Ontlezing?

-> De dalende leestijd van boeken wordt vaak aangeduid met de term ‘ontlezing’.

-> Als whatsappen, e-mailen, twitteren en informatie zoeken op internet vormen van lezen zijn, dan lezen we meer dan ooit.

-> Het ‘nieuwe lezen’ is vooral in zwang onder de jongere generaties.

In 1955-‘56 schreven tijdsbestedingsonderzoekers dat ‘het lezen een eigenschap van de jeugd zelve is.’ Jongeren trokken toentertijd beduidend meer tijd uit voor boeken dan ouderen (Knulst & Kraaykamp, 1996). Vandaag de dag zal men een dergelijke conclusie niet snel meer trekken. Kinderen, jongeren en jongvolwassenen lezen van alle generaties het minst. Ten minste, als de definitie beperkt blijft tot het lezen van boeken, kranten en tijdschriften. Het beeld verandert als deze wordt verbreed naar alle talige en geletterde activiteiten in het digitale domein.

Er wordt namelijk heel wat gelezen én geschreven op het beeldscherm. Naast de 31 minuten per dag die Nederlanders uittrekken voor boeken, kranten en tijdschriften op papier, staan 6 minuten per dag voor het lezen van deze tekstsoorten op digitale dragers, en nog eens 5 minuten voor het lezen van tekstberichten op websites en in apps (‘online informeren’) (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016; Wennekers, Van Troost & Wiegman, 2016).

Vervolgens komen daar allerhande activiteiten bij die gerelateerd zijn aan het lezen en schrijven. Nederlanders besteden gemiddeld 1 uur en 6 minuten per dag aan digitaal communiceren en 18 minuten per dag aan ‘internet overig’. Het gaat bij deze categorieën om sms’en, chatten en (whats)appen (17 minuten per dag), e-mailen (17 minuten per dag) en sociale media gebruiken (21 minuten per dag) (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016; Wennekers, Van Troost & Wiegman, 2016). Dat maakt ongeveer 2 uur per dag aan talige en geletterde activiteiten in totaal – goed voor 14 uur per week.

Tijdsbesteding media-activiteiten

In minuten per dag door de Nederlandse bevolking

* De digitalisering heeft de mogelijkheden om te lezen enorm verbreed. Er zijn meer dragers voor teksten beschikbaar en nieuwe tekstsoorten – zowel met als zonder interactieve en multimediale verrijkingen – zien in rap tempo het levenslicht. Vroeger lazen we boeken uitsluitend op papier, tegenwoordig kan dat tevens van de e-reader, als app of streaming in een webbrowser. Om recht te doen aan deze ontwikkeling, heeft het tijdsbestedingsonderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau een nieuwe opzet gekregen. De mediatijd wordt gemeten in hoofdactiviteiten met media, zoals lezen, luisteren en kijken. Vervolgens wordt binnen die categorieën de tijdsbesteding op verschillende dragers en van verschillende soorten inhoud vastgelegd.

** Onder 'online informeren' valt het lezen van tekstberichten op nieuwssites en in -apps. 

De leestijd van boeken, kranten en tijdschriften is de laatste zestig jaar fors gedaald. Maar als het 'nieuwe' lezen wordt meegeteld, besteden we meer tijd aan lezen dan ooit tevoren. Bij nadere beschouwing blijkt dit bovendien een ‘eigenschap van de jeugd zelve.’ Het zijn namelijk vooral jongeren die digitaal communiceren. Zo bezien is er geen sprake van ontlezing, maar treedt er een verschuiving op van het lezen naar het digitale domein. Mensen, met name de jongere generaties, gebruiken andere media voor taal en tekst. Behalve op papier wordt er gelezen en geschreven op e-readers, tablets en smartphones. En terwijl gedrukte boeken, kranten en tijdschriften terrein verliezen, maken zij plaats voor nieuwe tekstsoorten zoals e-mail, sociale media en websites.

Een vraag is wel in hoeverre de aard van het ‘nieuwe’ lezen hetzelfde is. Ten eerste is het taalgebruik in sociale media, e-mails en chats functioneel en communicatief, bedoeld om een boodschap over te brengen, en anders dan bij literaire verhalen geen genotsdoel op zich. Als gevolg daarvan is het mogelijk, aldus Knulst & Kraaykamp, 1996, dat 'de ontvankelijkheid voor mooi gestileerde verhalen en beschouwingen vermindert.' In de tweede plaats wordt lezen van het scherm, van boeken tot chats, als oppervlakkiger beschouwd. Omdat digitale lezers ook surfen, navigeren en scannen, zouden ze minder geconcentreerd zijn, minder sterk opgaan in de verhaalwereld en de woorden van de schrijver minder goed opslaan in hun geheugen. Het empirisch bewijs voor deze gedachtegang neemt toe. Tegelijkertijd zijn er ook aanwijzingen dat digitale teksten specifieke voordelen bieden.