Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Leestijd

-> 78% van de bevolking las het afgelopen jaar een boek. Minder dan twee op de tien mensen leest nooit een boek, krant en/of tijdschrift.

-> Sinds de jaren 50 zijn Nederlanders steeds minder tijd gaan besteden aan lezen. Tekstberichten op nieuwssites en in apps zijn de enige tekstsoorten die winnen aan leestijd.

-> Nederlanders zijn de laatste jaren minder boeken gaan uitlezen.

-> Nederlanders zijn internationaal gezien fervente boekenlezers die veel tijd besteden aan lezen.

-> Het spannende boek is het populairste genre, gevolgd door het literaire en informatieve boek.

-> Het lezen concentreert zich in de vroege ochtend, late middag en de avonduren.

-> Thuis op de bank en in bed zijn de favoriete leeslocaties.

-> Ruim een derde van de tijd wordt het lezen gecombineerd met een andere (media-)activiteit.

Leesmedia in zwang onder merendeel bevolking

De meeste Nederlanders maken gebruik van gedrukte media. 78% van de bevolking van 13 jaar of ouder heeft de afgelopen twaalf maanden een boek geheel of gedeeltelijk gelezen. 18% van de bevolking geeft aan nooit in een boek te lezen. Het aantal nooit-lezers van kranten (14%) en tijdschriften (13%) ligt iets lager (Stichting Marktonderzoek Boekenvak/GfK, 2016.3). De cijfers zijn representatief voor de bevolking exclusief het aantal laaggeletterden. Zij zijn waarschijnlijk onvoldoende in staat om een schriftelijke vragenlijst in te vullen.

Drie op de tien mensen (29%) lezen vrijwel elke dag in een boek. Daarmee worden boeken op dagelijkse basis minder gelezen dan kranten (52%) maar meer dan tijdschriften (16%). Nederlanders zijn de drie leesmedia tussen 2012 en 2015 nagenoeg even vaak blijven lezen. Van 2015 op 2016 daalt het leesgedrag van boeken en kranten significant. Dat is mogelijk een ‘seizoenseffect’, omdat de enquête in 2016 in juni in plaats van in januari is gehouden (Stichting Marktonderzoek Boekenvak/GfK, 2016.3).

Leesgedrag, op dagelijkse basis, gedrukt en digitaal

In procenten van de Nederlandse bevolking

Nederlander is internationaal gezien fervente boekenlezer

Nederlanders zijn in vergelijking met andere Europeanen fervente boekenlezers. 86% van de bevolking boven de 15 jaar leest in 2013 weleens in een boek. Dat is een lichte daling ten opzichte van de 84% in 2007, maar fors hoger dan het Europese gemiddelde van 68% (72% in 2007). Op de Europese ranglijst staat Nederland tweede. Nederlanders behoren, net als de meeste andere Noord-Europeanen, tot de cultuuromnivoren. Ze kijken of luisteren (ook) vaker naar culturele programma’s, gaan vaker naar de bioscoop en bezoeken vaker een historisch monument of museum. Als het gaat om bibliotheekbezoek, zit Nederland vlak boven de middenmoot: 45% van de bevolking gaat er weleens heen (TNS Opinion & Social, 2013).

Europese leesgedrag top 10

In procenten van de bevolking

De leestijd daalt, behalve van online nieuws

Nederlanders zijn de afgelopen zestig jaar minder tijd gaan besteden aan het lezen van boeken. In 1955 trokken ze zich gemiddeld 2,4 uur per week terug met een boek. Twintig jaar later was dat 1,6 uur per week, een daling van 33%, en weer dertig jaar later 1,3 uur per week, een daling van nog eens 18%. De daling voor dag- en nieuwsbladen en tijdschriften is nog omvangrijker. Die bedraagt tussen 1975 en 2005 ongeveer 50% (Huysmans & De Haan, 2010). De dalende leestijd doet zich voor onder alle lagen van de bevolking: mannen en vrouwen, jongeren en ouderen, lager en hoger opgeleiden (De Haan & Sonck, 2013).

In het tijdsbestedingsonderzoek ‘nieuwe stijl’ zet de dalende trend zich door. De leestijd loopt tussen 2013 en 2015 terug van 5,2 naar 4,8 uur per week. Deze daling is significant en dus ‘betekenisvol’. Dat komt doordat er, net als in de periode 1975-2005, minder mensen zijn die lezen. Terwijl in 2013 50% van de bevolking las op een gemiddelde dag, ging het in 2015 om 46%. De mensen die lezen, ruimen daar ongeveer evenveel tijd voor in (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016).

