Ontlezing?

Ondanks de dalende leestijd van gedrukte media, is het onduidelijk of er sprake is van ‘ontlezing’.

Van de 3,8 uur die Nederlanders in 2005 achter de computer doorbrengen, besteden ze 2,2 uur aan taken die op de één of andere manier met lezen en schrijven te maken hebben. Bijvoorbeeld het werken met tekstverwerkingsprogramma’s (0,3 uur), e-mailen (0,4 uur), chatten (0,7 uur) en online kranten lezen (0,1 uur). Ook gericht naar informatie zoeken (0,4 uur) en zomaar wat surfen (0,3 uur) zijn grotendeels talige activiteiten (SCP, 2010).

Op het online lezen van kranten na, gaat het hier echter niet om ‘traditionele’ leesactiviteiten. Uit een SCP mediatijdsbestedingonderzoek uit 2008, waarin respondenten boven de 16 jaar zowel een dagboek bijhouden in de werk- als in de vrije tijd, blijken deze nog nauwelijks een plaats te hebben veroverd binnen het digitale domein. Nederlanders in de leeftijd 16-80 jaar lezen dagelijks 1 minuut in online kranten, tegen 23 minuten in gedrukte kranten. Boeken (papier: 14 minuten) en tijdschriften (papier: 19 minuten) worden nog helemaal niet digitaal gelezen (SCP, 2010).

Met de introductie van de e-reader en de tablet zijn de cijfers uit het SCP mediatijdsbestedingonderzoek uit 2008 inmiddels ten dele achterhaald. Deze digitale leesapparaten zorgen voor een sterkere positie voor e-boeken, e-kranten en e-tijdschriften in het digitale domein. Toekomstig tijdsbestedingonderzoek zal, door zowel het gedrukte als het digitale boek te betrekken, uitsluitsel moeten geven in hoeverre er daadwerkelijk sprake is van ‘ontlezing’.

  • print