Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Activiteiten leesbevordering

Een overzicht van bereikcijfers en resultaten van programma's, campagnes, activiteiten en projecten op het gebied van leesbevordering.

-> De Boekenweek en de Kinderboekenweek zijn de leescampagnes met de grootste naamsbekendheid, gevolgd door De Nationale Voorleesdagen en De Nationale Voorleeswedstrijd.

-> De interventie BoekStart slaagt erin de taalontwikkeling van baby’s te stimuleren. Vier op de tien ouders van pasgeboren baby’s doet mee.

-> De VoorleesExpress introduceert jaarlijks bij ruim 5.000 gezinnen het voorleesritueel. Het voorleesgedrag en boekenkennis in deze gezinnen gaan blijvend vooruit.

-> De Nationale Voorleesdagen bereiken negen op de tien kinderdagverblijven, zes op de tien bibliotheken en drie op de tien basisscholen.

-> Aan De Nationale Voorleeswedstrijd doen jaarlijks ongeveer 180.000 kinderen mee, afkomstig van bijna de helft van de Nederlandse basisscholen.

-> De Schrijverscentrale organiseert jaarlijks ruim 4.400 auteursbezoeken en bereikt hiermee ongeveer 400.000 kinderen en volwassenen.

-> De Schoolschrijver bestaat uit een team van zestig kinderboekenauteurs die leesworkshops geven aan 20.000 basisscholieren.

-> Voor de junior-editie van Nederland Leest hebben 85.000 kinderen van 10 tot 14 jaar een boek in de klas ontvangen.

-> 16.000 leerlingen uit de groepen 5 en 6 van 393 basisscholen lazen voor Scoor een boek! ruim 100.000 boeken.

-> Read2Me! is een voorleeswedstrijd waaraan jaarlijks rond de 30.000 brugklassers meedoen. Zij zijn afkomstig van drie op de tien middelbare scholen.

-> Ruim 10.000 jongeren kenden de publieksprijs van de Jonge Jury toe, fors minder dan in eerdere jaren. Dit komt mede door de lockdown om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen.

->  Leeskracht is een boekadvieswebsite voor vmbo-scholieren die rond de 6.000 bezoekers per jaar trekt.

-> De Weddenschap daagde bijna 2.000 vmbo-leerlingen uit tot het lezen van drie boeken in een half jaar tijd.

-> Tijdens de Boekenweek voor Jongeren hebben 23 auteurs opgetreden op 84 middelbare scholen, en zijn er ruim 100.000 exemplaren van het geschenkboek verspreid.

-> De Boekenweek bevat een educatieve component voor het voortgezet onderwijs, met webpagina’s voor docenten die in 2020 ruim 2.600 bezoekers hebben getrokken. 

-> De Nationale Mediatheek Trofee, een prijs voor de beste schoolmediatheek, heeft zeventien schoolmediatheken als kandidaat getrokken.

-> De Mediathecaris van het jaar, een prijs voor de beste mediathecaris, heeft elf mediathecarissen als kandidaat getrokken.

-> De Inktaap is een literaire jongerenprijs waaraan jaarlijks rond de duizend jongeren deelnemen, afkomstig van een op de tien middelbare scholen.

-> De Poëzieweek bevat een educatieve campagne met online lestips voor docenten, die in 2020 ruim 21.000 bezoekers trokken, 41% meer dan een jaar eerder.

-> De Pabo Voorleeswedstrijd doet acht op de tien pabo-opleidingen aan, goed voor ongeveer 3000 pabo-studenten die meedoen als voorlezer en/of luisteraar.

-> Tomke stimuleert het lezen in de Friese taal, door jaarlijks ruim 27.000 exemplaren van een boekje te verspreiden over deze avontuurlijk ingestelde peuter.

-> LêsNo stimuleert ruim 3.800 brugklassers op 29 middelbare scholen om een boek te lezen in de Friese Taal.

(Kinder)boekenweek heeft grootste naamsbekendheid

De Boekenweek en de Kinderboekenweek zijn met stip de meest bekende leesbevorderingscampagnes van Nederland. Bijna negen op de tien Nederlanders kennen deze jaarlijkse promotieacties voor het boek van naam. De voorleescampagnes De Nationale Voorleesdagen en De Nationale Voorleeswedstrijd volgen met een bekendheid onder zeven op de tien Nederlanders. De Bibliotheek op school, de Boekenweek voor jongeren, Nederland Leest en de Poëzieweek zijn bij rond de vier op de tien mensen bekend. Ten opzichte van een jaar eerder groeit de bekendheid van De Bibliotheek op school, de Boekenweek voor jongeren en BoekStart (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47).

Naamsbekendheid activiteiten leesbevordering

In procenten van de Nederlandse bevolking

* Sinds 2016: gemeten in januari; tot en met 2015: gemeten in juni. 

** In 2018 heette de Boekenweek voor jongeren de 'Literatour'.

De Gouden en Zilveren Griffels zijn de meest bekende leesbevorderende prijzen voor kinderboeken in Nederland, gevolgd door de Gouden en Zilveren Penselen en de Nederlandse Kinderjury. De bekendste prijs voor boeken voor volwassenen is de NS Publieksprijs, op kleine afstand gevolgd door de Libris Literatuurprijs. Ten opzichte van een jaar eerder is de bekendheid van de meeste prijzen stabiel (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47).

