Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Activiteiten leesbevordering

Een overzicht van bereikcijfers en resultaten van programma's, campagnes, activiteiten en projecten op het gebied van leesbevordering.

-> De Boekenweek en de Kinderboekenweek zijn de leescampagnes met de grootste naamsbekendheid, gevolgd door De Nationale Voorleesdagen en De Nationale Voorleeswedstrijd.

-> De interventie BoekStart slaagt erin de taalontwikkeling van baby’s te stimuleren. Vier op de tien ouders van pasgeboren baby’s doet mee.

-> De VoorleesExpress introduceert jaarlijks bij ruim 5.000 taalzwakke gezinnen het voorleesritueel. Het voorleesgedrag en boekenkennis in deze gezinnen gaan blijvend vooruit.

-> De Nationale Voorleesdagen bereiken negen op de tien kinderdagverblijven, ruim de helft van de bibliotheken en drie op de tien scholen.

-> Aan De Nationale Voorleeswedstrijd doen jaarlijks ongeveer 200.000 kinderen mee, afkomstig van bijna de helft van de Nederlandse basisscholen.

-> De Schrijverscentrale organiseert jaarlijks ongeveer 4.500 auteursbezoeken en bereikt daarmee ongeveer 400.000 kinderen en volwassenen.

-> De Schoolschrijver bestaat uit een team van vijftig kinderboekenauteurs die leesworkshops geven aan 11.000 basisscholieren.

-> Voor de junior-editie van Nederland Leest ontvingen 87.000 kinderen van 10 tot 14 jaar een boek in de klas.

-> 16.000 leerlingen uit de groepen 5 en 6 van 393 basisscholen lazen voor Scoor een boek! ruim 100.000 boeken.

-> Read2Me! is een voorleeswedstrijd waaraan jaarlijks rond de 30.000 brugklassers meedoen. Zij zijn afkomstig van drie op de tien middelbare scholen.

-> Bijna 17.000 jongeren kenden de publieksprijs van de Jonge Jury de voor het zesde jaar op rij toe aan jeugdboekenauteur Mel Wallis de Vries.

->  Leeskracht is een boekadvieswebsite voor vmbo-scholieren die rond de 7.000 bezoekers per jaar trekt.

-> De Weddenschap daagde bijna 2.500 vmbo-leerlingen uit tot het lezen van drie boeken in een half jaar tijd.

-> Tijdens de Boekenweek voor Jongeren traden eenentwintig auteurs op op honderd middelbare scholen, en werden er ruim 82.000 exemplaren van het geschenkboek verspreid.

-> De Boekenweek bevat een educatieve component voor het voortgezet onderwijs, met webpagina’s voor docenten (goed voor 3.300 bezoekers) en een talkshow (goed voor 1.900 kijkers).

-> De Nationale Mediatheek Trofee, een prijs voor de beste schoolmediatheek, trok 29 schoolmediatheken als kandidaat.

-> De Mediathecaris van het jaar, een prijs voor de beste mediathecaris, trok zeventien mediathecarissen als kandidaat.

-> De Inktaap is een literaire jongerenprijs waaraan jaarlijks rond de duizend jongeren deelnemen, afkomstig van een op de tien middelbare scholen.

-> De Poëzieweek bevat een educatieve campagne met online lestips voor docenten, die in 2019 bijna 15.000 bezoekers trokken, 18% meer dan een jaar eerder.

-> De Pabo Voorleeswedstrijd doet acht op de tien pabo-opleidingen aan, goed voor ongeveer 5.500 pabo-studenten die meedoen als voorlezer en/of luisteraar.

-> LêsNo stimuleert ruim 3.200 brugklassers op 27 middelbare scholen om verhalen te lezen in de Friese Taal.

(Kinder)boekenweek heeft grootste naamsbekendheid

De Boekenweek en de Kinderboekenweek zijn met stip de meest bekende leesbevorderingscampagnes van Nederland. Bijna negen op de tien Nederlanders kennen deze jaarlijkse promotieacties voor het boek van naam. De voorleescampagnes De Nationale Voorleesdagen en De Nationale Voorleeswedstrijd volgen met een bekendheid onder zeven op de tien Nederlanders. De Bibliotheek op school, de Boekenweek voor jongeren, Nederland Leest en de Poëzieweek zijn bij rond de vier op de tien mensen bekend. Ten opzichte van een jaar eerder groeit de bekendheid van De Bibliotheek op school, de Boekenweek voor jongeren en BoekStart (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47).

Naamsbekendheid activiteiten leesbevordering

In procenten van de Nederlandse bevolking

* Sinds 2016: gemeten in januari; tot en met 2015: gemeten in juni. 

