Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Bibliotheek

-> Bibliotheken hebben te maken met een forse krimp van hun leden en uitleningen van gedrukte boeken.

-> Het aantal jeugdleden is, mede dankzij leesbevorderingsprogramma’s, het afgelopen decennium gegroeid. In 2018 is er voor het eerst in jaren sprake van een jaar-op-jaar-daling.

-> De uitleningen van e-boeken groeien, maar het aandeel in de totale uitleningen is bescheiden.

-> Kinderboeken en spannende fictie domineren de top honderd van meest uitgeleende boeken.

-> Nederland telt een dalend aantal bibliotheekorganisaties en -vestigingen. Ook het personeelsbestand krimpt.

-> Ruim de helft van de Nederlanders bezoekt weleens de bibliotheek.

-> Bezoekers beschouwen leesplezier als de belangrijkste opbrengst. Bibliotheken kunnen in hun ogen meer doen om aan hun imago te werken.

-> Kinderen gaan minder vaak naar de openbare bibliotheek als ze ouder worden en lenen er bovendien minder boeken.

Ledenaantallen dalen, ook bij de jeugd

Het aantal bibliotheekleden is in de afgelopen decennia fors gekrompen. Het absolute piekjaar was 1994. In dat jaar bezat een recordaantal Nederlanders een bibliotheekpas: 4,59 miljoen mensen, goed voor 30% van de bevolking. In 2000 is het aantal leden tot 4,31 miljoen gedaald (27% van de bevolking), om in 2018 uit te komen op 3,64 miljoen (21% van de bevolking). Ten opzichte van 2017 daalde het aantal leden in 2018 met 1,9% (Koninklijke Bibliotheek, 2019; CBS, 2019; CBS, 2019). Het werkelijke bereik van bibliotheekproducten ligt mogelijk hoger dan 21% van de bevolking. De helft van de bibliotheekleden leent namelijk weleens boeken of andere materialen voor iemand anders (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47).

Bibliotheekleden

In miljoenen aantallen

* Tot 1999 werden jeugdleden en volwassen leden niet apart geteld.
** Cijfers over de periode 1996-1998 ontbreken.

De krimp op lange termijn komt vrijwel volledig voor rekening van de volwassen leden. Sinds 2000 is het aantal Nederlanders van 18 jaar en ouder met een bibliotheekpas met ruim 900.000 mensen gedaald, naar 1,35 miljoen leden (-40%). In 2018 is 10% van de volwassen Nederlanders lid van de bibliotheek. In 2005 ging het om 16,2%, in 2000 om 18,3%. Het aantal volwassen leden daalde van 2017 op 2018 met 1,9% (Koninklijke Bibliotheek, 2019; CBS, 2019).

Tussen 2000 en 2005 verwelkomden bibliotheken ook elk jaar minder jeugdleden. Sindsdien volgt er een heropleving. Het aantal kinderen en jongeren met een pasje is sinds 2005 met 310.000 mensen gegroeid, van 1,98 naar 2,29 miljoen jeugdleden (+16%). In 2018 is 68% van de Nederlanders van 17 jaar en jonger lid van de bibliotheek, iets minder dan het recordaantal van 69% in 2017. In 2005 ging het om 56%, in 2000 om 59%. Het aantal jeugdleden daalde van 2017 op 2018 met 1,7%: de eerste jaar-op-jaar-daling sinds 2005 (Koninklijke Bibliotheek, 2019; CBS, 2019).

De aanwas van jeugdleden komt mogelijk door een geïntensiveerde focus op deze doelgroep. Bibliotheken bieden een gratis lidmaatschap aan voor kinderen van 17 jaar en jonger. Hiernaast organiseren ze, in samenwerking met partijen zoals Stichting Lezen en CPNB, leesbevorderingsprogramma’s en -campagnes. Voorbeelden zijn Boekstart, de VoorleesExpress, de Bibliotheek op school, de Nationale Voorleeswedstrijd en Read2Me!. De daling van volwassen leden komt mogelijk door de dalende tijdsbesteding aan lezen (Koninklijke Bibliotheek, 2019).

