Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Activiteiten leesbevordering

Een overzicht van bereikcijfers en resultaten van programma's, campagnes, activiteiten en projecten op het gebied van leesbevordering.

-> De Boekenweek en de Kinderboekenweek zijn de leescampagnes met de grootste naamsbekendheid.

-> BoekStart slaagt erin de taalontwikkeling van baby’s te stimuleren. Ruim een op de drie ouders van pasgeboren baby’s doet mee.

-> De VoorleesExpress introduceert jaarlijks bij ruim 5.000 taalzwakke gezinnen het voorleesritueel.

-> De Nationale Voorleesdagen bereiken ongeveer zeven op de tien bibliotheken en kinderopvanginstellingen, drie op de tien basisscholen en twee op de tien boekhandels.

-> Aan De Nationale Voorleeswedstrijd doen jaarlijks ruim 200.000 kinderen mee, afkomstig van ruim 50% van de Nederlandse basisscholen.

-> De Schrijverscentrale organiseert jaarlijks ongeveer 5.000 auteursbezoeken en bereikt daarmee ongeveer 400.000 kinderen en volwassenen.

-> De Schoolschrijver bestaat uit een team van vijftig kinderboekenauteurs die leesworkshops geven aan 11.000 basisscholieren.

-> Voor de junior-editie van Nederland Leest ontvingen 87.000 kinderen van 10 tot 14 jaar een boek in de klas.

-> Read2Me! is een voorleeswedstrijd waaraan jaarlijks rond de 29.000 brugklassers meedoen. Zij zijn afkomstig van een kwart van de middelbare scholen.

-> Dertienduizend jongeren kenden de publieksprijs van de Jonge Jury voor het vijfde jaar op rij toe aan jeugdboekenauteur Mel Wallis de Vries.

-> Leeskr8! is een boekadvieswebsite voor vmbo-scholieren die ongeveer 7.000 bezoekers per jaar trekt.

-> De Weddenschap daagt jaarlijks ruim 2.500 vmbo-leerlingen uit tot het lezen van drie boeken in een half jaar tijd.

-> Tijdens de Boekenweek voor Jongeren traden eenentwintig auteurs op op honderd middelbare scholen, en werden er ruim 82.000 exemplaren van het geschenkboek verspreid.

-> De Boekenweek bevat een educatieve component voor het voortgezet onderwijs, met webpagina’s voor docenten (goed voor 3.300 bezoekers) en een talkshow (goed voor 1.900 kijkers).

-> De Nationale Mediatheek Trofee, een prijs voor de beste schoolmediatheek, telt in 2018 24 schoolmediatheken als kandidaat.

-> De Inktaap is een literaire jongerenprijs waaraan jaarlijks ongeveer negenhonderd jongeren deelnemen, afkomstig van ongeveer vijftig middelbare scholen.

-> De Poëzieweek bevat een educatieve campagne met online lestips voor docenten, die in 2018 bijna 13.000 bezoekers trokken.

-> De Boekenzoeker is een boekenadvieswebsite voor basis- en middelbare scholieren die ruim 166.000 bezoekers per jaar trekt, voor het overgrote deel afkomstig uit Vlaanderen.

-> De Pabo Voorleeswedstrijd doet 87% van de pabo-opleidingen aan, goed voor ruim 3.600 pabo-studenten die meedoen als voorlezer en/of luisteraar.

-> LêsNo stimuleert ruim 3.200 brugklassers op 27 middelbare scholen om verhalen te lezen in de Friese Taal.

(Kinder)boekenweek heeft grootste naamsbekendheid

De Boekenweek en de Kinderboekenweek zijn met stip de meest bekende leesbevorderingscampagnes van Nederland. Ruim negen op de tien Nederlanders kennen deze jaarlijkse promo-acties voor het boek van naam. De voorleescampagnes De Nationale Voorleesdagen en De Nationale Voorleeswedstrijd volgen met een bekendheid onder zeven op de tien Nederlanders. De Bibliotheek op school, Nederland Leest en de Poëzieweek zijn bij ruim drie op de tien mensen bekend, BoekStart en de Literatour bij ruim een op de tien. Ten opzichte van het jaar ervoor is de bekendheid van de meeste campagnes stabiel. Alleen de Voorleesdagen laten een lichte krimp zien (KvB Boekwerk & GfK, 2018, meting 43).