** In 2018 heette de Boekenweek voor jongeren de 'Literatour'.

De Gouden en Zilveren Griffels zijn de meest bekende leesbevorderende prijzen voor kinderboeken in Nederland, gevolgd door de Gouden en Zilveren Penselen en de Nederlandse Kinderjury. De bekendste prijs voor boeken voor volwassenen is de NS Publieksprijs, op kleine afstand gevolgd door de Libris Literatuurprijs. Ten opzichte van een jaar eerder is de bekendheid van de meeste prijzen stabiel (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47).

Naamsbekendheid prijzen leesbevordering

In procenten van de Nederlandse bevolking

* Sinds 2016: gemeten in januari; tot en met 2015: gemeten in juni

** van 2015 tot en met 2018: ECI Literatuurprijs; tot en met 2014: AKO Literatuurprijs

Ook kinderen tussen de 7 en 15 jaar hebben het vaakst gehoord van de Kinderboekenweek, op afstand gevolgd door de publieksprijs van De Kinderjury en de juryprijzen van de Griffels en de Penselen (die tijdens de Kinderboekenweek worden uitgereikt). De bekendste activiteiten rond voorlezen zijn De Nationale Voorleeswedstrijd en De Nationale Voorleesdagen. De Jonge Jury wint rap aan naamsbekendheid vanaf het 13e levensjaar – de doelgroep bestaat dan ook uit middelbare scholieren. 7- tot 15-jarigen zijn weinig bekend met leesbevorderende websites. Leesplein en Literatuurplein zijn enigszins bekend, De Boekenzoeker hoegenaamd niet (Huysmans, 2013).

Naamsbekendheid activiteiten leesbevordering, naar leeftijd

In procenten

BoekStart

In dit programma, onderdeel van Kunst van Lezen, helpen bibliotheken, kinderdagverblijven en andere opvoedkundige instanties het jonge gezin om een start te maken met de leesopvoeding. Ouders vanaf de babyleeftijd laten voorlezen, verhaaltjes vertellen en gesprekjes voeren, dat is het doel van BoekStart. De interventie is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

Vrijwel alle bibliotheken in Nederland bieden BoekStart aan. Het gaat om 146 basisbibliotheken (99% van het totaal), 776 reguliere vestigingen (100% van het totaal) en 133 servicepunten (53% van het totaal) (Kunst van Lezen, 2019).

Ouders krijgen de uitnodiging voor BoekStart als hun baby ongeveer drie maanden oud is. 40% gaat vervolgens naar de bibliotheek om een gratis BoekStartkoffertje op te halen. Bibliotheken delen zodoende jaarlijks 67.500 koffers uit (Kunst van Lezen, 2019). Negen op de tien ouders die de koffer ophalen, maken hun baby tevens lid van de bibliotheek. Bij ouders die geen koffer ophalen, maakt een derde hun baby lid (Kantar Public, 2018).

Bereik BoekStart

In aantal uitgedeelde koffers (% van de ouders)

Ouders die meedoen aan BoekStart, zijn over het algemeen hoger opgeleid en zelf lid van de bibliotheek (Van den Berg & Bus, 2015). Ouders uit de lagere sociale klassen halen het minst vaak het koffertje op. Dit komt met name doordat zij minder bekend zijn met BoekStart dan ouders uit een hogere sociale klasse (Kantar Public, 2018).

De BoekStart-koffer bevat babyboekjes en informatie over voorlezen. Deze worden door deelnemende ouders regelmatig gebruikt. 78% leest eruit voor, 56% geeft ze aan hun kind, 53% legt ze ergens neer en 25% gebruikt de koffer als decoratie. Bijna de helft geeft aan dat de materialen hun kijk op voorlezen hebben veranderd. Dit zijn in het bijzonder ouders uit de lagere sociale klassen (Kantar Public, 2018).

De BoekStartcoach is een voorleesconsulent van de bibliotheek, die jonge ouders op het consultatiebureau adviseert over voorlezen en leesopvoeding. De BoekStartcoach is inmiddels actief bij 54 basisbibliotheken (37% van het totaal) en 78 consultatiebureaus in Nederland. Het doel is het bereik van BoekStart onder lagere sociale klassen en laagtaalvaardige ouders vergroten (Kunst van Lezen, 2019).

Ouders die meedoen aan BoekStart beginnen op jongere leeftijd met voorlezen aan hun kind. Ook hebben ze meer babyboekjes in hun bezit (Kantar Public, 2018).