Uitleningen gedrukte boeken gehalveerd sinds 2000

De uitleningen van gedrukte boeken krimpen harder dan de ledenaantallen. De absolute top lag in 1983, toen Nederlanders 174 miljoen boeken uit de bibliotheek mee naar huis namen. In de tien jaar die volgden, schommelde het aantal uitleningen constant rond de 170 miljoen, om vanaf halverwege de jaren 90 structureel te gaan dalen. In 2018 zijn er 63,2 miljoen boeken uitgeleend, een ruime halvering ten opzichte van 141,4 miljoen in het jaar 2000. Een bibliotheeklid neemt gemiddeld 17,4 boeken per jaar mee naar huis, tegen 33 in 2000. Ten opzichte van 2017 daalde het aantal uitleningen van gedrukte boeken in 2018 met 6%. Boeken zijn goed voor 95% van alle uitgeleende materialen (Koninklijke Bibliotheek, 2019; CBS, 2019).

Uitleningen gedrukte boeken

In miljoenen aantallen

De krimp betreft, in lijn met het patroon bij de leden, vooral het aantal uitleningen aan volwassenen. In 2000 gingen er 82,7 miljoen boeken voor volwassenen over de balie, in 2018 waren dat er 28,8 miljoen (-65%). Het grootst is de neergang bij het genre non-fictie, waar het aantal uitgeleende boeken daalde van 25,4 miljoen naar 6,5 miljoen (-74%). Bij fictie gaat het om een krimp van 61%, van 57,2 miljoen naar 22,3 miljoen uitgeleende boeken. Waar een volwassen bibliotheeklid in 2000 gemiddeld 37 boeken mee naar huis nam, zijn dit er 21 in 2018. Het aantal uitleningen van boeken voor volwassenen daalde van 2017 op 2018 met 8% (Koninklijke Bibliotheek, 2019; CBS, 2019).

Ondanks dat het aantal jeugdleden op lange termijn groeit, zijn zij ook minder boeken gaan lenen. Het aantal uitleningen is sinds 2000 vrijwel constant gedaald: van 58,8 miljoen naar 34,5 miljoen stuks in 2018 (-41%). Net als bij volwassenen is de neergang binnen het genre non-fictie ('ontwikkelingsboeken') het grootst, van 10,9 miljoen naar 5,2 miljoen uitleningen (-52%). Voor fictie ('verhaalboeken') gaat het om een daling van 39%, van 47,9 miljoen naar 29,3 miljoen uitleningen. Waar een jeugdlid in 2000 gemiddeld 29 boeken mee naar huis nam, zijn dat er vijftien in 2018. Het aantal uitleningen van boeken voor de jeugd daalde van 2017 op 2018 met 4%, na een stabilisatie in het jaar ervoor (Koninklijke Bibliotheek, 2019; CBS, 2019).

Bibliotheken lenen meer kinder- en jeugdboeken uit dan boeken voor volwassenen. 54% van de uitleningen betreft een kinder-of jeugdboek, tegen 46% boeken voor volwassenen. Tot en met het jaar 2015 was een meerderheid van de uitgeleende boeken bestemd voor volwassenen (Koninklijke Bibliotheek, 2019; CBS, 2019). De groep mensen die met grote regelmaat boeken leent krimpt. Het aantal Nederlanders van 13 jaar of ouder dat minstens een keer per kwartaal een boek leent is tussen 2012 en 2018 gedaald van 30% naar 21%. De groep mensen die minstens jaarlijks een boek leent, stijgt in deze periode van 8% naar 17%. Met name vrouwen zijn minder vaak boeken gaan lenen (KvB Boekwerk, Koninklijke Bibliotheek & GfK, 2018). 

Uitleningen jeugd en volwassenen

In miljoenen aantallen

Uitleningen e-boeken groeien; aandeel op totaal is bescheiden

De bibliotheek leent met ingang van 2014 ook e-boeken uit. 410.800 bibliotheekleden hadden in 2018 een digitaal lidmaatschap, een stijging van 12% ten opzichte van 2017. Vrijwel alle leden van de online bibliotheek (98%) zijn ook lid van de fysieke bibliotheek. 76% van de accounts behoort toe aan een volwassen bibliotheeklid, 24% aan een jeugdlid. Hiernaast zijn er 442.890 mensen met een account om luisterboeken te lenen, 45% meer dan in 2017 (Koninklijke Bibliotheek, 2019).