Uitgesplitst naar genre, is er tussen 2013 en 2015 enkel een significante daling van het aantal lezers van dag- en nieuwsbladen en leesmedia overig: huis-aan-huisbladen, folders, post en teletekst. De leestijd van boeken daalt wel, maar niet significant en dus niet ‘betekenisvol’. De significante stijging van leesmedia online van een wekelijkse 0,5 naar 0,6 uur kan de daling bij de andere categorieën niet compenseren (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016).

Tijdsbesteding leesmedia

In uren per week door de Nederlandse bevolking

* Tijdsbestedingsonderzoek nieuwe stijl: Media: Tijd. De voornaamste verschillen:
- Respondenten vullen een dagboek in met vooraf gegeven categorieën. Voorheen gebruikten ze hun eigen woorden.
- De focus van het onderzoek ligt op mediagebruik. Dat lokt bij respondenten mogelijk een hogere media-rapportage uit, en dus ook een hogere leestijd.
- Respondenten noteren hun tijdsbesteding in hun werk- én vrije tijd. Voorheen deden ze dat uitsluitend voor hun vrije tijd. Lezen voor onderwijs- en studiedoeleinden wordt echter ingevuld onder de categorie 'opleiding/studie/cursus/stage'. Dat valt binnen de leestijd dus nog altijd buiten beschouwing. Lezen voor of op het werk wordt wel onder lezen gerapporteerd.
- Er zijn afzonderlijke categorieën voor lezen van papier en van het scherm. Voorheen schaarden respondenten digitaal lezen vaak onder computer- en internetgebruik (in plaats van onder lezen).

** Onder leesmedia overig vallen huis-aan-huisbladen, folders, post, teletekst.

*** Onder leesmedia online vallen berichten op nieuwssites en -apps (in Media: Tijd aangeduid als 'online informeren'). Deze kunnen naast tekst bewegend beeld en/of audio bevatten. Het lezen van dag- en nieuwsbladen in digitale vorm, alsmede het bezoeken van de bijbehorende websites, valt onder dag- en nieuwsbladen.

Nederlander besteedt internationaal gezien veel tijd aan lezen

Nederlanders besteden in vergelijking met andere Europeanen veel tijd aan lezen. Ze trekken dagelijks 36 minuten uit voor gedrukte media, waaronder boeken, kranten en tijdschriften vallen. Het Europees gemiddelde ligt op 28 minuten. Nederland staat op de derde plaats van de Europese ranglijst, achter Duitsland maar voor België (SCP, 2011).

Leestijd top 10 Europa

In minuten per dag door de bevolking

Er worden minder boeken uitgelezen

Nederlanders zijn de laatste jaren minder boeken gaan uitlezen. Ze lezen gemiddeld 6,1 boeken per jaar van begin tot eind. Dat is 0,2 boek minder dan de 6,3 boeken in 2015, en 1,5 boek minder dan de 7,8 boeken in 2014. Ook toen betekende dat een daling. In 2013 lazen Nederlanders gemiddeld 8,4 boeken per jaar uit, in 2012 8,6 (Stichting Marktonderzoek Boekenvak/GfK, 2016.1).

De leesfrequentie over deze periode is nagenoeg stabiel. Dat zou kunnen betekenen dat Nederlanders vaker in een boek beginnen zonder de eindstreep te halen. De laatste keer dat ze een boek hebben uitgelezen, ligt dan ook verder terug in de tijd. Terwijl dat in 2013 voor 46% van de Nederlanders ongeveer een week geleden was, gaat het in 2015 om 42%. Andersom groeide de groep voor wie het drie maanden geleden of langer is dat ze een boek hebben uitgelezen van 13% naar 16% (Stichting Marktonderzoek Boekenvak/GfK, 2016.1).

Jaarlijks aantal gelezen boeken, gedrukt en digitaal

In procenten van de Nederlandse bevolking

* Gemiddelde is berekend op basis van het klassenminimum: voor 1-5 boeken: 1; voor 6-20: 6; voor 21-45: 45; etcetera.

Genre top 3: spanning, literatuur en informatie

Het spannende boek is met stip het populairste boekgenre onder de Nederlandse bevolking. Een op de zeven boekenlezers leest minstens een keer per week in een thriller of detective. Literaire romans en informatieve boeken volgen op enige afstand: ruim een op de tien boekenlezers leest deze genres op wekelijkse basis. Daarop volgen kinderboeken, romantische boeken, streekromans en stripboeken. Poëziebundels zijn het minst populair. Ten opzichte van twee jaar geleden winnen literatuur en poëzie terrein, terwijl spannende en romantische boeken terrein verliezen (Stichting Marktonderzoek Boekenvak/GfK, 2016.1Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016).

Gelezen boekgenres, op wekelijkse basis, gedrukt en digitaal

In procenten van de Nederlandse boekenlezers

Aan spannende en romantische boeken wordt ook de meeste leestijd besteed, gevolgd door literaire boeken, informatieve boeken en jeugdboeken en strips (Huysmans & De Haan, 2010). In de jaren 90 was dit beeld nagenoeg hetzelfde (Knulst & Kraaykamp, 1996).