Uit een effectstudie blijkt dat BoekStart het voorleesgedrag van ouders en de taalontwikkeling van kinderen stimuleert. Ouders die meedoen aan BoekStart en regelmatig voorlezen, zetten een positieve leesspiraal in gang. Hun kinderen hebben op een leeftijd van 15 maanden een voorsprong in hun taalontwikkeling, en na 22 maanden zijn ze nog verder uitgelopen op niet-BoekStart-kinderen (Van den Berg & Bus, 2015).

Kinderen met een moeilijk temperament, die snel huilen, geïrriteerd raken en afgeleid zijn, profiteren het sterkst van BoekStart. Zij weten de taalachterstand die ze zonder BoekStart zouden oplopen, om te buigen in een voorsprong op kinderen met een makkelijk temperament. BoekStart werkt dus preventief: het risico op taalachterstanden wordt gereduceerd (Van den Berg & Bus, 2015).

Vrijwel alle bibliotheken beschikken over een collectie babyboeken. Negen op de tien bibliotheken huisvest een speciaal voor baby’s ingerichte boekenhoek. Acht op de tien organiseert activiteiten voor jonge ouders en hun baby. Zeven op de tien biedt trainingen en andere vormen van ondersteuning aan voor ouders, zoals workshops of inloopbijeenkomsten over bijvoorbeeld interactief voorlezen (Koninklijke Bibliotheek, 2018).

Veel bibliotheken slaan de handen ineen met andere opvoedkundige instanties. 87% werkt op het terrein van voor- en vroegschoolse educatie samen met de gemeente, 79% met het consultatiebureau en 79% met kinderopvanginstellingen. Deze aantallen zijn gestegen ten opzichte van een jaar eerder. 65% werkt samen met partners die zich richten op laagtaalvaardige ouders (Koninklijke Bibliotheek, 2018).

VoorleesExpress

Gezinnen met een groot risico op taalachterstanden krijgen een bijzonder bezoek: twintig weken lang komt er een vrijwilliger bij hen thuis om het voorleesritueel te introduceren. De kinderen (tussen de 2 en 8 jaar oud) worden voorgelezen, hun ouders krijgen tips & tricks voor hoe dit zelf te doen en er vindt een bibliotheekbezoek plaats om kennis te maken met nieuwe boektitels. De VoorleesExpress is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

De VoorleesExpress opereert vanaf 250 locaties in heel Nederland, zoals bibliotheken en organisaties voor maatschappelijk werk (zoals op het gebied van vluchtelingen). Deze stijging van 57% ten opzichte van de 159 locaties in 2017 komt mede doordat steeds meer bibliotheken het programma ondersteunen en uitvoeren, waardoor ook kleine dorpen kunnen worden bereikt. Het netwerk bestaat anno 2018 uit 6.100 vrijwilligers. Zij bezochten gedurende het jaar in totaal 5.100 gezinnen. Beide aantallen zijn met 15% gestegen ten opzichte van het jaar ervoor (VoorleesExpress, 2019).

Deelnemende vrijwilligers en gezinnen

In aantallen

De VoorleesExpress slaagt in haar doelstelling om de taal- en leesontwikkeling te stimuleren. De interventie bereikt de doelgroep van gezinnen met risico op taalachterstanden. De kinderen in deze gezinnen gaan gedurende de twintig weken vooruit op het verhaalbegrip, maar niet op woordenschat. Ook leren ze meer boeken kennen, een effect dat zich na afloop van de interventie voortzet. De ouders gaan gedurende de interventie vaker voorlezen, en gaan hier na afloop eveneens mee door (Broens & Van Steensel, 2019).

De Nationale Voorleesdagen

Zeven op de tien Nederlanders is bekend met deze tiendaagse campagne, die het plezier in voorlezen onder de aandacht brengt. Het zijn met name vrouwen, mensen tussen de 35 en 49 en hoger opgeleiden die De Nationale Voorleesdagen van naam kennen (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47).

Het Prentenboek van het Jaar was in 2019 Een huis voor Harry van Leo Timmers. 54% van de boekhandels bestelde de mini-editie (oplage: 33.550 exemplaren) van dit boek, meer dan de 46% in het jaar ervoor. De bijbehorende app biedt een augmented reality versie, waarbij de papieren prenten met de smartphone geanimeerd kunnen worden. In totaal is de app ruim 57.000 keer gedownload en/of bekeken, een daling van 10% ten opzichte van de Prentenboek van het Jaar app uit 2018.

