Welke kinderen houden van lezen?

Met name jongere kinderen, meisjes, migranten en leerlingen op de hogere onderwijsniveaus vinden lezen plezierig. Dat kinderen minder van lezen gaan houden als ze ouder worden, komt door de opmars van 'het lezen om te leren' en verplichte boeken voor school. Ook verschuift hun voorkeur van gedrukte boeken naar digitale media zoals computerspellen.

Leeftijd

Als kinderen ouder worden, gaan ze het lezen van boeken minder leuk vinden. 7-jarigen scoren ruim bovengemiddeld op een zevenpuntsschaal met items als ‘lezen niet kunnen missen’, ‘er lekker bij kunnen fantaseren’, ‘alles om me heen vergeten’ en ‘er veel van leren’. Zij hebben een positieve leesattitude, die op 15-jarige leeftijd is veranderd naar neutraal. Het leesplezier loopt met vrijwel elk levensjaar terug (Huysmans, 2013). De groep kinderen die het lezen van boeken bewust mijdt – een 'amotivatie' ontwikkelt – groeit juist in deze leeftijdsfase (Van Tuijl & Gijsel, 2015).

Leesattitude boeken, naar leeftijd

In gemiddelde scores (0=laag; 3,5=gemiddeld; 7=hoog)

Het is niet duidelijk op welke leeftijd de teruggang precies begint. Huysmans (2013) rapporteert dat het leesplezier afneemt op het moment dat kinderen leren lezen (vanaf het 7e en 8e jaar, ofwel in groep 3 en 4). Blijkens ander onderzoek stijgt het leesplezier tussen groep 4 en 5 of zelfs nog tussen groep 5 en 6, om in de erop volgende leerjaren geleidelijk af nemen (Monitor Bibliotheek op school, 2013; Nielen & Bus, 2013). Er bestaat wel consensus dat de daling zich voortzet na de basisschool. Kinderen gaan in de overgang naar de onderbouw van de middelbare school dus minder plezier beleven aan het lezen (Huysmans, 2013; Van Tuijl & Gijsel, 2015).

Een mogelijke oorzaak van het afnemende leesplezier is de zogeheten ‘fourth grade slump’. In het Nederlands: de 'groep 6-crisis'. Gedurende de basisschool verschuift de focus hoe langer hoe meer van het ‘leren om te lezen’ naar het ‘lezen om te leren’. De teksten die kinderen voorgeschoteld krijgen worden complexer en abstracter, waardoor de kans stijgt dat ze negatieve leeservaringen opdoen (Chall & Jacobs, 2003). Het zijn dan ook met name de minder vaardige lezers die in deze periode minder plezier in lezen krijgen (Nielen & Bus, 2016).

Een tweede mogelijke oorzaak is de verschuiving van het vrijwillige naar het verplichte lezen. Als kinderen ouder worden, moeten ze steeds vaker een boek lezen voor school, een presentatie geven over een boek of een boekverslag schrijven. Ze mogen juist minder vaak een zelf uitgezocht boek lezen op school (Huysmans, 2013). Voor 13- tot 17-jarigen is lezen dan ook een minder grote hobby dan voor 7- tot 12-jarigen. Ze noemen het vaker saai, en beschouwen het als een verplichte activiteit (CHOICE, 2010).

Sekse

15-jarige jongens hebben minder plezier in lezen dan meisjes op die leeftijd. Deze kloof geldt voor alle 65 deelnemende landen aan PISA, maar is voor Nederland het grootst: de score op de leesattitude-index van jongens is –0,66, die van meisjes 0,02 (Gille, Loijens, Noijons & Zwitser, 2010; OECD, 2011). Op 10-jarige leeftijd beleven jongens ook al minder plezier aan lezen (Netten, Droop, Verhoeven, Meelissen, Drent & Punter, 2012).

Het sekseverschil komt ook naar voren uit nationaal onderzoek. Zowel in het basis- als voortgezet onderwijs vinden meisjes lezen leuker. Hun leesattitude daalt tussen 7- en 15-jarige leeftijd van positief naar licht positief, terwijl die van jongens verandert van licht positief naar licht negatief. De kloof tussen de seksen blijft ongeveer even groot. Het leesplezier loopt terug, maar dat gebeurt bij jongens en meisjes in nagenoeg dezelfde mate (Tellegen & Frankhuisen, 2002; Stokmans, 2009; Huysmans, 2013; Monitor Bibliotheek op school, 2013).

Leesattitude boeken, naar leeftijd en sekse

In gemiddelde scores (0=laag; 3,5=gemiddeld; 7=hoog)

Jongens en meisjes hebben uiteenlopende genrevoorkeuren. Terwijl jongens liever kranten en strips lezen, prefereren meisjes verhaalboeken en tijdschriften (Gille, Loijens, Noijons & Zwitser, 2010). En terwijl jongens het prettig vinden om te lezen over sport, oorlog, fantasy en science fiction, zijn meisjes happig op boeken over romantiek en vriendschap (Monitor Bibliotheek op school, 2013).