Naamsbekendheid activiteiten leesbevordering

In procenten van de Nederlandse bevolking

* Sinds 2016: gemeten in januari; tot en met 2015: gemeten in juni

De Gouden en Zilveren Griffels zijn de meest bekende leesbevorderende prijzen voor kinderboeken in Nederland, gevolgd door de Nederlandse Kinderjury. De bekendste prijs voor boeken voor volwassenen is de NS Publieksprijs, op kleine afstand gevolgd door de Libris Literatuurprijs. Ten opzichte van een jaar eerder is de bekendheid van de meeste prijzen stabiel. Alleen de Gouden en Zilveren Penselen geven een daling te zien (KvB Boekwerk & GfK, 2018, meting 43).

Naamsbekendheid prijzen leesbevordering

In procenten van de Nederlandse bevolking

* t/m 2014: AKO Literatuurprijs

** Sinds 2016: gemeten in januari; tot en met 2015: gemeten in juni

Ook kinderen tussen de 7 en 15 jaar hebben het vaakst gehoord van de Kinderboekenweek, op afstand gevolgd door de publieksprijs van De Kinderjury en de juryprijzen van de Griffels en de Penselen (die tijdens de Kinderboekenweek worden uitgereikt). De bekendste activiteiten rond voorlezen zijn De Nationale Voorleeswedstrijd en De Nationale Voorleesdagen. De Jonge Jury wint rap aan naamsbekendheid vanaf het 13e levensjaar – de doelgroep bestaat dan ook uit middelbare scholieren. 7- tot 15-jarigen zijn weinig bekend met leesbevorderende websites. Leesplein en Literatuurplein zijn enigszins bekend, De Boekenzoeker hoegenaamd niet (Huysmans, 2013).

Naamsbekendheid activiteiten leesbevordering, naar leeftijd

In procenten

BoekStart

In dit programma, onderdeel van Kunst van Lezen, helpen bibliotheken, kinderdagverblijven en andere opvoedkundige instanties het jonge gezin om een start te maken met de leesopvoeding. Ouders vanaf de babyleeftijd laten voorlezen, verhaaltjes vertellen en gesprekjes voeren, dat is het doel van BoekStart. De interventie is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

Vrijwel alle bibliotheken in Nederland bieden BoekStart aan. Het gaat om 149 basisbibliotheken (99% van het totaal), 750 reguliere vestigingen (97% van het totaal) en 133 servicepunten (48% van het totaal).

Ouders krijgen de uitnodiging voor BoekStart als hun baby ongeveer drie maanden oud is. 36% gaat vervolgens naar de bibliotheek, om een gratis BoekStart-koffertje op te halen. Bibliotheken delen zodoende jaarlijks 62.000 koffers uit. Negen op de tien ouders die de koffer ophalen, maken hun baby tevens lid van de bibliotheek. Van de ouders die geen koffer ophalen, maakt een derde hun baby lid (Kantar Public, 2018).

Bereik BoekStart

In aantal uitgedeelde koffers (% van de ouders)

Ouders die meedoen aan BoekStart, zijn over het algemeen hoger opgeleid en zelf lid van de bibliotheek (Van den Berg & Bus, 2015). Ouders uit de lagere sociale klassen halen het minst vaak het koffertje op. Dit komt met name doordat zij minder bekend zijn met BoekStart dan ouders uit een hogere sociale klasse (Kantar Public, 2018).

De BoekStart-koffer bevat babyboekjes en informatie over voorlezen. Deze worden door deelnemende ouders regelmatig gebruikt. 78% leest eruit voor, 56% geeft ze aan hun kind, 53% legt ze ergens neer en 25% gebruikt de koffer als decoratie. Bijna de helft geeft aan dat de materialen hun kijk op voorlezen hebben veranderd. Dit zijn in het bijzonder ouders uit de lagere sociale klasse (Kantar Public, 2018).

Ouders die meedoen aan BoekStart beginnen op jongere leeftijd met voorlezen aan hun kind. Ook hebben ze meer babyboekjes in hun bezit (Kantar Public, 2018).

Uit een effectstudie blijkt dat BoekStart het voorleesgedrag van ouders en de taalontwikkeling van kinderen kan stimuleren. Ouders die meedoen aan BoekStart en regelmatig voorlezen, zetten een positieve leesspiraal in gang. Hun kinderen hebben op een leeftijd van 15 maanden een voorsprong in hun taalontwikkeling, en na 22 maanden zijn ze nog verder uitgelopen op niet-BoekStart-kinderen (Van den Berg & Bus, 2015).