Naamsbekendheid prijzen leesbevordering

In procenten van de Nederlandse bevolking

* Sinds 2016: gemeten in januari; tot en met 2015: gemeten in juni

** van 2015 tot en met 2018: ECI Literatuurprijs; tot en met 2014: AKO Literatuurprijs

Ook kinderen tussen de 7 en 15 jaar hebben het vaakst gehoord van de Kinderboekenweek, op afstand gevolgd door de publieksprijs van De Kinderjury en de juryprijzen van de Griffels en de Penselen (die tijdens de Kinderboekenweek worden uitgereikt). De bekendste activiteiten rond voorlezen zijn De Nationale Voorleeswedstrijd en De Nationale Voorleesdagen. De Jonge Jury wint rap aan naamsbekendheid vanaf het dertiende levensjaar – de doelgroep bestaat dan ook uit middelbare scholieren (Huysmans, 2013).

Naamsbekendheid activiteiten leesbevordering, naar leeftijd

In procenten

Jongeren en jongvolwassenen tussen de 12 en 25 jaar zijn ook het meest bekend met de Kinderboekenweek en de Boekenweek, met percentages van respectievelijk 75% en 57%. De Jonge Jury (20%), Poëzieweek (19%), Boekenweek voor Jongeren (17%), Read2Me! (3%), De Inktaap (3%) en de Weddenschap (1%) volgen op geruime afstand (Stalpers, 2020).

BoekStart

In dit programma, onderdeel van Kunst van Lezen, helpen bibliotheken, kinderdagverblijven en andere opvoedkundige instanties het jonge gezin om een start te maken met de leesopvoeding. Ouders vanaf de babyleeftijd stimuleren om voor te lezen, verhaaltjes te vertellen en gesprekjes te voeren, dit is het doel van BoekStart. De interventie is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

Vrijwel alle bibliotheken in Nederland bieden BoekStart aan. Het gaat om 143 basisbibliotheken (99% van het totaal) en 761 hoofdvestigingen (100% van het totaal) (Koninklijke Bibliotheek, 2020).

Ouders krijgen een uitnodiging voor BoekStart als hun baby ongeveer drie maanden oud is. 39% gaat vervolgens naar de bibliotheek om een gratis BoekStartkoffertje op te halen. Bibliotheken deelden in 2019 zodoende in totaal 65.000 koffers uit. Negen op de tien ouders die een koffer ophalen, maken hun baby tevens lid van de bibliotheek. Bij ouders die geen koffer ophalen, is dit een derde (Kantar Public, 2018).

Bereik BoekStart

In aantal uitgedeelde koffers (% van de ouders)

Ouders die meedoen aan BoekStart, zijn over het algemeen hoger opgeleid en zelf lid van de bibliotheek (Van den Berg & Bus, 2015). Ouders uit de lagere sociale klassen halen het minst vaak het koffertje op. Dit komt met name doordat zij minder bekend zijn met BoekStart dan ouders uit de hogere sociale klassen (Kantar Public, 2018).

De BoekStartkoffer bevat babyboekjes en informatie over voorlezen. Deze worden door deelnemende ouders regelmatig gebruikt. 78% leest eruit voor, 56% geeft ze aan hun kind, 53% legt ze ergens neer en 25% gebruikt de koffer als decoratie. Bijna de helft geeft aan dat de materialen hun kijk op voorlezen hebben veranderd. Dit zijn in het bijzonder ouders uit de lagere sociale klassen (Kantar Public, 2018).

De BoekStartcoach is een voorleesconsulent van de bibliotheek, die jonge ouders middels gesprekken op het consultatiebureau adviseert over voorlezen en leesopvoeding. De BoekStartcoach is anno 2019 actief vanuit 60 basisbibliotheken (41% van het totaal) en op 135 consultatiebureaus in Nederland. Het doel is het bereik van BoekStart onder laagtaalvaardige ouders vergroten (Koninklijke Bibliotheek, 2020).

Ouders die meedoen aan BoekStart beginnen op jongere leeftijd met voorlezen aan hun kind. Ook hebben ze meer babyboekjes in hun bezit (Kantar Public, 2018).

Uit een effectstudie blijkt dat BoekStart het voorleesgedrag van ouders en de taalontwikkeling van kinderen stimuleert. Ouders die meedoen aan BoekStart en regelmatig voorlezen, zetten een positieve leesspiraal in gang. Hun kinderen hebben op een leeftijd van 15 maanden een voorsprong in hun taalontwikkeling, en na 22 maanden zijn ze nog verder uitgelopen op niet-BoekStart-kinderen (Van den Berg & Bus, 2015).

