Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Lezen, kopen en lenen in coronatijd

-> Nederlanders zijn sinds de komst van het coronavirus, en de preventiemaatregelen hieromtrent, vaker boeken gaan lezen.

-> Basisscholieren hebben tijdens de eerste lockdown nagenoeg geen vooruitgang geboekt op lezen, spelling en wiskunde. De kansenongelijkheid is toegenomen.

-> Het aandeel van webwinkels in de boekverkopen is sinds de komst van het coronavirus sterk toegenomen. Het kinderboek is verantwoordelijk voor de sterkste groei.

-> De bibliotheek heeft, met name aan het begin van de eerste lockdown, meer e-boeken uitgeleend. De uitleningen van papieren boeken liepen juist terug.

-> De campagne #ikleesthuis, die het boeken lezen tijdens corona wil stimuleren, is bekend geworden bij een kwart van de bevolking.

Tijdens de eerste lockdown, die van 23 maart tot 1 juli 2020 is ingesteld om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen, zijn fysieke bibliotheken, boekhandels en basis- en middelbare scholen in Nederland niet tot beperkt geopend geweest. Tevens heeft de overheid aan Nederlanders geadviseerd om de dagen zo veel mogelijk in en rond het huis door te brengen, en om ook thuis te werken. Na een versoepeling van de preventiemaatregelen en -adviezen in de zomermaanden, is er vanaf 14 oktober 2020 een tweede lockdown van kracht. Fysieke bibliotheken zijn hierbinnen vanaf begin november gesloten, fysieke boekhandels vanaf 15 december, en basis- en middelbare scholen vanaf 16 december. De uiteenlopende preventiemaatregelen en -adviezen hebben mogelijk gevolgen voor het lezen, kopen en lenen van boeken. De resultaten van onderzoeken naar mogelijke veranderingen in het lees-, koop- en leengedrag volgen hieronder.

Het lezen van boeken veert op

De leesfrequentie van boeken vertoont tekenen van groei in de periode van de eerste lockdown. 25% van de lezers op wekelijkse basis (medium) is in de periode van de lockdown op (bijna) dagelijkse basis gaan lezen (heavy). 33% van de lezers op maandelijkse basis (light) is op wekelijkse basis (medium) en 15% op dagelijkse basis (heavy) gaan lezen. 88% van de lezers op dagelijkse basis (heavy) blijft op dagelijkse basis (heavy) lezen. Het onderzoek is aan het begin van juni afgenomen: de lockdown was toen twee-en-een-halve maand van kracht (CPNB, op basis van Team Vier, 2020).

Halverwege juni geeft 29% van de Nederlanders aan dat de tijdsbesteding aan het lezen van gedrukte boeken sinds de komst van corona is gestegen. Voor e-boeken betreft dit 27% en voor luisterboeken 19%. De groep mensen die aangeeft minder tijd aan boeken te zijn gaan besteden, ligt tussen de 6% en 15%. Het zijn met name Nederlanders onder de 35 jaar die meer tijd besteden aan e-boeken en luisterboeken, terwijl vooral hoger opgeleiden meer tijd inruimen voor papieren boeken (KvB Boekwerk & GfK, 2020, meting 53). Het intensere leesgedrag wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat Nederlanders de dagen vaker in en rond het huis doorbrengen.

Het voorlezen door ouders aan kinderen lijkt ook toe te nemen sinds de komst van het coronavirus. Halverwege juni geeft 10% van de ouders van 0- tot 6-jarige kinderen aan vaker voor te lezen, terwijl dit bij ouders van 7- tot 12-jarigen 16% betreft. De groep ouders die zegt minder vaak voor te lezen is respectievelijk 3% en 6%. Grootouders zijn sinds corona minder vaak gaan voorlezen aan kleinkinderen. 21% zegt dat de regelmaat van voorlezen is gedaald, terwijl 4% een stijging rapporteert (KvB Boekwerk & GfK, 2020, meting 53).

Het intensere voorleesgedrag door ouders wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat Nederlanders de dagen vaker in en rond het huis doorbrengen. Grootouders lezen mogelijk minder intens voor doordat het aantal familiebezoeken in coronatijd daalt. Hiernaast komt het intensere voorleesgedrag door ouders mogelijk doordat scholen tijdens de eerste lockdown niet tot beperkt geopend zijn geweest.