Kinderen met een moeilijk temperament, die snel huilen, geïrriteerd raken en afgeleid zijn, profiteren het sterkst van BoekStart. Zij weten de taalachterstand die ze zonder BoekStart zouden oplopen, om te buigen in een voorsprong op kinderen met een makkelijk temperament. BoekStart werkt dus preventief: het risico op taalachterstanden wordt gereduceerd (Van den Berg & Bus, 2015).

Vrijwel alle bibliotheken beschikken over een collectie boeken voor 0- tot 4-jarigen. Negen op de tien huisvest een speciaal voor baby’s ingerichte boekenhoek. Tweederde biedt trainingen en andere vormen van ondersteuning aan jonge ouders, zoals workshops of inloopbijeenkomsten over bijvoorbeeld interactief voorlezen. Veel bibliotheken slaan de handen ineen met andere opvoedkundige instanties. 81% werkt op het terrein van voor- en vroegschoolse educatie samen met de gemeente, 74% met het consultatiebureau en 72% met kinderopvanginstellingen en/of koepelorganisaties (Koninklijke Bibliotheek, 2017).

VoorleesExpress

Gezinnen met een groot risico op taalachterstanden krijgen een bijzonder bezoek: twintig weken lang komt er een vrijwilliger bij hen thuis om het voorleesritueel te introduceren. De kinderen (tussen de 2 en 8 jaar oud) worden voorgelezen, hun ouders krijgen tips & tricks voor hoe dit zelf te doen en er vindt een bibliotheekbezoek plaats om kennis te maken met nieuwe boektitels. De VoorleesExpress is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

De VoorleesExpress opereert vanaf 250 locaties in heel Nederland, zoals bibliotheken en organisaties voor maatschappelijk werk en vluchtelingenwerk. Dit is een stijging van 57% ten opzichte van de 159 locaties in 2017. Het netwerk bestaat anno 2018 uit 6.100 vrijwilligers. Zij bezochten gedurende dit jaar in totaal 5.100 gezinnen. Beide aantallen zijn met 15% gestegen ten opzichte van het jaar ervoor (VoorleesExpress, 2019).

Deelnemende vrijwilligers en gezinnen

In aantallen

De VoorleesExpress slaagt in haar doelstelling om de taal- en leesontwikkeling te stimuleren. De deelnemende kinderen uit taalachterstandsgezinnen boeken vooruitgang op hun boekoriëntatie, verhaalbegrip en woordenschat (dit is gemeten door vrijwilligers en leerkrachten te enquêteren, 2010). Ook lezen de kinderen thuis vaker een boek en willen ze vaker worden voorgelezen (aldus hun ouders in een enquête, 2010).

Nationale Voorleesdagen

Zeven op de tien Nederlanders is bekend met deze tiendaagse campagne, die het belang van en plezier in voorlezen onder de aandacht brengt. Het zijn met name ouders, vrouwen en hoger opgeleiden die de Nationale Voorleesdagen Bij ouders ligt de bekendheid op 90%. Zeven op de tien Nederlanders geeft aan de voorleesdagen een belangwekkende campagne te vinden. Ook onder deze groep zijn vrouwen en hoger opgeleiden oververtegenwoordigd (KvB Boekwerk & GfK, 2018, meting 43; 2016, meting 35).

Het Prentenboek van het Jaar was in 2018 Ssst! De tijger slaapt van Britta Teckentrup. 17% van de boekhandels bestelden een mini-editie (oplage: 29.850 exemplaren). De bijbehorende app bevat, naast de geanimeerde versie van het boek, ook game-elementen. In totaal is de app ruim 63.000 keer gedownload en/of bekeken, een stijging van 174% ten opzichte van 2017.

De Voorleesdagen worden uitgevoerd door organisaties die kinderen helpen zich te ontwikkelen als lezer. Zij ontvangen een informatiepakket met promotionele en educatieve materialen, zoals flyers, boekjes en lessuggesties. In 2018 is op deze manier 75% van de kinderdagverblijven, 68% van de bibliotheken en 28% van de basisscholen bereikt. Terwijl het bereik in de kinderopvang groeit ten opzichte van 2017, is er in de bibliotheeksector sprake van een daling. Onder basisscholen ligt het werkelijke bereik waarschijnlijk hoger. In een enquête geeft 51% aan activiteiten te organiseren in het kader van De Nationale Voorleesdagen (DUO Omnibusonderzoek, 2014).