Kinderen met een moeilijk temperament, die snel huilen, geïrriteerd raken en afgeleid zijn, profiteren het sterkst van BoekStart. Zij weten de taalachterstand die ze zonder BoekStart waarschijnlijk zouden oplopen, om te buigen in een voorsprong op kinderen met een makkelijk temperament (Van den Berg & Bus, 2015). Bovendien lopen kinderen met een moeilijk temperament die meedoen aan BoekStart op 6-jarige leeftijd nog steeds voor in de taalontwikkeling. Dit is het geval ten opzichte van niet-BoekStart-kinderen met een moeilijk temperament (De Bondt & Bus, 2019). BoekStart werkt dus preventief: het risico op taalachterstanden wordt gereduceerd.

Vrijwel alle bibliotheken beschikken over een collectie babyboeken. Negen op de tien bibliotheken huisvest een speciaal voor baby’s ingerichte boekenhoek. Acht op de tien bibliotheken organiseert activiteiten voor jonge ouders en hun baby en geeft voorlichting aan ouders. Driekwart biedt trainingen en andere vormen van ondersteuning aan voor ouders, zoals workshops en inloopbijeenkomsten over bijvoorbeeld interactief voorlezen (Koninklijke Bibliotheek, 2020).

Veel bibliotheken slaan de handen ineen met andere opvoedkundige instanties. 88% werkt op het terrein van voor- en vroegschoolse educatie samen met de gemeente, 88% met het consultatiebureau, 85% met kinderopvanginstellingen en 50% met basisscholen. 77% van de bibliotheken werkt samen met partners die zich richten op laagtaalvaardige ouders, zoals consultatiebureaus en welzijnsorganisaties. Dit is een stijging ten opzichte van de 65% in het jaar ervoor. Tweederde van de bibliotheken organiseert activiteiten voor laagtaalvaardige ouders, zoals voorleesbijeenkomsten, terwijl de helft beleid voert op het gebied van preventie van laaggeletterdheid (Koninklijke Bibliotheek, 2020).

VoorleesExpress

Gezinnen met een risico op taalachterstanden krijgen een bijzonder bezoek: twintig weken lang komt er een vrijwilliger bij hen thuis om het voorleesritueel te introduceren. De kinderen (tussen de 2 en 8 jaar oud) worden voorgelezen, hun ouders krijgen tips & tricks voor hoe dit zelf te doen en er vindt een bibliotheekbezoek plaats om kennis te maken met nieuwe boektitels. De VoorleesExpress is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

De VoorleesExpress opereerde in 2019 vanaf 341 locaties in Nederland, zoals bibliotheken en welzijnsorganisaties. Deze stijging van 36% ten opzichte van de 250 locaties in 2018 komt mede doordat steeds meer bibliotheken het programma ondersteunen en uitvoeren, waardoor ook kleine dorpen kunnen worden bereikt. Zeven op de tien overkoepelende organisaties die de VoorleesExpress in 2019 ondersteunen en uitvoeren betreft een basisbibliotheek (VoorleesExpress, 2020).

Het netwerk bestaat anno 2019 uit 6.500 vrijwilligers. Zij hebben gedurende dit jaar in totaal 5.400 gezinnen bezocht en begeleidt. Beide aantallen zijn met 6% à 7% gestegen ten opzichte van het jaar ervoor (VoorleesExpress, 2020).

Deelnemende vrijwilligers en gezinnen

In aantallen

De VoorleesExpress slaagt in haar doelstelling om de taal- en leesontwikkeling te stimuleren. De interventie bereikt de doelgroep van gezinnen met risico op taalachterstanden. De kinderen in deze gezinnen gaan gedurende de twintig weken vooruit op het verhaalbegrip, maar niet op woordenschat. Ook leren ze meer boeken kennen, een effect dat zich na afloop van de interventie voortzet. De ouders gaan gedurende de interventie vaker voorlezen, en gaan hier na afloop eveneens mee door (Broens & Van Steensel, 2019).

De Nationale Voorleesdagen

Zeven op de tien Nederlanders is bekend met deze tiendaagse campagne, die het plezier in voorlezen onder de aandacht brengt. Het zijn met name vrouwen, mensen tussen de 35 en 49 en hoger opgeleiden die De Nationale Voorleesdagen van naam kennen (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47).

Het Prentenboek van het Jaar was in 2020 Moppereend van Joyce Dunbar & Petr Horácek. 49% van de boekhandels heeft de mini-editie (oplage: 34.550 exemplaren) van dit boek besteld, minder dan de 54% in het jaar ervoor. De bijbehorende video voor YouTube is in de campagneperiode 1.898 keer bekeken.

De Nationale Voorleesdagen worden uitgevoerd door organisaties die kinderen helpen zich te ontwikkelen als lezer. Zij ontvangen een informatiepakket met promotionele en educatieve materialen, zoals flyers, boekjes en lessuggesties. In 2020 is op deze manier 92% van de kinderdagverblijven, 64% van de bibliotheken en 33% van de basisscholen bereikt. Terwijl het bereik in de kinderopvang in de loop der jaren is gegroeid en in het basisonderwijs stabiel is gebleven, heeft er in de bibliotheeksector een daling plaatsgevonden.