De leer- en leesprestaties stagneren

Tijdens de sluiting van basis- en middelbare scholen krijgen kinderen vanuit huis les. Ze ontmoeten de docent en de andere leerlingen online, via het beeldscherm. Het thuisonderwijs blijkt te leiden tot een achteruitgang in de leerprestaties. Nederlandse basisscholieren hebben gedurende de eerste lockdown gemiddeld drie percentielpunten minder sterk gepresteerd ten opzichte van leeftijdsgenootjes in schooljaren zonder lockdown. Dit staat gelijk aan ongeveer een vijfde schooljaar, nagenoeg even lang als de eerste lockdown heeft geduurd. Kinderen hebben in deze periode weinig tot geen vooruitgang geboekt in het onderwijs (Engzell, Frey & Verhagen, 2020).

Het leerverlies is ongeveer even groot voor de lesonderdelen lezen, spelling en wiskunde. Nederlandse kinderen uit lager opgeleide gezinnen, van wie ten minste een ouder maximaal het basisonderwijs heeft afgerond, boeken een groter leerverlies dan kinderen van hoger opgeleide ouders (Engzell, Frey & Verhagen, 2020). Bovendien zijn blijkens Vlaams onderzoek de verschillen tussen basisscholieren in de leerprestaties bij Nederlands en wiskunde toegenomen. Het verschil tussen leerlingen is zowel binnen scholen als tussen scholen gegroeid. Het sluiten van scholen en de snelle transitie naar online onderwijs zorgt ervoor dat de kansenongelijkheid groeit (De Witte & Maldonado, 2020).

Het leerverlies wordt mogelijk veroorzaakt doordat leerlingen thuis zijn aangewezen op begeleiding van de ouders en andere verzorgers. Het zou kunnen dat de kwantiteit en kwaliteit hiervan lager is dan van de docent. Dit zou in het bijzonder kunnen spelen bij de kinderen van lager opgeleide ouders. Kinderen van lager opgeleide ouders blijken tijdens de eerste lockdown minder intensieve begeleiding te hebben gekregen bij het schoolwerk dan kinderen van hoger opgeleide ouders. Dit komt waarschijnlijk mede doordat hun ouders zich minder capabel voelen om te helpen. Kinderen van ouders met een lager inkomen beschikken bovendien minder vaak over hulpbronnen in huis, zoals een computer met internetverbinding en een eigen plek om te leren (Bol, 2020).

Koopgedrag verschuift naar online

Webwinkels hebben in de verkoop van boeken verder terrein gewonnen sinds de komst van het coronavirus. Het aandeel in de afzet van online verkoopkanalen tijdens de eerste lockdown groeide tussen half maart en half april tot boven de 50%, om in de periode tot en met eind mei rond de 45% te komen. In de zomermaanden lag het afzetaandeel tussen de 30% en 40%. Sinds het begin van de tweede lockdown is het aandeel structureel naar boven de 40% geschoven, om vanaf de week halverwege december waarin fysieke boekhandels de deuren sloten naar boven de 65% te groeien. Over heel het jaar 2020 lag het aandeel op 44%, terwijl dit in 2019 37% betrof (KvB Boekwerk & GfK, 2021).

Aan het begin van 2021 blijven webwinkels sterk presteren. Het omzetaandeel ligt in de eerste weken rond de 90%, om vanaf 10 februari, het moment dat fysieke boekwinkels een afhaalloket kunnen openen, terug te lopen naar rond de 80% (KvB Boekwerk & GfK, 2021).

Webwinkels hebben over 2020 een omzetgroei geboekt van 25% ten opzichte van 2019, terwijl fysieke boekwinkels een daling van 9% aantekenden. Ook de online verkopen door fysieke winkels worden geteld onder e-commerce (KvB Boekwerk & GfK, 2021).

De groei wordt grotendeels veroorzaakt doordat veel fysieke boekwinkels de deuren gesloten hielden tijdens de eerste en tweede lockdown. Een andere mogelijke oorzaak is dat Nederlanders in de coronacrisis de dagen vaker in en rond het huis doorbrengen, en hierdoor ook vaker via internet vanuit huis aankopen doen. Boekenkopers geven dit desgevraagd ook aan. 26% zegt dat de coronacrisis het koopgedrag heeft beïnvloed (KvB Boekwerk & GfK, 2020, meting 54). Zij motiveren het kopen van boeken via de webwinkel in coronatijd vanuit gemak, het thuis bezorgen, en het niet naar de fysieke winkel hoeven gaan. Andersom is de aantrekkingskracht van de fysieke winkel voor boekenkopers tijdens corona gedaald (KvB Boekwerk & GfK, 2020).