De Nationale Voorleesdagen worden uitgevoerd door organisaties die kinderen helpen zich te ontwikkelen als lezer. Zij ontvangen een informatiepakket met promotionele en educatieve materialen, zoals flyers, boekjes en lessuggesties. In 2019 is op deze manier 90% van de kinderdagverblijven, 55% van de bibliotheken en 30% van de basisscholen bereikt. Terwijl het bereik in de kinderopvang in de loop der jaren is gegroeid en in het basisonderwijs stabiel is gebleven, heeft er in de bibliotheeksector een daling plaatsgevonden.

78% van de kinderdagverblijven en basisscholen doet vrijwel elk jaar mee aan De Nationale Voorleesdagen. In de kinderopvang blijkt de voorbereiding en uitvoering van de campagne actiever te zijn dan in de onderbouw van het basisonderwijs. Medewerkers op het kinderdagverblijf lezen vooral voor uit het Prentenboek van het Jaar, terwijl docenten in het basisonderwijs hiernaast vaker andere boeken uit de Prentenboeken Top 10 voorlezen. Kinderdagverblijven die meedoen aan BoekStart in de kinderopvang en basisscholen die meedoen aan de Bibliotheek op school nemen actiever deel aan de campagne (Kantar Public, 2020).

De Nationale Voorleeswedstrijd

Kinderen het plezier laten ervaren van voorlezen: dit is het doel van De Nationale Voorleeswedstrijd. De campagne begint met schoolrondes en eindigt met een landelijke finale, waarin de beste voorlezer van het jaar wordt gekozen. In het schooljaar 2018-2019 deden er 3.107 basisscholen mee, 11% minder dan het jaar ervoor. De landelijke dekking ligt op 48% van de basisscholen, tegen het record van 53% in het jaar ervoor.

Deelnemende scholen

In aantallen

* De groei in 2013 en 2018 wordt vooral veroorzaakt door extra promotie in het kader van respectievelijk het 20- en 25-jarig jubileum van de voorleeswedstrijd.

In het schooljaar 2018-2019 hebben bijna 200.000 leerlingen voorgelezen of geluisterd; 10% minder dan het jaar ervoor. Zij komen hoofdzakelijk uit de groepen 7 en 8 (waarop de Nationale Voorleeswedstrijd zich richt). Op een klein aantal scholen doen ook kinderen uit groep 1 tot en met 6 mee (Bakker, 2013). De Nationale Voorleeswedstrijd bereikt 54% van de groep 7- en 8-leerlingen en 14% van alle basisscholieren in Nederland.

Deelnemende leerlingen

In aantallen

* De plotse stijging in 2011 wordt vooral veroorzaakt door een nieuwe meetmethode. Scholen rekenen met ingang van dat jaar voorlezers én luisteraars tot de deelnemers; voorheen bepaalden ze zelf de manier van tellen.

** De groei in 2018 wordt vooral veroorzaakt door extra promotie in het kader van respectievelijk het 20- en 25-jarig jubileum van de voorleeswedstrijd.

Er worden steevast méér meisjes tot schoolkampioen gekroond dan jongens. In de 25-jarige historie behoort 79% van de winnaars tot het vrouwelijk geslacht. De voorsprong van meisjes is in de loop der jaren wel geslonken. Zo was in 2018-2019 23% van de winnaars een jongen, terwijl het in 2010-2011 om 18% ging. Het overwicht van meisjes wekt de suggestie dat zij beter zijn in voorlezen. Het is echter waarschijnlijker dat zij zich in grotere getale aanmelden als deelnemer.

De meest voorgelezen schrijvers zijn in de loop der jaren nauwelijks veranderd: Roald Dahl, Tosca Menten, Paul van Loon, Jacques Vriens, Carry Slee en Francine Oomen. De meest populaire serieboeken om voor te lezen zijn, behalve Oomens Hoe overleef ik…?, ook Dagboek van een muts van Rachel Renee Russell (het meest voorgelezen boek in 2018-2019) en Het leven van een loser van Jeff Kinney.

Voorleeskampioenen, naar geslacht

In aantallen

Basisscholen doen vooral mee aan de Nationale Voorleeswedstrijd om het voorlezen bij hun leerlingen te promoten. Daarnaast hopen ze hen in aanraking te brengen met nieuwe kinder- en jeugdboeken, en daarmee het zelf (stil) lezen te bevorderen. Scholen lijken goed op de hoogte van de positieve spiraal, want ze vinden deelname tevens een goede manier om het leesplezier en de leesvaardigheid te stimuleren (Bakker, 2013).