78% van de kinderdagverblijven en basisscholen doet vrijwel elk jaar mee aan De Nationale Voorleesdagen. In de kinderopvang blijkt de voorbereiding en uitvoering van de campagne actiever te verlopen dan in de onderbouw van het basisonderwijs. Medewerkers op het kinderdagverblijf lezen vooral voor uit het Prentenboek van het Jaar, terwijl docenten in het basisonderwijs hiernaast vaker andere boeken uit de Prentenboeken Top 10 voorlezen. Kinderdagverblijven die meedoen aan BoekStart in de kinderopvang en basisscholen die meedoen aan de Bibliotheek op school nemen actiever deel aan de campagne (Kantar Public, 2020).

De Nationale Voorleeswedstrijd

Kinderen het plezier laten ervaren van voorlezen: dit is het doel van De Nationale Voorleeswedstrijd. De campagne begint met schoolrondes en eindigt met een landelijke finale, waarin de meest vaardige voorlezer van het jaar wordt gekozen. In het schooljaar 2019-2020 hebben er 3.071 basisscholen meegedaan, 1% minder dan het jaar ervoor. De landelijke dekking ligt op 47% van de basisscholen.

Deelnemende scholen

In aantallen

* De groei in 2013 en 2018 wordt vooral veroorzaakt door extra promotie in het kader van respectievelijk het 20- en 25-jarig jubileum van de voorleeswedstrijd.

In het schooljaar 2019-2020 hebben bijna 180.000 leerlingen voorgelezen of geluisterd; 9% minder dan het jaar ervoor. Zij komen hoofdzakelijk uit de groepen 7 en 8 (waarop de Nationale Voorleeswedstrijd zich richt). Op een klein aantal scholen doen ook kinderen uit groep 1 tot en met 6 mee (Bakker, 2013). De Nationale Voorleeswedstrijd bereikt de helft van de groep 7- en 8-leerlingen en 12% van alle basisscholieren in Nederland.

Deelnemende leerlingen

In aantallen

* De stijging in 2011 wordt vooral veroorzaakt door een nieuwe meetmethode. Scholen rekenen met ingang van dat jaar voorlezers én luisteraars tot de deelnemers; voorheen bepaalden ze zelf de manier van tellen.

** De groei in 2013 en 2018 wordt vooral veroorzaakt door extra promotie in het kader van respectievelijk het 20- en 25-jarig jubileum van de voorleeswedstrijd.

Er worden steevast méér meisjes tot schoolkampioen gekroond dan jongens. In de 25-jarige historie behoort 79% van de winnaars tot het vrouwelijk geslacht. De voorsprong van meisjes is in de loop der jaren wel geslonken. Zo was in 2019-2020 25% van de winnaars een jongen, terwijl het in 2010-2011 om 18% ging. Het overwicht van meisjes wekt de suggestie dat zij vaardiger zijn in voorlezen. Het is echter waarschijnlijker dat zij zich vaker aanmelden als deelnemer.

De meest voorgelezen schrijvers zijn in de loop der jaren nauwelijks veranderd: Roald Dahl, Tosca Menten, Paul van Loon, Jacques Vriens en Carry Slee. De meest populaire serieboeken om voor te lezen zijn Dagboek van een muts van Rachel Renee Russell (het meest voorgelezen boek in 2019-2020), Harry Potter door J.K. Rowling en Het leven van een loser van Jeff Kinney.

Voorleeskampioenen, naar geslacht

In aantallen

Basisscholen doen vooral mee aan de Nationale Voorleeswedstrijd om het voorlezen bij hun leerlingen te promoten. Daarnaast wensen ze hen in aanraking te brengen met nieuwe kinder- en jeugdboeken, en daarmee het zelf (stil) lezen te bevorderen. Scholen lijken op de hoogte van de positieve spiraal, want ze willen met deelname tevens het leesplezier en de leesvaardigheid stimuleren (Bakker, 2013).

Deelnemende scholen besteden over het algemeen veel aandacht aan leesbevordering. Het merendeel heeft een leescoördinator aangesteld, die docenten aanspoort om enthousiaste leesbevorderaars te zijn. Ook het actueel en kwalitatief hoogstaand houden van de boekencollectie is speerpunt, evenals een samenwerking met de openbare bibliotheek. Verder is er veel aandacht voor leesactiviteiten, zoals voorlezen, vrij (stil) lezen en praten over boeken (Bakker, 2013). Het leesklimaat op deelnemende scholen is gunstiger dan op scholen die niet meedoen aan de Nationale Voorleeswedstrijd (Jansen, 2008).

De Schrijverscentrale

Schrijvers reizen door het land om contact te zoeken met lezers. De Schrijverscentrale bemiddelt tussen de schrijvers en de organisatoren van lezingen, debatten en klassenbezoeken. Zij adviseert in de keuze voor een schrijver, legt het contact tussen partijen en zorgt voor de financiële afhandeling. Dit vanuit de missie om het (literaire) lezen te bevorderen en de literatuur zichtbaar te maken. De Schrijverscentrale is voor het derde jaar op rij genomineerd voor de Astrid Lindgren Memorial Award (De Schrijverscentrale, 2020). In 2019 hebben er ruim 4.400 schrijversbezoeken plaatsgevonden, een daling van 2% ten opzichte van het jaar ervoor (De Schrijverscentrale, 2020).