In het bijzonder de afzet van kinderboeken is in 2020 gegroeid: met 5%. Bij webwinkels gaat het om een plus van 43% en bij fysieke winkels om een krimp van 8%. De groeiende verkoop van kinderboeken komt mogelijk doordat ouders en kinderen sinds de komst van het coronavirus meer tijd thuis doorbrengen (KvB Boekwerk & GfK, 2021; KvB Boekwerk & GfK, 2021).

Bibliotheek: groei voor e-boek, krimp voor papieren boek

De online bibliotheek heeft verder terrein gewonnen tijdens de komst van het coronavirus. Het aantal e-boeken dat is uitgeleend groeide in 2020 met 44% naar 5,6 miljoen exemplaren. Hiernaast zijn er 2,6 miljoen luisterboeken uitgeleend, 46% meer dan in 2019 (CPNB, op basis van Stichting Leenrecht, 2021).

In de eerste maand van de eerste lockdown maakten 56.000 mensen een digitaal lidmaatschap aan, meer dan over heel 2019. Het aantal uitgeleende e-boeken lag in deze periode op 22.000 exemplaren per dag, terwijl dit er voorheen ongeveer 10.000 waren. Vanaf de tweede maand van de eerste lockdown ontwikkelen de groeicijfers voor nieuwe digitale leden en uitleningen zich naar het niveau van ervoor (Koninklijke Bibliotheek, 2020). Gedurende de rest van het coronajaar is het aantal uitleningen op dit hoge niveau gebleven (Centraal Boekhuis, 2021).

Tijdens de eerste lockdown heeft de online bibliotheek, om het lezen thuis te stimuleren, in de Thuisbieb een honderdtal e-boeken gratis aangeboden. 160.000 mensen hebben de app gedownload in de maanden april en mei. Binnen de app hebben zij in deze periode in totaal 920.000 e-boeken gedownload (Koninklijke Bibliotheek, 2020).

De groei bij de online bibliotheek wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat fysieke bibliotheken de deuren gesloten hielden tijdens een groot deel van de eerste en tweede lockdown. De uitleningen van papieren boeken zijn in 2020 fors gekrompen: met 31% naar 42 miljoen exemplaren (CPNB, op basis van Stichting Leenrecht, 2021). 37% van de boekenleners zegt dat de coronacrisis het leengedrag heeft beïnvloed (KvB Boekwerk & GfK, 2020, meting 54). 8% van de bibliotheekbezoekers zegt door de tijdelijke sluiting van de bibliotheek meer e-boeken te zijn gaan lenen bij de online bibliotheek, terwijl 15% meer e-boeken is gaan lezen (KvB Boekwerk & GfK, 2020, meting 53). De groei bij de online bibliotheek kan de daling van de uitleningen van papieren boeken niet compenseren. 

Een andere mogelijke oorzaak is dat Nederlanders de dagen vaker in en rond het huis doorbrengen, en hierdoor ook via internet vanuit huis boeken verwerven om te lezen.

Kwart bevolking bekend met #ikleesthuis

Aan het begin van de eerste lockdown heeft de CPNB #ikleesthuis gelanceerd om het lezen, kopen en lenen van boeken te stimuleren. Deze campagne bestond uit uitingen in kranten en tijdschriften op papier en online, buitenreclames, spotjes op radio en televisie en op sociale media. Stichting Lezen heeft binnen #ikleesthuis een overzicht samengesteld met online initiatieven om het lezen tijdens de thuisquarantaine te bevorderen. Tevens lanceerde Kinderboekenambassadeur Manon Sikkel de #ikleesthuischallenge voor kinderen. Aan het begin van juni is 23% van de Nederlanders bekend met #ikleesthuis, meer dan de 17% halverwege de maand april. 36% van de Nederlanders die met de campagne in aanraking kwam, geeft aan dat #ikleesthuis aanleiding is geweest om boeken te gaan lezen (CPNB, op basis van Team Vier, 2020).

Meer op leesmonitor
Citeren?
Leesmonitor (2021). Lezen, kopen en lenen in coronatijd. www.leesmonitor.nu/nl/lezen-kopen-en-lenen-in-coronatijd
Quote?
Reading Monitor (2021). Lezen, kopen en lenen in coronatijd. www.leesmonitor.nu/nl/lezen-kopen-en-lenen-in-coronatijd