Deelnemende scholen besteden over het algemeen veel aandacht aan leesbevordering. Het merendeel heeft een leescoördinator aangesteld, die docenten aanspoort om enthousiaste leesbevorderaars te zijn. Ook het actueel en kwalitatief hoogstaand houden van de boekencollectie is speerpunt, evenals een samenwerking met de openbare bibliotheek. Verder is er veel aandacht voor leesactiviteiten, zoals voorlezen, vrij (stil) lezen en praten over boeken (Bakker, 2013). Het leesklimaat op deelnemende scholen is gunstiger dan op scholen die niet meedoen aan de Nationale Voorleeswedstrijd (Jansen, 2008).

De Schrijverscentrale

Schrijvers reizen door het land om contact te zoeken met lezers. De Schrijverscentrale bemiddelt tussen de schrijvers en de organisatoren van lezingen, debatten en klassenbezoeken. Zij adviseert in de keuze voor een schrijver, legt het contact tussen partijen en zorgt voor de financiële afhandeling. Dit vanuit de missie om het (literaire) lezen te bevorderen en de literatuur zichtbaar te maken. De Schrijverscentrale is voor het tweede jaar op rij genomineerd voor de Astrid Lindgren Memorial Award (Auteursbond, 2019). In 2018 vonden er ruim 4.500 schrijversbezoeken plaats, een daling van 4% ten opzichte van het jaar ervoor.

Schrijversbezoeken

In aantallen

Voor kinderen wordt een groter aantal bezoeken georganiseerd dan voor volwassenen. Bibliotheken en scholen organiseren meer activiteiten voor kinderen, terwijl boekhandels dit meer doen voor volwassenen. Andere organisatoren zijn festivals, musea, theaters, (literaire) cafés, ziekenhuizen en jeugdgevangenissen. Veel activiteiten vinden plaats als onderdeel van leesbevorderingscampagnes zoals de Kinderboekenweek, de Nationale Voorleesdagen en de Jonge Jury. In totaal bereiken schrijvers via De Schrijverscentrale jaarlijks ongeveer 400.000 kinderen en volwassenen (De Schrijverscentrale, 2019).

Schrijversbezoeken, per organisator

In aantallen

Er waren in 2018 in totaal 483 schrijvers voor volwassenen en 261 schrijvers voor kinderen actief voor de Schrijverscentrale. Het gaat om schrijvers van zeer diverse pluimage: prentenboeken, jeugdliteratuur, literaire romans en poëzie, maar ook filosofie, wetenschap en literaire non-fictie (De Schrijverscentrale, 2019).

In 2018 vond 34% van de bezoeken plaats in het basisonderwijs en 23% in het voortgezet onderwijs. Deze bezoeken worden georganiseerd door de school zelf of in samenwerking met de bibliotheek of boekhandel (De Schrijverscentrale, 2019). Zowel basis- als middelbare scholieren vinden een schrijversbezoek leuk en leerzaam. 78% van de basisscholieren en 61% van de middelbare scholieren noemt het bezoek ‘leuk’. Een derde van de kinderen begrijpt het boek beter dankzij het bezoek. De helft van de basisscholieren en drie op de tien middelbare scholieren wil vaker boeken gaan lezen van dezelfde schrijver. Soortgelijke aantallen geven aan in het algemeen zin te hebben gekregen om boeken te lezen (Oberon, 2018).

Het leesplezier wordt vooral gestimuleerd door de mogelijkheid tot interactie: schrijver en leerling gaan in gesprek over het boek. Twee op de vijf leerlingen in het basisonderwijs stelt vragen, terwijl het op de middelbare school gaat om een op de vijf. Schrijvers vertellen tijdens het bezoek over het creatieve proces en hoe hun leven doorwerkt in het boek. Hiermee zetten ze kinderen aan het denken: 69% van de basisscholieren en 62% van de middelbare scholieren rapporteert deze opbrengst (Oberon, 2018).

De Schoolschrijver

Een auteur van kinderboeken bezoekt gedurende een half jaar wekelijks drie basisschoolklassen. De 'Schoolschrijver' leest kinderen voor, gaat met hen in gesprek over boeken en geeft hen opdrachten om creatief te leren schrijven. Daarnaast geeft hij of zij professionaliseringsworkshops aan docenten en gaat in gesprek met ouders. Het team bestaat in het schooljaar 2017-2018 uit vijftig Schoolschrijvers (een stijging van 35% ten opzichte van het jaar ervoor). Zij bezoeken vijftig basisscholen (evenveel als in het jaar ervoor) en bereiken zo bijna 11.000 leerlingen (7% meer dan het jaar ervoor) (De Schoolschrijver, 2018).