Schrijversbezoeken

In aantallen

Voor kinderen wordt een groter aantal bezoeken georganiseerd dan voor volwassenen. Bibliotheken en scholen organiseren meer activiteiten voor kinderen, terwijl boekhandels dit meer doen voor volwassenen. Andere organisatoren zijn festivals, musea, theaters, (literaire) cafés, ziekenhuizen en jeugdgevangenissen. Veel activiteiten vinden plaats als onderdeel van leesbevorderingscampagnes zoals de Kinderboekenweek, de Nationale Voorleesdagen, de Boekenweek voor Jongeren en de Jonge Jury. In totaal bereiken schrijvers via de Schrijverscentrale jaarlijks ongeveer 400.000 kinderen en volwassenen (De Schrijverscentrale, 2020).

Schrijversbezoeken, per organisator

In aantallen

Er waren in 2019 in totaal 450 schrijvers voor volwassenen en 251 schrijvers voor kinderen actief voor de Schrijverscentrale. Het gaat om schrijvers van zeer diverse pluimage: prentenboeken, jeugdliteratuur, literaire romans en poëzie, maar ook filosofie, wetenschap en literaire non-fictie (De Schrijverscentrale, 2020).

In 2018 vond 34% van de bezoeken plaats in het basisonderwijs en 23% in het voortgezet onderwijs. Deze bezoeken worden georganiseerd door de school zelf of in samenwerking met de bibliotheek of boekhandel (De Schrijverscentrale, 2019). Zowel basis- als middelbare scholieren vinden een schrijversbezoek leuk en leerzaam. 78% van de basisscholieren en 61% van de middelbare scholieren noemt het bezoek ‘leuk’. Een derde van de kinderen begrijpt het boek beter dankzij het bezoek. De helft van de basisscholieren en drie op de tien middelbare scholieren wil vaker boeken gaan lezen van dezelfde schrijver. Soortgelijke aantallen geven aan in het algemeen zin te hebben gekregen om boeken te lezen (Oberon, 2018).

Het leesplezier wordt vooral gestimuleerd door de mogelijkheid tot interactie: schrijver en leerling gaan in gesprek over het boek. Twee op de vijf leerlingen in het basisonderwijs stelt vragen, terwijl het op de middelbare school gaat om een op de vijf. Schrijvers vertellen tijdens het bezoek over het creatieve proces en hoe hun leven doorwerkt in het boek. Hiermee zetten ze kinderen aan het denken: 69% van de basisscholieren en 62% van de middelbare scholieren rapporteert deze opbrengst (Oberon, 2018).

De Schoolschrijver

Een auteur van kinderboeken bezoekt gedurende een half jaar wekelijks basisscholieren in groep 3 tot en met 8. Deze 'Schoolschrijver' leest kinderen voor, gaat met hen in gesprek over boeken en geeft hen opdrachten om creatief te leren schrijven. Het team bestaat in het schooljaar 2018-2019 uit zestig Schoolschrijvers (ten opzichte van de vijftig auteurs in het jaar ervoor). Zij bezoeken vijftig basisscholen (evenveel als in het jaar ervoor) en bereiken zo 11.000 leerlingen (evenveel als in het jaar ervoor). Naast het halfjaarprogramma is er ook een maandprogramma met hoofdzakelijk digitale lessen. Hiermee zijn 9.000 leerlingen bereikt, vijf keer zoveel als het jaar ervoor. Basisscholen die meedoen aan de Schoolschrijver, bedienen een relatief groot aantal kinderen met het risico op taalachterstanden (De Schoolschrijver, 2019).

De Schoolschrijver lijkt te slagen in de opzet: kinderen stimuleren om zelf te lezen, voor te lezen en creatief te schrijven. 92% van de leerlingen is enthousiast over de Schoolschrijver die hun klas bezoekt. Deze groep waardeert met name de leuke, grappige en spannende manier waarop de auteurs voorlezen en de creatieve opdrachten om zelf verhalen te schrijven. 43% van de leerlingen heeft door henzelf geschreven verhalen aan ouders laten lezen, 32% is van plan om zelf meer boeken te gaan lezen en 18% wil vaker worden voorgelezen door hun ouders (Centrum Brein & Leren, 2015).

Nederland Leest

Nederland een maand lang omtoveren tot één grote lees- en debatclub: dat is het doel van deze leescampagne. In 2020 is de bevolking uitgenodigd om te lezen en discussiëren over het thema ‘Kleine geschiedenis, grote verhalen’. De junior-editie van Nederland Leest richt zich op groep 7 en 8 van het basisonderwijs en klas 1 en 2 van het vmbo. Onder deze leerlingen zijn 85.900 exemplaren verspreid van het boek Dwars door de storm van Martine Letterie en Karlijn Stoffels, ongeveer evenveel als van de editie van het jaar ervoor. Bij de schooleditie horen webpagina’s met lessuggesties om het boek in de klas te behandelen. Deze trokken in 2020 ruim 4.700 bezoekers, 24% meer dan in het jaar ervoor.

Scoor een boek!

