Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Welke volwassenen houden van lezen?

Hoe ouder Nederlanders zijn, hoe groter hun interesse in literair lezen. Er is geen verschil tussen de seksen, al hebben vrouwen wel andere literaire leesmotieven. Ook staan ze positiever tegenover voorlezen dan mannen.

Generatie

Leeftijd heeft geen invloed op de houding van Nederlanders tegenover het lezen van boeken (Stichting Marktonderzoek Boekenvak/GfK, 2011.3; Stichting Lezen, 2014), maar wel van literaire boeken. 50+’ers hebben daarin een grotere interesse dan 18- tot 49-jarigen. Hoe ouder mensen zijn, hoe positiever ze dus staan tegenover het lezen van een roman, een kort verhaal of een gedicht (Miesen, 2007).

Ontspanning en intellectuele ontwikkeling zijn de belangrijkste motieven om literair te lezen. 50+’ers lezen echter minder om zichzelf te ontspannen dan 18- tot 49-jarigen. Ook vinden zij literair lezen minder geschikt om hun verveling te verdrijven. Op de leesmotieven intellectuele ontwikkeling, het verbreden van de horizon en het verkrijgen van status zijn er geen verschillen tussen leeftijdsgroepen (Miesen, 2007).

Sekse

Terwijl vrouwen meer plezier hebben in het lezen van boeken en dit ook als nuttiger beschouwen (Stichting Marktonderzoek Boekenvak/GfK, 2011.3; Stichting Lezen, 2014), is de interesse in literaire boeken onder mannen en vrouwen ongeveer even groot. Als het aankomt op hun motieven om literair te lezen, lezen vrouwen meer om zichzelf te ontspannen, intellectueel te ontwikkelen en om hun horizon te verbreden. Voor status verkrijgen en verveling verdrijven bestaat er geen verschil tussen de seksen (Miesen, 2007).

Nederlanders laten zich het meest beïnvloeden door hun partner om een literair boek te lezen, gevolgd door hun naaste vrienden, ouders, broers en zussen, andere familie, collega’s en studiegenoten. Mannen laten zich sterker beïnvloeden door hun levenspartner dan vrouwen. Dat duidt erop dat hun literaire leesmotivatie meer van buiten gestuurd wordt. Die van vrouwen komt meer voort uit een innerlijke drive (Miesen, 2007).

Voorlezen

Voorlezende ouders zijn positiever over voorlezen dan voorlezers in het algemeen. Niet-voorlezende ouders zijn juist negatiever dan niet-voorlezers in het algemeen. Dat geldt ook voor de ideale leeftijd van het kind om met voorlezen te beginnen: voor voorlezende ouders ligt die hoger dan voor niet-voorlezende ouders (Stichting Lezen/GfK, 2014).


Vrouwen staan positiever tegenover voorlezen dan mannen. Ze vinden het leuker en nuttiger en onderschrijven ook meer de verworvenheden, zoals het stimuleren van het taalgevoel en taalbegrip, evenals de woordenschat, concentratie en vaardigheid om verhalen te begrijpen. Ook vinden ze, en dat geldt met name voor moeders, dat het goed is om op jonge leeftijd te beginnen met voorlezen, en om er zo lang mogelijk mee door te gaan (Stichting Lezen/GfK, 2014).