Welke volwassenen zijn goed in lezen?

De meest vaardige lezers zijn mannen, autochtonen en mensen uit hoger opgeleide gezinnen. Laaggeletterdheid komt met name voor onder langdurig werklozen. Als mensen ouder worden, loopt hun geletterdheid langzaam achteruit.

Sekse

Nederlandse mannen zijn vaardiger in lezen dan vrouwen. Hoewel vrouwen in vergelijking met seksegenoten uit andere PIAAC-landen goed presteren, behoort de kloof met mannen in Nederland tot de grootste ter wereld. In alle leeftijdsgroepen presteren vrouwen minder goed – ook onder jongvolwassenen tussen de 16 en 34 jaar. Dat is opmerkelijk, omdat op alle jongere leeftijden meisjes juist een voorsprong hebben op jongens. Het zou dus kunnen dat het beeld onder volwassenen in de toekomst verandert, ook omdat vrouwen steeds actiever zijn op de arbeidsmarkt (en 80% van het werk gerelateerd is aan lezen en schrijven) (Buisman, Allen, Fouarge, Houtkoop & Van der Velden, 2013).

Herkomst 

In Nederland is er, in vergelijking met andere landen, ook een brede kloof tussen autochtonen en allochtonen. Met name migranten die zelf in het buitenland geboren zijn (eerste generatie), presteren minder goed op leesvaardigheid. Zijn alleen hun ouders in het buitenland geboren (tweede generatie), dan is het verschil met autochtonen klein. Dat is opmerkelijk, omdat op jongere leeftijden migranten van de eerste en de tweede generatie juist op hetzelfde (lagere) niveau zitten (Buisman, Allen, Fouarge, Houtkoop & Van der Velden, 2013).

Laaggeletterd

Laaggeletterdheid komt vooral voor onder oudere mensen, lager opgeleiden, mensen zonder startkwalificatie (mbo-2), migranten van de eerste generatie en langdurig werklozen. Toch bestaat, in absolute aantallen gezien, de grootste groep uit werkende, autochtone middelbaar opgeleiden. Zij zijn goed voor een kwart van alle laaggeletterden. Er is geen sprake van een digitale kloof: 90% van de laaggeletterden heeft thuis een computer met internetaansluiting (Buisman & Houtkoop, 2014Buisman, Allen, Fouarge, Houtkoop & Van der Velden, 2013; Fouarge, Houtkoop & Van der Velden, 2011).

Volwassen Nederlanders uit lager opgeleide gezinnen hebben een grotere kans om laaggeletterd te zijn. Toch speelt het opleidingsniveau van de ouders in vergelijking met andere PIAAC-landen een beperkte rol. Nederland kent namelijk niet alleen weinig laaggeletterden, maar ook veel excellente lezers met lager opgeleide ouders. Dat de geletterdheid in geringe mate wordt bepaald door het sociaal milieu, duidt op een ‘egalitaire’ samenleving (Buisman, Allen, Fouarge, Houtkoop & Van der Velden, 2013).

Gedurende het leven

Mensen worden tot hun dertigste levensjaar steeds leesvaardiger. Daarna begint er een verslechtering op te treden, die doorgaat tot hun zestigste. Zowel laaggeletterden als gemiddelde en excellente lezers zien hun leesvaardigheid teruglopen. Een verklaring is dat mensen, naarmate ze ouder worden, minder onderwijs volgen. Als ze dat wel doen, veel lezen tijdens het werk en/of een regelmatige baan hebben, dan blijken ze hun leesvaardigheid beter op peil te houden. Hier geldt dus het principe van ‘use it or lose it’ (Willms & Murray, 2007; Buisman, Allen, Fouarge, Houtkoop & Van der Velden, 2013).