Kinderen in groep 5 en 6 van de basisschool lezen tussen februari en april, gedurende een periode van negen weken, zoveel mogelijk boeken. Profvoetballers van eredivisieclubs moedigen hen middels videoboodschappen aan. In 2019 deden er twaalf voetbalclubs uit zes provincies mee aan Scoor een boek!, twee keer zoveel als in het jaar ervoor en een derde van het totaal aantal profvoetbalclubs voor mannen in de Eredevisie en Eerste Divisie. Ruim 16.000 leerlingen van 393 basisscholen (6% van het totaal) lazen in totaal ruim 105.000 boeken.

Read2Me!

In deze voorleeswedstrijd lezen brugklassers voor uit jeugdboeken die aansluiten op hun leesniveau en belevingswereld. De nadruk ligt op de boeken van de Jonge Jury en de cultuurhistorische canon van Nederland. In het schooljaar 2019-2020 hebben er 1.305 schoolklassen meegedaan, goed voor bijna 33.000 leerlingen die voorlezen en voorgelezen worden (uitgaande van 25 leerlingen per klas). Zij zijn afkomstig van 192 middelbare scholen (30% van het totaal), die worden geworven door 69 basisbibliotheken (48% van het totaal). Het bereik van Read2Me! is sinds de eerste editie in 2011 tot 2015 flink gegroeid, zowel in basisbibliotheken, scholen als deelnemende leerlingen. Hierna is het bereik gestabiliseerd. In 2018-2019 laat het aantal deelnemende middelbare scholen weer een groei zien van 20% en het aantal klassen van 14%, om in 2019-2020 min of meer te stabiliseren.

Deelname bibliotheken

In aantallen

Deelname scholen

In aantallen

Jonge Jury

Middelbare scholieren uit klas 1 tot en met 3 lezen jeugdboeken die in het voorgaande jaar zijn verschenen. Vervolgens kiezen ze hun favoriete titels. Het boek met de meeste stemmen wint de Prijs van de Jonge Jury. Voor de verkiezingscampagne van 2019-2020 brachten ruim 10.000 jongeren hun stem uit, een daling van 37% ten opzichte van een jaar eerder. Het aantal via internet uitgebrachte stemmen daalde met 30%, terwijl er nagenoeg geen stemmen via papier werden uitgebracht. Deze daling komt waarschijnlijk doordat in het voorjaar van 2020 de middelbare scholen gesloten zijn geweest vanwege de lockdown om verspreiding van het coronavirus te voorkomen. De promotie voor het stemmen onder leerlingen loopt deels via de scholen, en de stemming vindt in het voorjaar plaats.

Middelbare scholieren bekroonden in 2019-2020 het boek Match van Buddy Tegenbosch, die hiermee de reeks van zes overwinningen op rij door Mel Wallis de Vries doorbroken heeft.

Stemmen

In aantallen

In het schooljaar 2013-2014 verdubbelde het aantal stemmen ruimschoots. Dit was grotendeels te danken aan de vernieuwde opzet van de Jonge Jury. De campagne kreeg een indeling in fases, aan de hand van de thema’s ‘lezen’, ‘stemmen’ en ‘vieren’. Hiernaast werd het lesmateriaal gedigitaliseerd en voorzien van multimedia. De vernieuwingen zijn gerealiseerd middels de website. Deze trok in 2019-2020 ruim 220.000 bezoekers, 4% minder dan in het jaar ervoor. Het gedrukte magazine van voor 2013-2014 kende een oplage van 65.000 à 70.000 exemplaren.

Het digitale lesmateriaal kreeg in het schooljaar 2016-2017, in samenwerking met vier lesmethoden Nederlands (Op Niveau Onderbouw, Nieuw Nederlands, Talent en Plot 26), een nieuw jasje. 327 middelbare scholen (50% van het totaal) bestelden in 2019-2020 samen 665 pakketten; in het jaar ervoor ging het nog om 532 scholen (-39%) en 772 pakketten (-16%).

Leeskracht

Deze boekenzoekmachine geeft vmbo’ers tussen de 12 en 15 jaar een persoonlijk boekenadvies. Tevens vinden leerkrachten er inspiratie voor lessen over boeken. De website trok in het schooljaar 2019-2020 ruim 6.000 bezoekers, die er in totaal bijna 9.000 sessies uitvoerden. Deze getallen zijn respectievelijk 10% en 9% lager dan in het schooljaar ervoor.

De Weddenschap

Drie Bekende Nederlanders dagen vmbo-leerlingen uit om in een half jaar tijd drie boeken naar keuze te lezen. De Weddenschap heeft als doel het leesplezier van vmbo'ers, die over het algemeen niet erg van lezen houden, te stimuleren. Aan de editie 2019-2020 deden bijna 2.000 leerlingen mee door zich aan te melden op de website van de campagne, een daling van 19% ten opzichte van het jaar ervoor. De deelnemers waren afkomstig van 73 verschillende middelbare scholen, 11% van het totaal en ongeveer evenveel als het jaar ervoor.

Deelname leerlingen

In aantallen

48% van de vmbo'ers die zich inschrijven gaat tot lezen over, nagenoeg evenveel als het jaar ervoor. 28% van de deelnemers slaagt erin de weddenschap te winnen: zij lezen in een half jaar tijd drie boeken. Een jaar eerder betrof dit 21% van de deelnemers. 7% behaalt het aantal van twee gelezen boeken, 15% het aantal van een gelezen boek.