De Schoolschrijver lijkt te slagen in de opzet: kinderen stimuleren om zelf te lezen, voor te lezen en creatief te schrijven. 92% van de leerlingen is enthousiast over de Schoolschrijver die hun klas bezoekt. Deze groep waardeert met name de leuke, grappige en spannende manier waarop de auteurs voorlezen en de creatieve opdrachten om zelf verhalen te schrijven. 43% van de leerlingen heeft door henzelf geschreven verhalen aan ouders laten lezen, 32% is van plan om zelf meer boeken te gaan lezen en 18% wil vaker worden voorgelezen door hun ouders (Centrum Brein & Leren, 2015).

Nederland Leest

Nederland een maand lang omtoveren tot één grote lees- en debatclub: dat is het doel van deze leescampagne. In 2018 is de bevolking uitgenodigd om te lezen en discussiëren over het thema ‘voeding’. De junior-editie van Nederland Leest richt zich op groep 7 en 8 van het basisonderwijs en klas 1 en 2 van het vmbo. Onder deze leerlingen zijn 87.000 exemplaren verspreid van het boek Graaf Sandwich en andere etenswaardigheden van Jan Paul Schutten. Dit is 35% meer dan de bijna 65.000 exemplaren van het boek van 2017. Bij de schooleditie horen webpagina’s met lessuggesties om het boek in de klas te behandelen. Deze waren in totaal goed voor 3.155 downloads, bijna een verdrievoudiging ten opzichte van het jaar ervoor.

Scoor een boek!

Kinderen in groep 5 en 6 van de basisschool lezen tussen februari en april, gedurende een periode van negen weken, zoveel mogelijk boeken. Profvoetballers van eredivisieclubs moedigen hen middels videoboodschappen aan. In 2019 deden er twaalf voetbalclubs uit zes provincies mee aan Scoor een boek!, twee keer zoveel als in het jaar ervoor en een derde van het totaal aantal profvoetbalclubs voor mannen in de Eredevisie en Eerste Divisie. Ruim 16.000 leerlingen van 393 basisscholen (6% van het totaal) lazen in totaal ruim 105.000 boeken.

Read2Me!

In deze voorleeswedstrijd lezen brugklassers voor uit jeugdboeken die aansluiten op hun leesniveau en belevingswereld. De nadruk ligt op de boeken van de Jonge Jury en de cultuurhistorische canon van Nederland. In het schooljaar 2018-2019 hebben er 1.351 schoolklassen meegedaan, goed voor bijna 34.000 leerlingen die voorlezen en voorgelezen worden (uitgaande van 25 leerlingen per klas). Zij zijn afkomstig van 201 middelbare scholen (31% van het totaal), die worden geworven door 66 basisbibliotheken (45% van het totaal). Het bereik van Read2Me! is sinds de eerste editie in 2011 tot 2015 flink gegroeid, zowel in basisbibliotheken, scholen als deelnemende leerlingen. Hierna is het bereik gestabiliseerd. In 2019 laat het aantal deelnemende middelbare scholen een groei zien van 20% en het aantal klassen van 14%.

Deelname bibliotheken

In aantallen

Deelname scholen

In aantallen

Jonge Jury

Middelbare scholieren uit klas 1 tot en met 3 lezen jeugdboeken die in het voorgaande jaar zijn verschenen. Vervolgens kiezen ze hun favoriete titels. Het boek met de meeste stemmen wint de Prijs van de Jonge Jury. Voor de verkiezingscampagne van 2018-2019 brachten bijna 17.000 jongeren hun stem uit, een recordaantal en een stijging van 27% ten opzichte van een jaar eerder. Terwijl het aantal via internet uitgebrachte stemmen groeide, daalde het aantal stemmen via papier. Middelbare scholieren bekroonden Wild van Mel Wallis de Vries, die hiermee voor de zesde keer op rij won.

Stemmen

In aantallen

In het schooljaar 2013-2014 verdubbelde het aantal stemmen ruimschoots. Dit was grotendeels te danken aan de vernieuwde opzet van de Jonge Jury. De campagne kreeg een indeling in fases, aan de hand van de thema’s ‘lezen’, ‘stemmen’ en ‘vieren’. Hiernaast werd het lesmateriaal gedigitaliseerd en voorzien van multimedia. De vernieuwingen zijn gerealiseerd middels de website. Deze trok in 2018-2019 ruim 230.000 bezoekers, ruim drie keer zoveel als het jaar ervoor. Het gedrukte magazine van voor 2013-2014 kende een oplage van 65.000 à 70.000 exemplaren.