De Nationale Voorleeswedstrijd

Kinderen het plezier laten ervaren van voorlezen: dit is het doel van De Nationale Voorleeswedstrijd. De campagne begint met schoolrondes en eindigt met een landelijke finale, waarin de beste voorlezer van het jaar wordt gekozen. In het schooljaar 2017-2018 doen er 3.478 basisscholen mee, 8% meer dan het jaar ervoor. De landelijke dekking ligt op 52% van de basisscholen, een record in de 25-jarige historie. De groei is mede te danken aan extra promotie in het kader van het jubileum.

Deelnemende scholen

In aantallen

* De groei in 2013 en 2018 wordt vooral veroorzaakt door extra promotie in het kader van respectievelijk het 20- en 25-jarig jubileum van de voorleeswedstrijd.

In het schooljaar 2017-2018 hebben bijna 220.000 leerlingen voorgelezen of geluisterd, 10% meer dan het jaar ervoor. Het is het vijfde jaar op rij met meer dan 200.000 deelnemers. Zij komen hoofdzakelijk uit de groepen 7 en 8 (waarop de Nationale Voorleeswedstrijd zich richt). Op een klein aantal scholen doen ook kinderen uit groep 1 tot en met 6 mee (Bakker, 2013). De Nationale Voorleeswedstrijd bereikt ongeveer 60% van de groep 7- en 8-leerlingen en 15% van alle basisscholieren in Nederland, records in de 25-jarige historie.

Deelnemende leerlingen

In aantallen

* De plotse stijging in 2011 wordt vooral veroorzaakt door een nieuwe meetmethode. Scholen rekenen met ingang van dat jaar voorlezers én luisteraars tot de deelnemers; voorheen bepaalden ze zelf de manier van tellen.

** De groei in 2013 en 2018 wordt vooral veroorzaakt door extra promotie in het kader van respectievelijk het 20- en 25-jarig jubileum van de voorleeswedstrijd.

Er worden steevast méér meisjes tot schoolkampioen gekroond dan jongens. In de 25-jarige historie behoort 79% van de winnaars tot het vrouwelijk geslacht. De voorsprong van meisjes is in de loop der jaren wel geslonken. Zo is in 2017-2018 een kwart van de winnaars een jongen, terwijl het in 2010-2011 om 18% ging. Het overwicht van meisjes wekt de suggestie dat zij beter zijn in voorlezen. Het is echter waarschijnlijker dat zij zich in grotere getale aanmelden als deelnemer.

De meest voorgelezen schrijvers zijn in de loop der jaren nauwelijks veranderd: Roald Dahl, Tosca Menten, Paul van Loon, Jacques Vriens, Carry Slee en Francine Oomen. De meest populaire serieboeken om voor te lezen zijn, behalve Oomens Hoe overleef ik…?, ook Dagboek van een muts van Rachel Renee Russell en Het leven van een loser van Jeff Kinney.

Voorleeskampioenen, naar geslacht

In aantallen

Basisscholen doen vooral mee aan de Nationale Voorleeswedstrijd om het voorlezen bij hun leerlingen te promoten. Daarnaast hopen ze hen in aanraking te brengen met nieuwe kinder- en jeugdboeken, en daarmee het zelf (stil) lezen te bevorderen. Scholen lijken goed op de hoogte van de positieve spiraal, want ze vinden deelname tevens een goede manier om de leesvaardigheid en het leesplezier te stimuleren (Bakker, 2013).

Deelnemende scholen besteden over het algemeen veel aandacht aan leesbevordering. Het merendeel heeft een leescoördinator aangesteld, die docenten aanspoort om enthousiaste leesbevorderaars te zijn. Ook het actueel en kwalitatief hoogstaand houden van de boekencollectie is speerpunt, evenals een samenwerking met de openbare bibliotheek. Verder is er veel aandacht voor leesactiviteiten, zoals voorlezen, vrij (stil) lezen en praten over boeken (Bakker, 2013). Het leesklimaat op deelnemende scholen is gunstiger dan op scholen die niet meedoen aan de Nationale Voorleeswedstrijd (Jansen, 2008).

