichting Lezen, 2014).

Tomke

Peuters, ouders en kinderopvangleid(st)ers maken kennis met leesbevorderende materialen en activiteiten in de Friese taal. Zo verschijnt er jaarlijks een Tomke-boekje, met verhaaltjes, opzegversjes, liedjes en spelletjes over de gelijknamige, avontuurlijk ingestelde peuter (oplage 2015: 28.000 exemplaren). Tijdens de ‘Fryske Foarlêswike’ (Voorleesdagen) in juni 2015 is op 368 kinderdagverblijven en peuterspeelzalen uit Tomke voorgelezen. 12.500 peuters luisterden en mochten het boekje vervolgens mee naar huis nemen. Ook waren er tijdens de Foarlêswike traditiegetrouw achttien tv-avonturen te zien op Omrop Fryslân. Het hele jaar door zijn er een website en app, met allerhande verhalen en spelletjes voor peuters alsmede informatie over leesbevordering voor ouders en kinderopvangleid(st)ers. De website trok in 2015 13.200 bezoekers (55% meer dan het jaar ervoor), terwijl de app inmiddels bijna 2500 keer gedownload is.