Young Adult Literatuur
In het voortgezet onderwijs, en met name in de bovenbouw, wordt weinig aandacht besteed aan Young Adult Literatuur. Terwijl dit genre de kloof tussen kinderboeken en volwassenenromans kan helpen overbruggen.
Naarmate kinderen ouder worden, beleven ze steeds minder plezier aan het lezen van boeken. Een mogelijke oorzaak is de gebrekkige doorgaande leeslijn in het literatuuronderwijs. De stap van verhalen voor kinderen naar romans voor volwassenen wordt vaak gemaakt zonder tussenkomst van het genre dat meer aansluit op de belevingswereld van tieners, de Young Adult Literatuur (YAL).
Zo besteedt in 2001 98,3% van de docenten in de bovenbouw van havo en vwo aandacht aan moderne literatuur van na 1880, en nog altijd 88,8% aan premoderne literatuur van voor 1880. Daarentegen behandelt slechts 12,1% jeugdliteratuur in de klas. Wel vindt bijna een op de drie docenten het goed als hun leerlingen YAL willen lezen voor de lijst, zolang het maar geen kinderboeken zijn (Van Lierop-Debrauwer & Bastiaansen-Harkst, 2005). Tien jaar later, in 2011, is dit beeld nauwelijks veranderd: in de bovenbouw van de havo mag 34% een YAL-boek aandragen voor de leeslijst, in de bovenbouw van het vwo gaat het om 18% (Elsevier, 2011).
In de onderbouw van vmbo, havo en vwo vindt YAL meer ingang. 96% van de docenten vindt het enigszins of zelfs zeer belangrijk om jeugdliteratuur in de klas te behandelen. Ze besteden er 23 minuten per week aan, ofwel 12% van de totale lestijd. Het behandelen van jeugdliteratuur moet leerlingen laten zien dat er ook leuke boeken zijn (93% van de docenten) en het is volgens hen goed voor de taalontwikkeling (90%), algemene ontwikkeling (78%) en het begrijpend lezen (67%) (DUO Market Research, 2009).
Dat YAL de literaire competentie kan helpen stimuleren, blijkt uit een experiment van Van Lierop-Debrauwer & Bastiaansen-Harkst (2005). 29 klas 4-gymnasiasten maakten een vergelijkende analyse van een adolescentenroman voor jongeren (YAL) en een adolescentenroman voor volwassenen. Niet alleen bleken ze goed in staat deze opdracht over verschillen en overeenkomsten tussen de beide literaire boeken uit te voeren, ze hadden er ook plezier in. 24 van de 29 leerlingen waren positief, vijf zowel positief als negatief. Wel gaven ze de voorkeur aan de adolescentenroman voor jongeren, omdat deze makkelijker was en ze zich er beter mee konden identificeren. Een teken dat het leesplezier voor deze leerlingen voorop staat, concluderen Van Lierop-Debrauwer & Bastiaansen-Harkst (2005).



