Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Leesgedrag e-boeken

-> Vier op de tien Nederlanders leest e-boeken, meestal naast het papieren boek. Het aantal digitale lezers is sinds 2013 stabiel.

-> De e-reader en de tablet zijn met stip de meest gebruikte apparaten. Ook dat beeld is sinds 2013 stabiel.

-> Digitaal lezen beslaat een kwart van de totale leestijd en is stabiel ten opzichte van 2013.

-> Er wordt weinig voorgelezen uit verrijkte digitale (kinder)boeken.

Aantal digitale lezers stabiliseert

41% van de Nederlanders leest met enige regelmaat een e-boek. Het aantal digitale lezers is, kleine schommelingen daargelaten, min of meer stabiel sinds juni 2013. In de anderhalf daarvoor vond er bijna een verdubbeling plaats (Stichting Marktonderzoek Boekenvak & GfK, 2016, meting 38).

Lezers van e-boeken

In procenten van de Nederlandse bevolking

Digitaal lezen zit in de ‘early majority’-fase in Rogers’ model dat de adoptie van nieuwe technologieën beschrijft. Dat duidt op ‘brede acceptatie’ van het e-boek. Het is de vraag of de achterblijvers (de ‘late majority’ en ‘laggards’) alsnog gaan aanhaken. Slechts 3% van deze groep overweegt om e-boeken te gaan lezen (Stichting Marktonderzoek Boekenvak & GfK, 2015, meting 33). Tegelijkertijd is van de voorlopers alweer 6% gestopt met digitaal lezen (Stichting Marktonderzoek Boekenvak & GfK, 2014, meting 30).

De meeste digitale lezers adopteren digitaal naast papier. 12% van de Nederlanders leest vooral e-boeken en soms gedrukte boeken, 9% ongeveer evenveel e-boeken als gedrukte boeken en 14% vooral gedrukte boeken en soms e-boeken. Een minderheid van 2% is volledig geswitcht en leest uitsluitend digitaal. 45% van de Nederlanders leest uitsluitend gedrukte boeken; 18% leest überhaupt geen boeken (Stichting Marktonderzoek Boekenvak & GfK, 2016, meting 38).

Het patroon in de adoptie van e-boeken is in lijn met dat van de opkomst van andere nieuwe technologieën. Het 'oude' medium wordt zelden helemaal verdrongen, maar blijft bestaan naast de nieuwkomers. Huysmans & De Haan (2010) spreken dan ook van 'geleidelijke en gedeeltelijke vervanging'. Dat proces verloopt bij het boek minder snel en massaal dan bij de langspeelplaat, het cassettebandje, de cd, de videoband en de dvd. Het gedrukte boek bestaat langer dan deze audio- en beelddragers, en heeft zich daardoor een stevigere positie weten te verwerven.

E-reader en tablet blijven favoriete leesmedia

De e-reader is het meest gebruikte apparaat voor het lezen van e-boeken. 55% van de digitale lezers leest weleens e-boeken op deze tekstdrager, terwijl het bij de tablet om 43% gaat. De smartphone, laptop en desktop computer volgen op geruime afstand. Vanaf januari 2013 heeft zich een duidelijke schifting afgetekend binnen de leesmedia. De e-reader en de tablet wonnen terrein, de andere gadgets verloren. Tussen de twee koplopers is het stuivertje wisselen. De e-reader moest zijn koppositie tussen januari 2012 en januari 2014 afstaan aan de tablet, maar gaat sindsdien weer stabiel aan de leiding. De smartphone heeft de laatste twee jaar weer terrein gewonnen: 17% van de digitale lezers gebruikt dit apparaat weleens voor e-boeken (Stichting Marktonderzoek Boekenvak & GfK, 2016, meting 38).

Gebruikte leesapparaten

In procenten van de digitale lezers

Dat de e-reader aan kop gaat, is opvallend tegen het licht van het aantal apparaten dat in omloop is. Terwijl 20% van de bevolking een e-reader bezit, heeft 76% een smartphone, 73% een laptop, 61% een tablet en 45% een desktop computer (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016). Kennelijk lezen veel bezitters van de best vertegenwoordigde apparaten geen e-boeken. Andersom wordt de e-reader juist het meest gebruikt om op te lezen.Terwijl  63% van de e-readerbezitters één of meer keren per week een e-boek op hun apparaat leest, gaat het om 12% van de tabletbezitters (GfK, 2013).

Leestijd van het scherm stabiliseert

Nederlanders lezen 6 van hun 37 minuten dagelijkse leestijd van het scherm. Als het lezen van online nieuwsberichten wordt meegeteld bij de boeken, kranten en tijdschriften, gaat het om 11 van de 42 minuten. Het digitale lezen is daarmee goed voor 16% tot 26% van de totale leestijd (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016). In 2013 ging het nog om 22% (Media: Tijd, 2014).

De leestijd van schermen is onveranderd ten opzichte van 2013. De daling van de totale leestijd komt dus geheel voor rekening van papier (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016).

De tijdsbesteding aan digitaal lezen is vrij evenredig verdeeld over de verschillende apparaten: de tablet en smartphone halen samen zo’n 2 minuten per dag, de e-reader 1 minuut en de laptop en desktop computer samen 1 minuut. Het gaat hier om boeken, kranten en tijdschriften; online nieuws blijft buiten beschouwing (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016).

Het lezen heeft binnen het digitale mediamenu een bescheiden maar betekenisvolle positie. Op de tablet wordt aan lezen evenveel tijd besteed als aan luisteren en kijken, maar meer dan aan communiceren. Op de smartphone wordt meer tijd besteed aan lezen dan aan kijken, maar minder dan aan luisteren en communiceren. Alleen op de laptop wordt aan deze drie activiteiten meer tijd besteed dan aan lezen (Media: Tijd, 2014).

Verrijkte digitale boeken

De meeste e-boeklezers (81%) lezen uitsluitend ‘kale’ e-boeken, dus zonder extra digitale mogelijkheden. 8% leest wel eens een e-boek met achtergrondinformatie (zoals aanklikbare biografietjes, betekenissen van woorden), 7% met een voorgelezen of luisterversie, 7% met hyperlinks (bijvoorbeeld naar het internet) en 4% met bewegende beelden en/of animaties (Stichting Marktonderzoek Boekenvak & GfK, 2014, meting 30).

Verrijkte digitale kinderboeken

Ouders van 0- tot 6-jarige kinderen lezen hun kroost hoofdzakelijk voor van papier. 75% doet dat bijna elke dag. Voor digitale kinderboeken liggen deze percentages een stuk lager. 9% leest bijna elke dag voor uit een digitaal kinderboek dat is verrijkt met spelletjes, 8% uit een digitaal kinderboek met een voorgelezen of luisterversie en 4% uit een digitaal kinderboek met geanimeerde in plaats van statische prenten (Stichting Marktonderzoek Boekenvak & GfK, 2014, meting 30).