De Schrijverscentrale

Schrijvers reizen door het land om contact te zoeken met lezers. De Schrijverscentrale bemiddelt tussen de schrijvers en de organisatoren van lezingen, debatten en klassenbezoeken. Zij adviseert in de keuze voor een schrijver, legt het contact tussen partijen en zorgt voor de financiële afhandeling. Dit vanuit de missie om het (literaire) lezen te bevorderen en de literatuur zichtbaar te maken. In 2017 vonden er ruim 4.700 schrijversbezoeken plaats, een daling van 6% ten opzichte van het jaar ervoor (De Schrijverscentrale, 2018).

Schrijversbezoeken

In aantallen

Voor kinderen wordt een groter aantal bezoeken georganiseerd dan voor volwassenen. Bibliotheken en scholen organiseren meer activiteiten voor kinderen en boekhandels meer voor volwassenen. Andere organisatoren zijn festivals, musea, theaters, (literaire) cafés, ziekenhuizen en jeugdgevangenissen. Veel activiteiten vinden plaats als onderdeel van leesbevorderingscampagnes zoals de Kinderboekenweek, de Nationale Voorleesdagen en de Jonge Jury. In totaal bereiken schrijvers via De Schrijverscentrale jaarlijks ongeveer 400.000 kinderen en volwassenen (De Schrijverscentrale, 2018).

Schrijversbezoeken, per organisator

In aantallen

Er waren in 2017 in totaal 482 schrijvers voor volwassenen en 261 schrijvers voor kinderen actief. Het gaat om schrijvers van zeer diverse pluimage: prentenboeken, jeugdliteratuur, literaire romans en poëzie, maar ook filosofie, wetenschap en literaire non-fictie (De Schrijverscentrale, 2018).

In 2017 vond 35% van de bezoeken plaats in het basisonderwijs en 22% in het voortgezet onderwijs. Deze bezoeken worden georganiseerd door de school zelf of in samenwerking met de bibliotheek of boekhandel (De Schrijverscentrale, 2018). Zowel basis- als middelbare scholieren vinden een schrijversbezoek leuk en leerzaam. 78% van de basisscholieren en 61% van de middelbare scholieren noemt het bezoek leuk. Een derde van de kinderen begrijpt het boek beter dankzij het bezoek. De helft van de basisscholieren en drie op de tien middelbare scholieren wil vaker boeken gaan lezen van dezelfde schrijver. Soortgelijke aantallen geven aan in het algemeen zin te hebben gekregen om boeken te lezen (Oberon, 2018).

Het leesplezier wordt vooral gestimuleerd door de mogelijkheid tot interactie: schrijver en leerling gaan in gesprek over het boek. Twee op de vijf leerlingen in het basisonderwijs stelt vragen, terwijl het op de middelbare school gaat om een op de vijf. Schrijvers vertellen tijdens het bezoek over het creatieve proces en hoe hun leven doorwerkt in het boek. Hiermee zetten ze kinderen aan het denken: 69% van de basisscholieren en 62% van de middelbare scholieren rapporteert deze opbrengst (Oberon, 2018).

De Schoolschrijver

Een auteur van kinderboeken bezoekt gedurende een half jaar wekelijks drie basisschoolklassen. De 'Schoolschrijver' leest kinderen voor, gaat met hen in gesprek over boeken en geeft hen opdrachten om creatief te leren schrijven. Daarnaast geeft hij of zij professionaliseringsworkshops aan docenten en gaat in gesprek met ouders. Het team bestaat in het schooljaar 2017-2018 uit vijftig Schoolschrijvers (een stijging van 35% ten opzichte van het jaar ervoor). Zij bezoeken vijftig basisscholen (evenveel als in het jaar ervoor) en bereiken zo bijna 11.000 leerlingen (7% meer dan het jaar ervoor) (De Schoolschrijver, 2018).

De Schoolschrijver lijkt te slagen in de opzet: kinderen stimuleren om zelf te lezen, voor te lezen en creatief te schrijven. 92% van de leerlingen is enthousiast over de Schoolschrijver die hun klas bezoekt. Deze groep waardeert met name de leuke, grappige en spannende manier waarop de auteurs voorlezen en de creatieve opdrachten om zelf verhalen te schrijven. 43% van de leerlingen heeft door henzelf geschreven verhalen aan ouders laten lezen, 32% is van plan om zelf meer boeken te gaan lezen en 18% wil vaker worden voorgelezen door hun ouders (Centrum Brein & Leren, 2015).

