Lezen in de kinderopvang

Ruim een op de drie kinderen bezoekt een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf. Eén op de zes gaat naar de buitenschoolse opvang (bso). Op peuterspeelzalen en kinderdagverblijven wordt vaker (voor)gelezen dan op bso's. Ook is de beschikbaarheid van boeken er beter geregeld.

Aantal instellingen en kinderen

De sector van de kinderopvang beslaat drie soorten organisaties: kinderdagverblijven voor 0- tot en met 3-jarigen, peuterspeelzalen voor 2- en 3-jarigen en de buitenschoolse opvang voor (basis)schoolgaande kinderen van 4 jaar en ouder. In 2015 en 2016 telde Nederland 6.431 locaties voor kinderopvang, 2.150 peuterspeelzalen en 6.327 locaties voor buitenschoolse opvang (Brancheorganisatie Kinderopvang, 2016; Directie Kinderopvang ministerie SZW, 2016; Brancheorganisatie Kinderopvang, 2014). Deze waren ondergebracht onder de vlag van 2.862 overkoepelende organisaties (Brancheorganisatie Kinderopvang, 2015).

260.000 kinderen tussen de 0 en 3 jaar bezoeken een kinderdagverblijf. Dat is 37% van het totaal aantal kinderen in deze leeftijdsgroep (Brancheorganisatie kinderopvang, 2014). 73.000 peuters van 2 en 3 jaar bezoeken een peuterspeelzaal. Dat is 27% van het totaal aantal kinderen in deze leeftijdsgroep (Directie Kinderopvang ministerie SZW, 2016). 280.000 kinderen van 4 tot 12 jaar zitten op de buitenschoolse opvang. Dat is 16% van het totaal aantal kinderen in deze leeftijdsgroep (Brancheorganisatie kinderopvang, 2014). Alle typen opvang mogen de laatste jaren minder kinderen verwelkomen. Bovendien loopt de aanwas op peuterspeelzalen sterker terug dan op kinderdagverblijven. Dat komt doordat steeds meer moeders de arbeidsmarkt betreden (Directie Kinderopvang ministerie SZW, 2014).

(Voor)leesklimaat kinderopvang

Voorlezen is een vanzelfsprekende dagactiviteit in de kinderopvang. 98% van de leid(st)ers op de peuterspeelzaal en 92% van de leid(st)ers op het kinderdagverblijf maakt er minstens drie keer per week tijd voor vrij. Ze lezen vooral voor om de taal-, sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van de kinderen te stimuleren (TNS Nipo, 2013). Van digitale (interactie-)media wordt op 60% van de instellingen gebruik gemaakt. Boekjes nemen dus een prominentere plaats in dan digitale media (Stichting Mijn Kind Online & Mediawijzer, 2014).

Peuterspeelzalen besteden meer aandacht aan boekverwerking dan kinderdagverblijven. Leid(st)ers gaan vaker in op opmerkingen en ervaringen van kinderen, stellen hen vaker vragen over het verhaal en wijzen vaker dingen aan in de tekst. Ook houden peuterspeelzalen bij de aanschaf van boeken meer rekening met het taalniveau en de leesinteresses van de kinderen. Tot slot zijn er meer boeken aanwezig, al loopt het verschil met kinderdagverblijven ten opzichte van voorgaande peilingen terug (TNS Nipo, 2013).

92% van de kinderopvanglocaties (peuterspeelzalen én kinderdagverblijven) maakt in het pedagogisch beleidsplan ruimte voor voorlezen en gedrukte media. Voor digitale media is dat 46% (Stichting Mijn Kind Online & Mediawijzer, 2014).

Er heerst over het algemeen een goede sfeer op peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. De leid(st)ers staan open voor signalen van de kinderen, ze leven zich in hen in. Met deze vormen van emotionele begeleiding stimuleren ze de woordenschat. Leid(st)ers kunnen echter nog vaker voorlezen, samen puzzels maken, kringgesprekken voeren en ‘doen alsof’-fantasiespellen spelen. Deze vormen van educatieve begeleiding maken dat kinderen zich leren concentreren, hun taalvermogen ontwikkelen en werken aan hun cognitieve vaardigheden (Slot, 2014).

Leid(st)ers die veel emotionele en educatieve begeleiding bieden, zijn over het algemeen beter opgeleid. Ook krijgen ze voldoende kansen om zichzelf professioneel te ontwikkelen. Tot slot wordt er op de peuterspeelzalen en kinderdagverblijven waar ze werkzaam zijn vaak gebruik gemaakt van voor- en vroegschoolse educatieve (VVE-) programma’s (Slot, 2014). Er bestaat nog weinig bewijs voor de werkzaamheid van deze programma’s, gericht op het voorkomen van achterstanden bij risicogroepen. Kinderen die gebruik maken van het VVE-aanbod presteren bij de start van de basisschool namelijk niet beter op taal. De programma’s kunnen mogelijke achterstanden dus niet tot slechts in beperkte mate compenseren (Karssen, Van der Veen, Veen, Van Daalen & Roeleveld, 2013).

(Voor)leesklimaat buitenschoolse opvang

In de buitenschoolse opvang behoort lezen tot de activiteiten waaraan kinderen het minste plezier beleven. 53% noemt boeken lezen ‘leuk’, minder dan buitenspelen (94%), de andere kinderen (88%), het speelgoed (87%), knutselen (77%) en computerspelletjes spelen (58%). 9- tot 12-jarigen zeggen minder plezier te beleven aan het lezen van boeken op de bso dan 5- tot 8-jarigen (TNS Nipo, 2013).

In de buitenschoolse opvang (bso) is voorlezen dan ook een minder vanzelfsprekende dagactiviteit dan in de kinderopvang. Medewerkers zien het vooral als rustmoment voor de kinderen, na een lange schooldag. 71% van de bso-medewerkers leest minstens één keer per week voor aan 4- tot 6-jarigen, 50% aan 7- en 8-jarigen en 23% aan 9- tot 12-jarigen. Ruim zes op de tien bso-medewerkers laten kinderen op deze leeftijden minstens één keer per week zelfstandig in een boek lezen (TNS Nipo, 2013).

Op negen van de tien bso’s is een leeshoek aanwezig. De kinderen kiezen er meestal zelf voor of ze een boek willen lezen. Dat past binnen het beleid van de meeste bso’s, dat activiteiten geen schools karakter hebben maar in het teken staan van de vrije tijd. Het ontbreekt veel medewerkers bovendien aan de tijd om het lezen actief te stimuleren (TNS Nipo, 2013).

Het boekenaanbod op bso’s, meestal in de vorm van een kist met boeken, wisselt sterk van kwaliteit. Sommige bso’s hebben een actuele, gevarieerde collectie, die regelmatig wordt ververst. Andere bso’s doen het al jaren met dezelfde boeken. De meeste bso’s hebben geen beleid voor de aanschaf van nieuwe boeken. Medewerkers zijn over het algemeen niet erg op de hoogte van recent verschenen titels. Het ontbreekt hen bovendien aan de tijd om het lezen actief te stimuleren (TNS Nipo, 2013).