Boekenweek voor Jongeren

Jongeren tussen de 15 en 18 jaar worden gestimuleerd tot lezen middels een boekenweek voor de doelgroep. Deze bestaat onder andere uit een Literatour schrijverstournee voor scholen. In 2020 bezochten 23 auteurs in totaal 84 middelbare scholen, een landelijke dekking van 13%. De auteurs gaven op deze scholen ruim 250 lezingen aan in totaal 10.000 leerlingen.

Het geschenkboek 3PAK - met daarin een drietal korte verhalen voor jongeren - kende in 2020 een oplage van ruim 101.000 stuks, een daling van 6% ten opzichte van het jaar ervoor. In totaal zijn er ruim 6.000 exemplaren besteld door 187 boekwinkels (15% van het totaal). Daarnaast hebben 111 bibliotheekvestigingen (15% van het totaal) bijna 14.000 exemplaren besteld. Aan middelbare scholen in Nederland zijn in totaal bijna 75.000 exemplaren geleverd. De website trok ruim 8.000 bezoekers.

Boekenweek

Behalve uit het geschenkboek (2020: een oplage van 612.000 papieren exemplaren en 17.505 downloads van de digitale versie) en allerhande activiteiten in boekhandel en bibliotheek, heeft de Boekenweek ook een educatieve component voor het voortgezet onderwijs.

De webpagina's voor docenten trokken in 2020 ruim 2.600 bezoekers, een daling van 7% ten opzichte van het jaar ervoor. Er deden 49 schoolklassen van negentien middelbare scholen mee aan Boekenweek Live!, een live gestreamde talkshow rondom het Boekenweekgeschenk. De online uitzending is in totaal 1.711 keer bekeken, 40% meer dan het jaar ervoor. Dit is mogelijk mede het resultaat van extra promotie in de eerste week van de lockdown, die is ingesteld om verspreiding van het coronavirus te voorkomen.

Het gratis reizen met de NS op vertoon van het Boekenweekgeschenk, dat in 2018 ongeveer 250.000 reizigers aantrok, kon vanwege de lockdown in 2020 geen doorgang vinden.

Nationale Mediatheek Trofee

Deze jaarlijkse prijs gaat naar de beste schoolmediatheek van Nederland. De prijs is bedoeld om het belang van een goede leesomgeving onder de aandacht te brengen. De selectie wordt gemaakt door middelbare scholieren en mbo-studenten die, aan de hand van foto’s en verhalen, hun mediatheek aandragen. Een jury kiest vervolgens de winnaar. In 2020 kandideerden zeventien onderwijsinstellingen hun schoolmediatheek, terwijl dit er een jaar eerder 29 waren. Deze daling komt mogelijk doordat in het voorjaar van 2020 de middelbare scholen gesloten zijn geweest vanwege de lockdown om verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Hierdoor hebben docenten de leerlingen in minder sterke mate kunnen stimuleren om hun school in te sturen als kandidaat.

De hoofdprijs ging naar het Maaswaal College uit Wijchen. De jury roemt de mediatheek om de stijlvolle inrichting, waarin plaats is voor ruimtes die verschillende functies vervullen, de in verhouding tot het budget sterke boekencollectie, de ruime openingstijden, en aandacht voor het sociale aspect rondom boeken en lezen, door middel van de organisatie van schrijversbezoeken en een leesclub.

Mediathecaris van het jaar

Deze jaarlijkse prijs gaat naar de beste mediathecaris van Nederland. De prijs is bedoeld om het het belang van het werk van de mediathecaris onder de aandacht te brengen. De selectie wordt gemaakt door leerlingen en docenten die hun mediathecaris kunnen nomineren voor de titel. In 2020 kandideerden elf onderwijsinstellingen op deze wijze hun mediathecaris, terwijl dit er een jaar eerder zeventien waren. Deze daling komt mogelijk doordat in het voorjaar van 2020 de middelbare scholen gesloten zijn geweest vanwege de lockdown om verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Hierdoor hebben docenten de leerlingen in minder sterke mate kunnen stimuleren om hun school in te sturen als kandidaat.

De winnaar wordt met ingang van 2020 gekozen door middel van een openbare online stemming. De hoofdprijs ging naar Bart Vervaecke van het Maaswaal College in Wijchen, die 3.539 stemmen ontving.

De Inktaap

Deze literaire jongerenprijs streeft ernaar het lezen van kwalitatief hoogstaande werken door de doelgroep te stimuleren. De genomineerden voor De Inktaap zijn de winnaars van drie literaire prijzen in het Nederlandse taalgebied: de Libris Literatuur Prijs, de BNG Bank Literatuurprijs en de Boekenbon Literatuurprijs.