Nederland Leest

Nederland een maand lang omtoveren tot één grote lees- en debatclub: dat is het doel van deze leescampagne. In 2018 is de bevolking uitgenodigd om te lezen en discussiëren over het thema ‘voeding’. De junior-editie van Nederland Leest richt zich op groep 7 en 8 van het basisonderwijs en klas 1 en 2 van het vmbo. Onder deze leerlingen zijn 87.000 exemplaren verspreid van het boek Graaf Sandwich en andere etenswaardigheden van Jan Paul Schutten. Dit is 35% meer dan de bijna 65.000 exemplaren van het boek van 2017. Bij de schooleditie horen webpagina’s met lessuggesties om het boek in de klas te behandelen. Deze waren in totaal goed voor 3.155 downloads, bijna een verdrievoudiging ten opzichte van het jaar ervoor.

Read2Me!

In deze voorleeswedstrijd lezen brugklassers voor uit jeugdboeken die aansluiten op hun leesniveau en belevingswereld. De nadruk ligt op de boeken van de Jonge Jury en de cultuurhistorische canon van Nederland. In het schooljaar 2017-2018 hebben er 1.181 schoolklassen meegedaan, goed voor ongeveer 29.500 leerlingen die voorlezen en voorgelezen worden (uitgaande van 25 leerlingen per klas). Zij zijn afkomstig van 168 middelbare scholen (26% van het totaal), die worden geworven door 65 basisbibliotheken (44% van het totaal). Het bereik van Read2Me! is sinds de eerste editie in 2011 tot 2015 flink gegroeid, zowel in basisbibliotheken, scholen als deelnemende leerlingen. Hierna is het bereik min of meer gestabiliseerd.

Deelname provincies

In aantallen

Deelname bibliotheken

In aantallen

Deelname scholen

In aantallen

Jonge Jury

Middelbare scholieren uit klas 1 tot en met 3 lezen jeugdboeken die in het voorgaande jaar zijn verschenen. Vervolgens kiezen ze hun favoriete titels. Het boek met de meeste stemmen wint de Prijs van de Jonge Jury. Voor de verkiezingscampagne van 2017-2018 brachten ruim 13.000 jongeren hun stem uit, nagenoeg evenveel als in het jaar ervoor. Terwijl het aantal via internet uitgebrachte stemmen daalde, groeide het aantal stemmen via papier. Middelbare scholieren bekroonden Pijn van Mel Wallis de Vries, die hiermee voor de vijfde keer op rij won.

Stemmen

In aantallen

In het schooljaar 2013-2014 verdubbelde het aantal stemmen ruimschoots. Dit was grotendeels te danken aan de vernieuwde opzet van de Jonge Jury. Er kwam een digitaal magazine, dat verschijnt in drie edities met de thema’s ‘lezen’, ‘stemmen’ en ‘vieren’. Het magazine is te lezen en te downloaden via de website. Deze trok in 2017-2018 bijna 70.000 bezoekers, 15% minder dan het jaar ervoor. Het vroegere gedrukte magazine had een oplage van 65.000 à 70.000 exemplaren.

Het digitale lesmateriaal kreeg in het schooljaar 2016-2017, in samenwerking met vier lesmethoden Nederlands (Op Niveau Onderbouw, Nieuw Nederlands, Talent en Plot 26), een nieuw jasje. De lesmodules zijn voor het eerst gratis aangeboden en dit heeft geleid tot een groei in de afname. 489 middelbare scholen (75% van het totaal) bestelden samen 733 pakketten; in het jaar ervoor ging het nog om 254 scholen (+92%).

Leeskr8!

Deze boekenzoekmachine geeft vmbo’ers tussen de 12 en 15 jaar een persoonlijk boekenadvies. Tevens vinden leerkrachten er inspiratie voor lessen over boeken. De website trok in het schooljaar 2016-2017 bijna 7.000 bezoekers, die er in totaal 9.500 sessies uitvoerden. Beide getallen zijn ongeveer 20% lager dan in het schooljaar ervoor. De app voor Apple met het boekenadvies-op-maat voor vmbo-scholieren is inmiddels ruim 4.500 keer gedownload.

De Weddenschap

Drie Bekende Nederlanders dagen vmbo-leerlingen uit om in een half jaar tijd drie boeken naar keuze te lezen. De Weddenschap heeft als doel het leesplezier van vmbo'ers, die over het algemeen niet erg van lezen houden, te stimuleren. Aan de editie 2017-2018 deden ruim 2.500 leerlingen mee door zich aan te melden op de website van de campagne, 45% minder dan het schooljaar ervoor. Dit komt mogelijk door een andere manier van meten. De deelnemers waren afkomstig van 130 verschillende middelbare scholen, 20% van het totaal.