De digitale leden leenden in 2018 in totaal 3,5 miljoen e-boeken, 9% meer dan in 2017. De snelle groei van de voorgaande jaren - 15% van 2016 op 2017, 76% van 2015 op 2016, 96% van 2014 op 2015 - maakt plaats voor stabilisatie (Koninklijke Bibliotheek, 2019; CBS, 2019). In 2018 zijn er voor het derde jaar op rij meer e-boeken uitgeleend dan verkocht. Naast reguliere e-boeken werden er 1,3 miljoen luisterboeken uitgeleend, 50% meer dan het jaar ervoor (Koninklijke Bibliotheek, 2019; CBS, 2019).

Uitleningen e-boeken

In aantallen

51% van de digitale leden is actief, door minimaal een boek per jaar te lenen. Deze actieve leners lenen gemiddeld zeventien e-boeken per jaar. Digitale leden van de bibliotheek zijn over het algemeen boven de 55 jaar. Ook vrouwen en midden en hoger opgeleiden zijn oververtegenwoordigd (Koninklijke Bibliotheek, 2019). De meeste uitgeleende e-boeken worden gelezen in een app voor de tablet en smartphone (61%), gevolgd door de e-reader (37%). 9% van de uitgeleende e-boeken betreft een kinder-of jeugdboek, 91% is geschreven voor volwassenen (Koninklijke Bibliotheek, 2019; CBS, 2019).

In de Vakantiebieb wordt tijdens de zomermaanden een selectie e-boeken gratis aangeboden. 883.300 mensen maakten in 2018 een account aan, een stijging van 12% ten opzichte van 2017. Zij downloadden in totaal 1,7 miljoen e-boeken, 23% minder dan het jaar ervoor. Dit komt waarschijnlijk doordat de Vakantiebieb twee in plaats van drie maanden geopend was (Koninklijke Bibliotheek, 2019; CBS, 2019).

Het aandeel van e-boeken in de totale uitleningen is bescheiden: 9,4% in het jaar 2018, tegen 8,6% in 2017, 6,8% in 2016 en 5,3% in 2015. Dit ligt hoger dan het aandeel van e-boeken in de verkopen. De collectie van e-boeken bij de bibliotheek bestaat inmiddels uit 21.580 titels (Koninklijke Bibliotheek, 2019; CBS, 2019). Dit is 42% van het totaal aantal beschikbare e-boeken (51.428) (Centraal Boekhuis, 2018). Ter vergelijking: 94% is beschikbaar voor de verkoop. 88% van de e-boeken in de collectie is voor volwassenen, 12% voor de jeugd (CBS, 2019).

Bestlenders: kinderboek en spannende fictie

In de top honderd van meest geleende boeken in 2018 maken kinder- en jeugdboeken en spannende boeken de dienst uit, met respectievelijk 57 en 31 vermeldingen. De series zijn dominant onder de kinder- en jeugdboeken. Kinderboekenschrijver Jeff Kinney staat met Het leven van een loser twaalf keer in de top 100, Rachel Renée Russel met Dagboek van een muts elf keer, Liz Pichon met De waanzinnige wereld van Tom Groot tien keer en Andy Griffiths & Terry Denton met De waanzinnige boomhut zeven keer. Hoewel Kinney de meeste vermeldingen krijgt in de top 100, tekent hij anders dan in voorgaande jaren niet voor het meest uitgeleende boek. Dit is in 2018 De waanzinnige boomhut van 78 verdiepingen, met ruim 30.000 uitgeleende exemplaren, gevolgd door de aflevering 65 verdiepingen. Een jaar eerder tekende Kinney voor de volledige top drie (CPNB Top 100, op basis van Stichting Leenrecht, 2019).

Uitleningen krimpen harder dan verkopen

Terwijl de uitleningen bij de bibliotheek vrij structureel dalen, is de verkoop van boeken de laatste jaren gestabiliseerd. De Nederlander kocht in 2018 gemiddeld 2,4 boeken (gedrukt en digitaal). Tien jaar geleden ging het om 3,1 exemplaren, waarmee het gemiddeld aantal gekochte boeken daalde met 23%. Daarentegen leende de Nederlander in 2018 gemiddeld 4,1 boeken (gedrukt en digitaal), tegen 6,5 boeken in 2008. Dit is een daling van 37%. De verkopen blijven, in verhouding tot de uitleningen, sterker op peil.

