Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Definities

Lezen

Het opnemen, verwerken, begrijpen, interpreteren en evalueren/reflecteren van geschreven woorden, zinnen, alinea's, paragrafen en teksten, van papier of digitaal. In enge zin heeft lezen betrekking op het lezen van boeken; in nog engere zin op literaire boeken. In ruime zin wordt ook gedoeld op andere tekstsoorten: kranten, tijdschriften en teksten op internet (zoals e-mail, sociale media, informatieve teksten, verhalen, gedichten enzovoorts).

Belezenheid

Het fenomeen dat mensen veel tijd hebben besteed aan het lezen, zodanig dat zij zijn uitgegroeid tot mondige, ge√Įnformeerde, geleerde, wijze en erudiete burgers.

Ontlezing

Het fenomeen dat mensen in het heden minder tijd zouden besteden aan lezen dan in vroegere jaren.

Leesgedrag

De hoeveelheid tijd die mensen besteden aan het lezen, en de manier waarop ze lezen. Het leesgedrag is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de moeilijkheidsgraad van de tekst, de soort tekst, de concentratie, de leesvaardigheid en de leesattitude en leesmotivatie.

Leesattitude/Leesmotivatie

Een aangeleerde evaluatieve houding tegenover het lezen, die positief, neutraal of negatief kan zijn, een sociale component heeft en invloed uitoefent op gedachten over het lezen en op het leesgedrag. De leesattitude is onder te verdelen in een hedonistische (lezen voor plezier) en een utilitaire component (lezen omdat het baat brengt). Leesmotivatie wordt onderscheiden in intrinsieke motivatie (die voortkomt uit de persoon zelf, bijvoorbeeld plezier beleven) en extrinsieke motivatie (die ontstaat vanuit een externe bron, zoals succes op school).

Leesmotieven

De doelen en redenen die mensen hebben om te lezen, zoals ontspanning, intellectuele verdieping en/of genieten van esthetisch taalgebruik.

Leesproces

De wijze waarop het lezen van de tekst verloopt. De lezer kan de tekst lineair tot zich nemen, waarbij deze woord voor woord, zin voor zin en paragraaf na paragraaf wordt gelezen. Andere mogelijkheden zijn bijvoorbeeld scannend lezen (waarbij de tekst meer globaal, op macroniveau wordt opgenomen) en het maken van uitstapjes buiten de tekst (naar andere teksten en/of bronnen).

Leeservaring

De wijze waarop het lezen van de tekst beleefd wordt. Als de leeservaringen overwegend positief zijn, vergroot dat de kans dat er een positieve leesattitude en leesmotivatie ontstaan.

Leesbevordering

Het stimuleren van het lezen bij kinderen en volwassenen, met als doel dat zij lezen niet als verplicht schoolvak ervaren, maar beschouwen als een leuke en zinvolle (vrije)tijdsbesteding. Binnen de leesbevordering zijn leesplezier en leesmotivatie middelen om de leesvaardigheid en de literaire competentie te stuwen. Immers, wie vaak voor het plezier leest, wordt een steeds vaardiger lezer. Leesbevorderaars stimuleren het lezen van verschillende media (print, digitaal) en modaliteiten (fictie-boeken, non-fictie-boeken, kranten, tijdschriften).

Leessocialisatie

Het opvoeden van kinderen in het lezen, met als doel hen in staat te stellen zich te ontwikkelen tot enthousiaste lezers die graag lezen in hun vrije tijd. Opvoedingsimpulsen worden zowel bewust en intentioneel (bijvoorbeeld voorlezen) als onbewust en spontaan (bijvoorbeeld het voorbeeld geven door zelf te lezen) gegeven. Het kind wordt, volgens de filosofie van het sociaal-constructivisme, beschouwd als een individu dat zelfstandig bepaalt hoe het zich de impulsen eigen maakt. Zo ontwikkelt het zijn of haar eigen biografie met leesvoorkeuren en -gedragingen. Personen die invloed hebben op de leessocialisatie zijn ouders, onderwijzers, pedagogisch medewerkers, bibliothecarissen en boekverkopers (vrij naar Garbe, 2009).

Leesvaardigheid

Het gebruiken van geschreven informatie om te functioneren in de maatschappij, doelen te verwezenlijken en kennis en mogelijkheden te ontwikkelen. Leesvaardigheid omvat een reeks van vaardigheden: het decoderen en begrijpen van woorden en zinnen, het integreren en interpreteren van grotere teksteenheden en het reflecteren op en evalueren van de informatie in de tekst. Leesvaardigheid is onontbeerlijk om te kunnen lezen in verschillende media (print, digitaal) en modaliteiten (fictie-boeken, non-fictie-boeken, kranten, tijdschriften) (Buisman, Allen, Fouarge, Houtkoop & Van der Velden, 2013; Gille, Loijens, Noijons & Zwitser, 2010).

Laaggeletterdheid

Het ervaren van een grote moeite met het lezen en schrijven. Laaggeletterden zijn niet of nauwelijks in staat om geschreven en gedrukte informatie te gebruiken. Daardoor kunnen ze vaak minder goed functioneren op het werk, thuis en in de maatschappij.

Literaire competentie

De weg kunnen vinden in het aanbod van verhalen en gedichten, kennis hebben van de kenmerken van verhalen en gedichten (genres, narratieve structuren, metaforen), en een oordeel kunnen geven over verhalen en gedichten. Literaire competentie is onontbeerlijk voor het lezen van verhalen en gedichten in zowel gedrukte als digitale vorm.

Literatuureducatie

Educatieve activiteiten die betrekking hebben op literaire teksten en de daartoe gerekende genres. De betreffende activiteiten leiden tot literaire competentie, en kunnen productief (schrijven, voordragen), receptief (luisteren en lezen) of reflectief (beschouwen) van aard zijn. Daarnaast zijn de activiteiten leesbevorderend, in de zin dat ze beogen het leesplezier te vergroten (vrij naar LCKA, 2005).

Creatief schrijven

Het structureren van de gedachten, het activeren van de verbeelding en het uitdrukken van zichzelf door middel van geschreven taal. Voorbeelden van teksten die het resultaat kunnen zijn van creatief schrijven, zijn gedichten, korte verhalen en/of songteksten (vrij naar Koopman, 2017).