Deelname leerlingen

In aantallen

45% van de vmbo'ers die zich inschrijven gaat tot lezen over; minder dan in het vorige schooljaar, toen het ging om 60%. Vrijwel alle deelnemers slagen erin de weddenschap te winnen: zij lezen in een half jaar tijd daadwerkelijk drie boeken.

Boekenweek voor Jongeren

Jongeren tussen de 15 en 18 jaar worden gestimuleerd tot lezen middels een boekenweek voor de doelgroep. Deze bestaat onder andere uit een Literatour schooltournee. In 2018 bezochten eenentwintig auteurs in totaal 99 middelbare scholen, een landelijke dekking van 15%. De auteurs gaven op deze scholen 198 lezingen aan in totaal ongeveer 10.000 leerlingen (uitgaande van 25 leerlingen per klas).

Het geschenkboek 3PAK - met daarin een drietal korte verhalen voor jongeren - kende in 2018 een oplage van 82.000 stuks, een stijging van 32% ten opzichte van het jaar ervoor. In totaal zijn er bijna 19.000 exemplaren besteld door 299 boekwinkels (21% van het totaal). Daarnaast hebben 87 bibliotheken (11% van het totaal) bijna 13.000 exemplaren besteld. Aan middelbare scholen in Nederland zijn in totaal ruim 44.000 exemplaren geleverd. De website trok bijna 15.000 bezoekers.

Boekenweek

Behalve uit het geschenkboek (2018: een oplage van 661.000 papieren exemplaren en 25.000 downloads van de digitale versie), gratis reizen met de NS (2018: ongeveer 250.000 reizigers) en allerhande activiteiten in boekhandel en bibliotheek, heeft de Boekenweek ook een educatieve component voor het voortgezet onderwijs. De webpagina's voor docenten trokken in 2018 ruim 3.300 bezoekers, 80% meer dan het jaar ervoor. Er deden 101 middelbare schoolklassen van 34 scholen mee aan Boekenweek Live!, een live gestreamde talkshow rondom het boekenweekgeschenk. De online uitzending is in totaal bijna 1.900 keer bekeken, 31% minder dan het jaar ervoor.

Nationale Mediatheek Trofee

Deze jaarlijkse juryprijs is bedoeld voor de beste schoolmediatheek van Nederland. De jury beoordeelt onder meer of de collectie actueel en gevarieerd is, of de omgeving uitnodigt om te lezen en of de mediathecaris deskundig en behulpzaam is. De selectie wordt gemaakt door middelbare scholieren en mbo-studenten zelf die, aan de hand van foto’s en verhalen, hun mediatheek aandragen. In 2018 kandideerden 35 leerlingen van 24 onderwijsinstellingen hun schoolmediatheek. De hoofdprijs ging naar het Farel College uit Amersfoort. De jury roemt de centrale ligging in de school, de stijlvolle inrichting en de bevlogenheid van de mediathecarissen, die meedoen aan landelijke campagnes en literaire uitstapjes organiseren.

De Inktaap

De genomineerden voor deze literaire jongerenprijs zijn de winnaars van drie literaire prijzen in het Nederlandse taalgebied: de Bookspot Literatuurprijs, de Libris Literatuur Prijs en de BNG Bank Literatuurprijs.

Aan de zestiende editie in schooljaar 2017-2018 deden 52 Nederlandse middelbare scholen mee, 8% van het totaal en 11% meer dan het jaar ervoor. Deze scholen stelden 63 jury’s samen (3% minder dan het jaar ervoor), met daarin 880 leerlingen uit de bovenbouw van havo en vwo (5% minder dan het jaar ervoor). 75% van de jury’s las de drie genomineerde boeken en koos een winnaar; 33% schreef daarnaast een juryrapport met een onderbouwing van haar keuze. De scholieren bekroonden Rivieren van Martin Michael Driessen met de Inktaap 2018.

Juryleden

In aantallen

Scholen

In aantallen

Dat niet alle jury’s de eindstreep halen, komt volgens de organisatoren door de hoge werkdruk in combinatie met een strakke planning, alsmede het relatief hoge niveau van de boeken voor de doelgroep.