Aan de zeventiende editie in schooljaar 2019-2020 hebben zestig middelbare scholen meegedaan, 9% van het totaal en 5% minder dan in het jaar ervoor. Deze scholen stelden 78 jury’s samen (4% meer dan het jaar ervoor), met daarin 1.182 leerlingen uit de bovenbouw van havo en vwo, nagenoeg evenveel als het jaar ervoor. Acht op de tien jury’s las de drie genomineerde boeken en koos een winnaar. Drie op de tien jury’s schreef hiernaast een juryrapport met een onderbouwing van deze keuze. De scholieren bekroonden Gebrek is een groot woord van Nina Polak, winnaar van de BNG Bank Literatuurprijs 2018, met de Inktaap 2020.

Dat niet alle jury’s de eindstreep halen, komt volgens de organisatoren door de hoge werkdruk in combinatie met een strakke planning, alsmede het relatief hoge niveau van de boeken voor de doelgroep.

Juryleden

In aantallen

Scholen

In aantallen

Dat niet alle jury’s de eindstreep halen, komt volgens de organisatoren door de hoge werkdruk in combinatie met een strakke planning, alsmede het relatief hoge niveau van de boeken voor de doelgroep.

Poëzieweek

Kopers van poëziebundels ontvangen in de winkel een geschenkboek (oplage 2020: 13.990 exemplaren, een daling van 7% ten opzichte van het jaar ervoor) en er worden verschillende poëzieprijzen uitgereikt. Hiernaast is de Poëzieweek een educatieve campagne, die bestaat uit online lestips voor het behandelen van gedichten in de klas. Het materiaal voor docenten in het basisonderwijs, de onderbouw van het voortgezet onderwijs en vmbo en de bovenbouw van havo en vwo trok in totaal ruim 21.000 bezoekers, een groei van 41% ten opzichte van het jaar ervoor. Het is het tweede jaar op rij dat het aantal bezoekers groeit.

Het Nederlands Letterenfonds en de Schrijverscentrale organiseren tijdens de Poëzieweek bezoeken van dichters aan bibliotheken, scholen en boekhandels. In 2019 waren er 137 optredens te bewonderen van 67 verschillende dichters, een recordaantal en een verdubbeling ten opzichte van de eerste editie in 2013 (Letterenfonds, 2019).

Pabo Voorleeswedstrijd

Deze spin off van De Nationale Voorleeswedstrijd wil aankomende basisschoolleerkrachten enthousiasmeren voor het (voor)lezen, en hen in staat stellen om kennis op te doen over kinder- en jeugdliteratuur. In het schooljaar 2019-2020 deden er 38 instellingen mee, evenveel als in het jaar ervoor, en goed voor een dekking van 78% van alle pabo-opleidingen (Paboweb, 2020; Paboweb, 2020). Sinds 2014 is de deelname min of meer stabiel, na een jarenlange stijging in de jaren ervoor.

Pabo-instellingen

In aantallen

Het thema van de Pabo Voorleeswedstrijd is de cultuurhistorische canon van Nederland. Studenten lezen voor uit een boek dat past bij één van de vijftig canonvensters. Vanwege de preventieve maatregelen voor het coronavirus heeft er op dertig van de 38 pabo's die zich hadden opgegeven voor deelname, een schoolronde kunnen plaatsvinden. Er deden in totaal bijna 3.000 studenten mee als voorlezer en/of luisteraar (14% van de 21.000 pabo-studenten). Deelnemers zijn met name eerste- en tweedejaars studenten (Oberon/Stichting Lezen, 2014).

Tomke

Peuters, ouders en pedagogisch medewerkers in de kinderopvang maken kennis met leesbevorderende materialen en activiteiten in de Friese taal. De verhalen, opzegversjes, liedjes en spelletjes die in het kader van dit leesbevorderingsprogramma worden gemaakt, gaan over de Friestalige, avontuurlijk ingestelde peuter Tomke. Zo verschijnt er jaarlijks een Tomke-boekje (oplage 2019: ruim 27.000 exemplaren), dat tijdens de ‘Fryske Foarlêswike’ (Voorleesdagen) aan alle peuters in Friesland wordt uitgedeeld. Tijdens de ‘Fryske Foarlêswike’ is op 364 kinderdagverblijven en peuterspeelzalen uit het Tomke-boekje voorgelezen, goed voor 96% van het totaal aantal kinderdagverblijven en peuterspeelzalen in Friesland. 12.500 peuters luisterden en konden het boekje vervolgens mee naar huis nemen.

Het hele jaar door zijn er een website en app beschikbaar, met verhalen, liedjes, filmpjes en spelletjes voor peuters, alsmede informatie over leesbevordering voor ouders en pedagogisch medewerkers. De website trok in 2019 bijna 10.000 bezoekers, terwijl de app ruim 1.600 keer werd gedownload.

LêsNo

Brugklassers lezen in dit transmediale leesbevorderingsproject een boek in de Friese taal, gaan aan de slag met een ander medium en krijgen een lessenserie in het Fries aangeboden. De leerlingen ontvangen het boek op papier, en hiernaast krijgen ze de beschikking over een audioversie. In 2020 doen er 29 middelbare scholen mee aan LêsNo, goed voor 3.805 leerlingen uit 160 klassen. Deze cijfers stijgen respectievelijk met 32%, 17% en 31% ten opzichte van het jaar ervoor.