Ook hun drijfveren om te lezen verschillen. Het stillen van de honger naar kennis en informatie is voor beide seksen een even belangrijk motief. Meisjes lezen echter gretiger ter ontspanning en regulering van hun stemming. Ze pakken een boek ter hand om hun verveling te bestrijden, zich rustig te voelen, afleiding te zoeken of hun eenzaamheid te verlichten. Dit sekseverschil geldt voor kinderen in het voortgezet onderwijs en, in mindere mate, in het basisonderwijs. Als jongens wel lezen voor hun gemoedstoestand is dat niet om zich te ontspannen. Ze zijn juist op zoek naar spanning, sensatie en opwinding (Tellegen & Frankhuisen, 2002).

Tot slot laten de seksen zich sterker meeslepen door een hoofdpersoon van het eigen geslacht. Meisjes lezen liever boeken over meisjes – en liever niet over jongens. Jongens lezen liever boeken over jongens – en liever niet over meisjes. Dit verschil geldt overigens sterker voor jongens (Maynard, MacKay, & Smith, 2008).

Etniciteit

Migranten die op de middelbare school zitten hebben een positievere houding tegenover het lezen dan niet-migranten. Het verschil blijft beperkt tot de zogeheten utilitaire attitude: de baat die iemand bij het lezen denkt te hebben, bijvoorbeeld voor zijn professionele loopbaan. Er is geen significant effect gevonden voor de hedonistische attitude, die het verwachte plezier en genot meet. Migrantleerlingen beschouwen het lezen dus vooral als nuttiger dan niet-migrantleerlingen (Stokmans, 2009).

Opleiding

Kinderen op de hogere schoolniveaus houden meer van lezen. 15-jarige vwo'ers vinden lezen het leukst, gevolgd door hun leeftijdgenootjes op de havo en het vmbo. Binnen het vmbo is er weer een verschil tussen de leerwegen. Scholieren in de gemengde en theoretische leerweg beleven het meeste plezier aan lezen, gevolgd door hun leeftijdgenootjes in de kaderberoepsgerichte en de basisberoepsgerichte leerweg (Gille, Loijens, Noijons & Zwitser, 2010).

De positievere leesattitude van hoger opgeleide kinderen geldt alleen voor de hedonistische component: het lezen voor het plezier. Lager opgeleide kinderen scoren juist hoger op de utilitaire component: ze beschouwen lezen als nuttiger, voor hun toekomst of loopbaan (Stokmans, 2007).

In relatie tot andere media

Vmbo-leerlingen in de kader- en basisberoepsgerichte leerweg gebruiken gedrukte media vrijwel uitsluitend voor school, of om informatie te vergaren (utilitaire attitude of extrinsieke motivatie). Als ze zich willen ontspannen, gaat hun voorkeur juist uit naar digitale media (hedonistische attitude of intrinsieke motivatie). Dit komt doordat contacten met vrienden en familie in hun dagelijks leven zo’n belangrijke plaats innemen. Computers, smartphones en sociale media lenen zich beter voor deze functie dan boeken, kranten en tijdschriften (Kruistum, Leseman & De Haan, 2009).

Jongens in de kader- en basisberoepsgerichte leerweg maken vooral gebruik van digitale media. De voorkeuren van meisjes zijn meer gespreid. Zij verdelen hun aandacht over de computer, het boek en face-to-face contacten. Beide geslachten gebruiken vooral digitale media voor hun plezier, al zetten meisjes ze relatief vaker in voor school en informatievergaring (Unlusov, De Haan, Leseman & Van Kruistum, 2010).

Boek versus computerspel

Computerspellen oefenen een grotere aantrekkingskracht uit op jongens, boeken op meisjes. Dat is het geval op zowel de basis- als op de middelbare school, al groeit de geslachtskloof met de jaren. Waar oudere meisjes met steeds meer geboeide aandacht gaan lezen, neemt dit bij oudere jongens juist gestaag af. Zij blijven wel even sterk geboeid door het computerspel, terwijl dit bij meisjes weer terugloopt als ze ouder worden. In één opzicht komen de seksen overeen: ze hebben beide meer moeite om in een boek ‘te komen’ dan in een computerspel (Tellegen, Alink & Welp, 2002).

Meisjes geven, om hun stemming te reguleren, de voorkeur aan boeken. Jongens zoeken daarvoor hun heil liever in een computerspel. Ook beleven zij meer vreugde aan de vaardigheid om te gamen dan om te lezen, wat bij meisjes precies andersom is. Maar beide seksen ervaren andere emoties bij boek en computerspel. Bij het lezen treden vooral gevoelens op voor de personages en dus voor anderen, zoals sympathie, empathie en medelijden. Het spelen genereert juist gevoelens over jezelf: vreugde of boosheid, afhankelijk van of je wint of verliest (Tellegen, Alink & Welp, 2002).