Tijdsbesteding boekgenres

In uren per week door de Nederlandse bevolking

Ochtend, namiddag en avond populairste leesmomenten

Boeken, kranten en tijdschriften (gedrukt en digitaal) bereiken overdag constant minstens 3% van de bevolking. De hoogtepunten liggen rond 8.30 (als 6% leest), 16.00 (5%) en tussen 20.30 en 22.30 (4%). Het aantal mensen dat leest is in vergelijking met andere media bescheiden. In de avonduren zit ruim de helft van de bevolking te kijken – met dank aan de televisie. Tijdens kantooruren is ruim 20% aan het luisteren – met dank aan de radio. Digitale media hebben overdag een redelijk stabiel bereik, met gemiddeld tussen de 5% en 7% voor communiceren en 3% en 4% voor ‘internet overig’. Alleen rond 18.00, het moment dat veel Nederlanders aan tafel gaan, is er een dipje (Wennekers, Van Troost & Wiegman, 2016).

Media-activiteiten over de dag

In procenten van de Nederlandse bevolking

De verschillende tekstsoorten kennen hun eigen piekmomenten. De krant wordt vooral in de vroege uren gelezen, wat ook geldt voor nieuwsberichten op websites en in apps. In de middag- en vooral de avonduren zijn boeken het populairst. Het gebruik van andere tekstsoorten is gelijkmatiger verdeeld over de dag en op alle momenten lager dan die van kranten en boeken (Wennekers, Van Troost & Wiegman, 2016).

Leesactiviteiten over de dag

In procenten van de Nederlandse bevolking

Lezen gebeurt thuis, het vaakst in bed

De Nederlander leest bij voorkeur thuis, in bed óf op de bank. Ruim vier op de tien boekenlezers trekt zich minstens één keer per week op deze plekken terug met een boek. Een kwart leest zelfs vrijwel elke dag in bed, 17% op de bank. Andere locaties om te lezen volgen op geruime afstand. 13% leest één keer per week of vaker aan de eettafel, terwijl het openbaar vervoer, een café of restaurant en het werk met 5% nauwelijks in trek zijn. Een overgrote meerderheid van de mensen zegt op deze plaatsen zelfs überhaupt niet te lezen (Stichting Marktonderzoek Boekenvak/GfK, 2012.1).

Leeslocaties

In procenten van de Nederlandse boekenlezers

Lezen wordt het vaakst gecombineerd met luisteren en kijken

Nederlanders besteden 32% van de tijd die ze lezen (in boeken, kranten en tijdschriften, gedrukt en digitaal) media-multitaskend (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016). Dat is minder dan twee jaar geleden, toen het nog ging om 41% (Sonck, Pennekamp & Kok, 2014). Media-multitasken vindt vaker plaats tijdens het lezen dan tijdens het kijken en luisteren, ongeveer even vaak als tijdens het gamen, en minder vaak dan tijdens het communiceren (Wennekers, Van Troost & Wiegman, 2016). Het gebeurt vaker op digitale apparaten dan tijdens het lezen van papier (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016).

Lezen wordt het vaakst gecombineerd met luisteren, gevolgd door kijken (Wennekers, Van Troost & Wiegman, 2016). Dat geldt ook voor het lezen van boeken. Zes op de tien Nederlanders luisteren met enige regelmaat naar de radio tijdens het lezen van een boek, terwijl vier op de tien naar de televisie kijken. Ongeveer een kwart van de mensen communiceert tijdens het lezen van een boek weleens via internet, bijvoorbeeld door een e-mail te schrijven, berichten te posten op sociale media of over het web te surfen (Stichting Marktonderzoek Boekenvak/GfK, 2015.1).

Het is de vraag in hoeverre media-multitasken de juiste benaming is voor het combineren van media-activiteiten. Het lezen van een boek kan op hetzelfde moment gebeuren als het luisteren naar een radio- of televisieprogramma, maar om een e-mail te kunnen lezen of schrijven, zal het lezen zeer waarschijnlijk (tijdelijk) gestaakt worden. Deze activiteiten wisselen elkaar eerder af dan dat ze gelijktijdig plaatsvinden. Er is in dat geval veeleer sprake van ‘task-switchen’. Veel Nederlanders onderbreken het lezen van het boek voor dergelijke uitstapjes buiten de tekst. 24% raadpleegt tijdens het lezen weleens andere boeken, 21% gebruikt andere media en 14% surft op het internet. Het taskswitchen gebeurt vaker tijdens het lezen van digitale boeken dan tijdens het lezen van gedrukte boeken (Stichting Marktonderzoek Boekenvak/GfK, 2013.3).