Opbrengsten

Een hooggeletterde bevolking is van belang voor economische groei, de volksgezondheid en een bloeiend cultureel-maatschappelijk leven. Vaardige lezers zijn over het algemeen succesvoller op de arbeidsmarkt. Mensen die regelmatig lezen zijn intelligenter, hebben een grotere algemene ontwikkeling en worden ouder.

Economie

Een sterke leesvaardigheid is niet alleen gunstig voor het individu, maar ook voor de samenleving. Zo dragen de leesprestaties bij aan de economische groei. Verschillen in leesvaardigheid van volwassenen verklaren meer dan de helft (55%) van de verschillen in de lange termijngroei van het Bruto Nationaal Product. Een hooggeletterde bevolking is dus een welvarende bevolking (Coulombe, Tremblay & Marchand, 2004; Buisman, Allen, Fouarge, Houtkoop & Van der Velden, 2013).

Carrièrekansen

In de moderne kennissamenleving is 80% van het werk gerelateerd aan lezen en schrijven. Er bestaat dan ook een sterk verband tussen een geringe leesvaardigheid en werkloosheid, lage lonen en beperkte carrièrekansen. Daarentegen zijn vaardige lezers juist vaker actief op de arbeidsmarkt, hebben ze een hoger inkomen, en maken ze gemakkelijker promotie op het werk. Alleen in de tevredenheid over hun werk verschillen laag- en hooggeletterden niet van elkaar (National Endowment for the Arts, 2007; Buisman, Allen, Fouarge, Houtkoop & Van der Velden, 2013).

Lezen in de vrije tijd vergroot de kans op een succesvolle loopbaan. Meisjes die op hun zestiende regelmatig een boek lezen, hebben op hun 33e 39% kans actief te zijn in een professionele of leidinggevende baan. Niet-lezende meisjes hebben slechts 25% kans om hetzelfde carrièreniveau te bereiken. Voor jongens liggen deze percentages met respectievelijk 58% en 48% iets dichter bij elkaar. Voor hun carrière is vrijetijdslezen minder bepalend (Taylor, 2011).

Gezondheid

Laaggeletterden vertonen vaker gedrag dat bedreigend is voor de gezondheid, zoals roken, drinken en vechten. Daarnaast hebben ze een grotere kans om daadwerkelijk minder gezond te zijn. De verklaring schuilt deels in hun geringe leesvaardigheid. Daardoor kunnen ze zich niet goed informeren over gezondheidskwesties. Voorlichtingsmateriaal in een meer toegankelijke schrijfstijl helpt, al zorgt dat er niet voor dat de kloof met hooggeletterden verdwijnt (DeWalt & Hink, 2009; Buisman, Allen, Fouarge, Houtkoop & Van der Velden, 2013).

Lezers worden gemiddeld ouder dan niet-lezers. Gepensioneerden die meer dan 3,5 uur per week lezen hebben over een periode van twaalf jaar 23% minder kans om te overlijden dan niet-lezende gepensioneerden. Voor gepensioneerden die minder dan 3,5 uur per week lezen is dat nog altijd 17%. Het lezen van fictie levert grotere gezondheidsvoordelen op dan het lezen van kranten of tijdschriften. De winst van (fictie)lezen schuilt in het behoud van cognitieve vaardigheden, wat weer zorgt voor een langere levensduur. Bij het vaststellen van het positieve effect van lezen is gecontroleerd voor andere factoren die de overlijdenskans beïnvloeden, zoals welvaart, opleiding, sekse, leeftijd en de gezondheid voorafgaand aan het onderzoek (Bavishi, Slade & Levy, 2016).

Cultuurparticipatie

Vaardige lezers bezoeken vaker een museum, concert of toneelstuk. Ook zijn ze vaker zelf actief als kunstenaar. Verder doen ze vaker vrijwilligers- of liefdadigheidswerk, doen ze meer aan sport en bezoeken ze vaker sportwedstrijden (National Endowment for the Arts, 2007). Tot slot hebben ze meer vertrouwen in de politiek en in hun medemens (Buisman, Allen, Fouarge, Houtkoop & Van der Velden, 2013).

Algemene ontwikkeling

Mensen die vaak een boek lezen, hebben een grotere algemene ontwikkeling. Ze beschikken over meer kennis van de wereld, en deze kennis blijkt ook vaker te berusten op feiten in plaats van op vooroordelen of stereotypen. Behalve de leesfrequentie hangen ook de leesvaardigheid, de schoolprestaties en het IQ positief samen met de algemene ontwikkeling (Cunningham & Stanovich, 2001).

Intelligentie

Word je slimmer van lezen? Blijkens tweelingonderzoek wel. Tweelingbroers- of zussen die op jonge leeftijd meer aandacht krijgen in hun leesontwikkeling dan hun tweelingbroer- of zus, presteren op latere leeftijd beter op intelligentietests. Ze scoren zowel hoger op verbale intelligentie (bijvoorbeeld woordenschat) als op non-verbale intelligentie (zoals redeneervaardigheden). Aangezien tweelingen hun genenpakket delen, kan dit niet anders worden verklaard dan door verschillen in leesopvoeding, zoals een effectieve leraar, uiteenlopende aandacht van de ouders of een vriendengroep die het lezen stimuleert (Richie, Bates & Plomin, 2015).

Volwassenen die vaak een boek lezen, presteren beter op taken waarbij ze logisch moeten redeneren. Hun scores zijn nagenoeg even hoog als die van jongere mensen. Regelmatig een boek lezen kan dus compenseren voor het achteruithollen van cognitieve vaardigheden op latere leeftijd (Cunningham & Stanovich, 2001).

Noot

Behalve het onderzoek naar intelligentie leggen de genoemde studies verbanden bloot, maar daarmee nog geen causaliteit. Zo valt moeilijk uit te maken of een hooggeletterde bevolking in staat is om economische groei te creëren, of dat meer welvaart maakt dat mensen zich beter kunnen ontwikkelen – ook op het gebied van taal en lezen. Dit is het bekende ‘kip of ei’-verhaal. Het lijkt het meest waarschijnlijk dat de economische groei en de geletterdheid elkaar over en weer versterken, in een opwaartse positieve spiraal. Vooralsnog geven de onderzoeken daarover echter (nog) geen uitsluitsel.