Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Cultuur

Welke partijen en personen bieden ondersteuning bij het lezen? De leescultuur bestaat uit de boekhandels, bibliotheken, scholen, kinderdagverblijven en gezinnen die dit in Nederland doen.

Leesbevordering 2018: het jaar in cijfers

De helft van de basisscholen doet mee aan de Nationale Voorleeswedstrijd, een kwart van de middelbare scholen aan Read2Me! en 87% van de pabo-opleidingen aan de Pabo Voorleeswedstrijd. Een greep uit de resultaten van leesbevorderingsactiviteiten in 2018.

Boekverkoop stabiliseert

In 2018 zijn voor het derde jaar op rij nagenoeg evenveel boeken verkocht. De afzet komt uit op 40,9 miljoen exemplaren, 0,7% minder dan het jaar ervoor. Het aandeel van e-boeken is met 7,6% eveneens nagenoeg stabiel.

Aantal jeugdleden bibliotheek blijft groeien

Openbare bibliotheken presenteren over 2017 opnieuw degelijke jaarcijfers. Het aantal leden stabiliseert zich en bij de jeugd is er lichte groei. De uitleningen van gedrukte boeken dalen, terwijl de uitleningen van e-boeken fors groeien.

dBos geeft lezen een boost

De Bibliotheek op school (aanwezig op 42% van de basisscholen en 20% van de vmbo-scholen) sorteert effect. Leerlingen gaan lezen leuker vinden, vaker lezen en worden leesvaardiger. Kinderen met een niet-westerse achtergrond gaan vooruit op hun woordenschat.

Lezen op de kaart in kinderopvang

In de kinderopvang heerst een gunstig leesklimaat. De meeste medewerkers lezen dagelijks voor en op de meeste groepen zijn boeken aanwezig. Instellingen met BoekStart doen meer aan leesbevordering, zo blijkt uit het vierjaarlijks onderzoek van Stichting Lezen.

Vaste voet voor vrij lezen

Het kwartiertje vrij lezen is niet meer weg te denken uit de schoolbanken. 87% van basisscholen laat leerlingen dagelijks een boek naar keuze lezen. Op 71% van de middelbare scholen met vmbo en op 60% met havo en vwo maakt vrij lezen deel uit van het lesprogramma.

Vrouw meest actief als leesopvoeder

Bijna de helft van de Nederlanders is actief als leesopvoeder. Zij vervullen die rol in het bijzonder voor kinderen tussen de 2 en 12 jaar. Leesopvoeders zijn met name vrouwen en, binnen de familie, moeders en grootmoeders.