Het digitale lesmateriaal kreeg in het schooljaar 2016-2017, in samenwerking met vier lesmethoden Nederlands (Op Niveau Onderbouw, Nieuw Nederlands, Talent en Plot 26), een nieuw jasje. De lesmodules zijn voor het eerst gratis aangeboden en dit heeft geleid tot een groei in de afname. 532 middelbare scholen (82% van het totaal) bestelden samen 772 pakketten; in het jaar ervoor ging het nog om 489 scholen (+9%) en 733 pakketten (+5%).

Leeskracht

Deze boekenzoekmachine geeft vmbo’ers tussen de 12 en 15 jaar een persoonlijk boekenadvies. Tevens vinden leerkrachten er inspiratie voor lessen over boeken. De website trok in het schooljaar 2018-2019 bijna 7.000 bezoekers, die er in totaal bijna 10.000 sessies uitvoerden. Deze getallen zijn respectievelijk 16% en 12% lager dan in het schooljaar ervoor.

De Weddenschap

Drie Bekende Nederlanders dagen vmbo-leerlingen uit om in een half jaar tijd drie boeken naar keuze te lezen. De Weddenschap heeft als doel het leesplezier van vmbo'ers, die over het algemeen niet erg van lezen houden, te stimuleren. Aan de editie 2018-2019 deden bijna 2.500 leerlingen mee door zich aan te melden op de website van de campagne, nagenoeg evenveel als in het schooljaar ervoor. De deelnemers waren afkomstig van 76 verschillende middelbare scholen, 12% van het totaal en 42% minder dan het jaar ervoor. Dit komt door een nieuwe manier van meten, waarmee dubbelingen tussen scholen kunnen worden voorkomen.

Deelname leerlingen

In aantallen

49% van de vmbo'ers die zich inschrijven gaat tot lezen over. Dit is een stijging ten opzichte van het vorige schooljaar, toen het ging om 45%. 21% van de deelnemers slaagt erin de weddenschap te winnen: zij lezen in een half jaar tijd drie boeken. 8% behaalt het aantal van twee gelezen boeken, 19% van een gelezen boek.

Boekenweek voor Jongeren

Jongeren tussen de 15 en 18 jaar worden gestimuleerd tot lezen middels een boekenweek voor de doelgroep. Deze bestaat onder andere uit een Literatour schooltournee. In 2018 bezochten eenentwintig auteurs in totaal 99 middelbare scholen, een landelijke dekking van 15%. De auteurs gaven op deze scholen 198 lezingen aan in totaal ongeveer 10.000 leerlingen (uitgaande van 25 leerlingen per klas).

Het geschenkboek 3PAK - met daarin een drietal korte verhalen voor jongeren - kende in 2018 een oplage van 82.000 stuks, een stijging van 32% ten opzichte van het jaar ervoor. In totaal zijn er bijna 19.000 exemplaren besteld door 299 boekwinkels (21% van het totaal). Daarnaast hebben 87 bibliotheken (11% van het totaal) bijna 13.000 exemplaren besteld. Aan middelbare scholen in Nederland zijn in totaal ruim 44.000 exemplaren geleverd. De website trok bijna 15.000 bezoekers.

Boekenweek

Behalve uit het geschenkboek (2018: een oplage van 661.000 papieren exemplaren en 25.000 downloads van de digitale versie), gratis reizen met de NS (2018: ongeveer 250.000 reizigers) en allerhande activiteiten in boekhandel en bibliotheek, heeft de Boekenweek ook een educatieve component voor het voortgezet onderwijs. De webpagina's voor docenten trokken in 2018 ruim 3.300 bezoekers, 80% meer dan het jaar ervoor. Er deden 101 middelbare schoolklassen van 34 scholen mee aan Boekenweek Live!, een live gestreamde talkshow rondom het boekenweekgeschenk. De online uitzending is in totaal bijna 1.900 keer bekeken, 31% minder dan het jaar ervoor.

Nationale Mediatheek Trofee

Deze jaarlijkse prijs gaat naar de beste schoolmediatheek van Nederland. De prijs is bedoeld om het belang van een goede leesomgeving onder de aandacht te brengen. De selectie wordt gemaakt door middelbare scholieren en mbo-studenten die, aan de hand van foto’s en verhalen, hun mediatheek aandragen. Een jury kiest vervolgens de winnaar. In 2019 kandideerden 29 onderwijsinstellingen hun schoolmediatheek. De hoofdprijs ging naar het Markland College uit Oudenbosch. De jury roemt de sfeervolle mediatheek om de actieve blik naar buiten (met de organisatie van activiteiten en deelname aan leesbevorderingscampagnes), het inspelen op de behoeftes van de leerlingen (door bezoeken te organiseren in groepjes van vier) en een goede leescultuur (met een speciale selectie voor leerlingen met dyslexie).