Poëzieweek

Kopers van poëziebundels ontvangen in de winkel een geschenkboek (oplage 2018: 14.500 exemplaren, een daling van 15% ten opzichte van het jaar ervoor) en er worden verschillende poëzieprijzen uitgereikt. Hiernaast is de Poëzieweek ook een educatieve campagne, die bestaat uit online lestips voor het behandelen van gedichten in de klas. Het materiaal voor docenten in het basisonderwijs trok in 2018 ruim 7.300 bezoekers, 8% minder dan een jaar eerder. De lestips voor vmbo-docenten trokken bijna drieduizend bezoekers, 20% minder dan een jaar eerder. De lestips voor docenten in de bovenbouw van havo en vwo trokken bijna 1.500 bezoekers, 30% minder dan een jaar eerder.

Het Nederlands Letterenfonds en de Schrijverscentrale organiseren tijdens de Poëzieweek bezoeken van dichters aan de boekhandel. In 2017 waren in Nederland 133 optredens te bewonderen van 54 verschillende dichters, een ruime verdubbeling ten opzichte van de eerste Poëzieweek in 2013. Het aantal optredens op middelbare scholen steeg van 28 in 2016 naar veertig in 2017 (CPNB, 2017).

Boekenzoeker

Deze boekenzoekmachine geeft 8- tot 18-jarigen een boekadvies op maat, aan de hand van persoonlijke vragen die zij beantwoorden. De Boekenzoeker trok tussen mei 2016 en april 2017 ruim 166.000 bezoekers, die in totaal 235.000 sessies uitvoerden. Beide getallen zijn met 7% gedaald ten opzichte van het jaar ervoor.

De Boekenzoeker is een Nederlands-Vlaamse website. Het verkeer loopt sterk uiteen in de beide landen. 82% van de bezoekers is afkomstig uit België, tegen 15% uit Nederland. Vlaamse bezoekers verblijven langer op de site (7 minuten tegenover 4 minuten) en bekijken meer pagina’s (17 tegenover 10). Hoe dit verschil te verklaren valt? Vlaamse middelbare scholieren kennen geen verplichte leeslijst met oorspronkelijk Nederlandstalig werk. Dit maakt het gebruik van de Boekenzoeker (waarop ook veel anderstalige boeken staan) voor hen aantrekkelijker. Daarnaast heeft de site in Nederland, zowel onder docenten als onder de doelgroep, een geringe naamsbekendheid (De Boer, 2013; Huysmans, 2013).

De bezoekersaantallen van de Boekenzoeker fluctueren sterk. Na een dip rond de 5.000 bezoekers per maand gedurende de zomer, loopt het verkeer op naar 40.000 à 50.000 bezoekers in september en oktober, om de rest van het schooljaar terug te zakken naar rond de 15.000 à 20.000 bezoekers per maand. Met name aan het begin van het schooljaar gaan scholieren dus op zoek naar een boek om te lezen.

Pabo Voorleeswedstrijd

Deze spin off van De Nationale Voorleeswedstrijd wil aankomende basisschoolleerkrachten enthousiasmeren voor het (voor)lezen, en hen kennis laten opdoen over kinder- en jeugdliteratuur. In het schooljaar 2017-2018 deden er 39 instellingen mee, één meer dan het jaar ervoor, en goed voor een dekking van 87% van alle pabo-opleidingen. Sinds 2014 is de deelname min of meer stabiel, na een jarenlange stijging in de jaren ervoor.

Pabo-instellingen

In aantallen

Het thema van de Pabo Voorleeswedstrijd is de cultuurhistorische canon van Nederland. Studenten lezen voor uit een boek dat past bij één van de vijftig canonvensters. Er deden in totaal ruim 3.600 studenten mee als voorlezer en/of luisteraar (17% van de 21.000 pabo-studenten). Deelnemers zijn met name eerste- en tweedejaars studenten (Oberon/Stichting Lezen, 2014).

LêsNo

Brugklassers ontvangen bundels met korte verhalen in de Friese taal, om hen te stimuleren om te lezen in het Fries. De verhalen worden aangeboden in een geschreven, audio- en gecombineerde versie, waarin de leerlingen kunnen meelezen. In 2018 doen er 27 middelbare scholen mee aan LêsNo, goed voor 137 klassen en 3.233 leerlingen. Deze cijfers dalen met respectievelijk 13%, 7% en 20% ten opzichte van het jaar ervoor.