Mediathecaris van het jaar

Deze jaarlijkse prijs gaat naar de beste mediathecaris van Nederland. De prijs is bedoeld om het het belang van het werk van de mediathecaris onder de aandacht te brengen. De selectie wordt gemaakt door leerlingen en docenten die hun mediathecaris kunnen nomineren voor de titel. In 2019 kandideerden zeventien onderwijsinstellingen hun mediathecaris. De hoofdprijs ging naar Henk Pater van het Van Lodenstein College uit Amersfoort.

De Inktaap

Deze literaire jongerenprijs streeft ernaar het lezen van kwalitatief hoogstaande werken door de doelgroep te stimuleren. De genomineerden voor De Inktaap zijn de winnaars van drie literaire prijzen in het Nederlandse taalgebied: de ECI Literatuurprijs, de Libris Literatuur Prijs en de BNG Bank Literatuurprijs.

Aan de zestiende editie in schooljaar 2018-2019 deden 63 middelbare scholen mee, 10% van het totaal en 21% meer dan in het jaar ervoor. Deze scholen stelden 75 jury’s samen (19% meer dan het jaar ervoor), met daarin 1.174 leerlingen uit de bovenbouw van havo en vwo (33% meer dan het jaar ervoor). Driekwart van de jury’s las de drie genomineerde boeken en koos een winnaar. Drie op de tien jury’s schreef hiernaast een juryrapport met een onderbouwing van deze keuze. De scholieren bekroonden Wees onzichtbaar van Murat Isik met de Inktaap 2019.

Juryleden

In aantallen

Scholen

In aantallen

Dat niet alle jury’s de eindstreep halen, komt volgens de organisatoren door de hoge werkdruk in combinatie met een strakke planning, alsmede het relatief hoge niveau van de boeken voor de doelgroep.

Poëzieweek

Kopers van poëziebundels ontvangen in de winkel een geschenkboek (oplage 2019: 15.100 exemplaren, een stijging van 4% ten opzichte van het jaar ervoor) en er worden verschillende poëzieprijzen uitgereikt. Hiernaast is de Poëzieweek ook een educatieve campagne, die bestaat uit online lestips voor het behandelen van gedichten in de klas. Het materiaal voor docenten in het basisonderwijs trok in 2019 bijna 9.000 bezoekers, 22% meer dan een jaar eerder. De lestips voor vmbo-docenten trokken bijna 3.800 bezoekers, 29% meer dan een jaar eerder. De lestips voor docenten in de bovenbouw van havo en vwo trokken ruim 2.300 bezoekers, 55% meer dan een jaar eerder.

Het Nederlands Letterenfonds en de Schrijverscentrale organiseren tijdens de Poëzieweek bezoeken van dichters aan bibliotheken, scholen en boekhandels. In 2019 waren er 137 optredens te bewonderen van 67 verschillende dichters, een recordaantal en een verdubbeling ten opzichte van de eerste editie in 2013 (Letterenfonds, 2019).

Pabo Voorleeswedstrijd

Deze spin off van De Nationale Voorleeswedstrijd wil aankomende basisschoolleerkrachten enthousiasmeren voor het (voor)lezen, en hen kennis laten opdoen over kinder- en jeugdliteratuur. In het schooljaar 2018-2019 deden er 38 instellingen mee, één minder dan het jaar ervoor, en goed voor een dekking van 78% van alle pabo-opleidingen (Paboweb, 2020; Paboweb, 2020). Sinds 2014 is de deelname min of meer stabiel, na een jarenlange stijging in de jaren ervoor.

Pabo-instellingen

In aantallen

Het thema van de Pabo Voorleeswedstrijd is de cultuurhistorische canon van Nederland. Studenten lezen voor uit een boek dat past bij één van de vijftig canonvensters. Er deden in totaal bijna 5.500 studenten mee als voorlezer en/of luisteraar (26% van de 21.000 pabo-studenten). Deelnemers zijn met name eerste- en tweedejaars studenten (Oberon/Stichting Lezen, 2014).

LêsNo

Brugklassers ontvangen bundels met korte verhalen in de Friese taal, om hen te stimuleren om te lezen in het Fries. De verhalen worden aangeboden in een geschreven, audio- en gecombineerde versie, waarin de leerlingen kunnen meelezen. In 2018 doen er 27 middelbare scholen mee aan LêsNo, goed voor 137 klassen en 3.233 leerlingen. Deze cijfers dalen met respectievelijk 13%, 7% en 20% ten opzichte van het jaar ervoor.