Voor ieder boek dat Nederlanders in 2018 kochten, leenden ze 1,7 exemplaren. In 2006 waren dit er 2,1. In verhouding tot de aankopen zijn de uitleningen fors gedaald. De oorzaak hiervan is onbekend. Mogelijk neemt de wens om boeken te lenen af door het stijgende welvaartsniveau. Een groeiende groep mensen kan het zich permitteren om boeken in bezit te krijgen in plaats van ze in bruikleen te hebben. Tegelijkertijd ontstaan er in het digitale domein abonnementsmodellen waarbij de lezer voor een vast bedrag per maand boeken ter beschikking krijgt. Deze mengvorm tussen kopen en lenen vertoont sterke groei.

Aantal bibliotheekorganisaties en -vestigingen krimpt

Bibliotheken bezinnen zich op hun rol in de samenleving. Dit komt met name door technologische ontwikkelingen. In de jaren ’90 was er de grootschalige introductie van de computer en het internet, in de 21e eeuw gevolgd door de e-reader, de tablet en de smartphone. Deze mobiele, digitale dragers maken informatie altijd en overal, hands-on, beschikbaar, en bieden een alternatief voor de functie van de fysieke bibliotheek.

De overheid gaf de sector in 2000 de opdracht om zichzelf te vernieuwen, en in 2015 is de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) van kracht geworden. Bibliotheken richten zich sindsdien, behalve op het uitlenen van boeken en andere materialen, ook op het organiseren van educatieve en culturele activiteiten, het aanbieden van cursussen voor laaggeletterden en het faciliteren van studieplekken. Daarnaast is er een landelijke digitale bibliotheek opgericht, en maken e-boeken deel uit van de collectie  (Koninklijke Bibliotheek, 2019; Koninklijke Bibliotheek, 2019).

Op provinciaal en lokaal niveau wordt binnen het vernieuwingstraject via fusies gewerkt aan schaalvergroting. Het aantal overkoepelende bibliotheekorganisaties daalt dan ook. Nederland telde in 2018 acht provinciale service organisaties, terwijl dit er in 2012 elf waren. Er waren in 2018 146 basisbibliotheken, zestien minder dan in 2012 en ongeveer een derde van het aantal in 2000 (542 basisbibliotheken). Een provinciale service organisatie stuurt meerdere basisbiliotheken aan, terwijl een basisbibliotheek meerdere vestigingen onder de hoede heeft (Koninklijke Bibliotheek, 2019; CBS, 2019).

Bezoekers van de bibliotheek hebben de keus uit een dalend aantal vestigingen: 1079, tegen 1175 in het jaar 2012. De samenstelling van het soort vestigingen verandert. Hoofdvestigingen, die meer dan 15 uur per week open zijn, maken een krimp door: van 843 locaties in 2012 naar 763 in 2018. Ditzelfde geldt voor servicepunten (5-15 uur per week open) en miniservicepunten (tot 5 uur per week open), die daalden van in totaal 326 locaties in 2012 naar 219 in 2018. Het aantal afhaalpunten en zelfbedieningsbibliotheken (meestal onbemenst) groeit, van 6 locaties in 2013 naar 97 in 2018 (Koninklijke Bibliotheek, 2019). Zes op de tien bibliotheeklocaties is multifunctioneel: de bibliotheek deelt het gebouw met een andere maatschappelijke instelling, zoals een school, kinderdagverblijf of culturele voorziening (Koninklijke Bibliotheek, 2019).

Het aantal bibliobushaltes laat een sterke krimp zien. In 2018 deden de bussen 139 haltes aan; in 2012 waren dit er 500 en in 2009 ruim 1300. Deze dalende tendens impliceert dat de spreiding van openbare bibliotheekdiensten in met name landelijke gebieden afneemt. Nederlanders wonen gemiddeld bovendien steeds verder van een bibliotheekvestiging of servicepunt. De gemiddelde afstand tot de dichtstbijzijnde locatie is 1,9 kilometer, 200 meter meer dan in 2012 (Koninklijke Bibliotheek, 2019).

Inwoners van Zuid-Holland hoeven met 1,5 kilometer het minst ver te reizen, gevolgd door Noord-Hollanders en Utrechtenaren met 1,7 kilometer en Overijsselaars en Groningers met 1,9 kilometer. Zeeuwen wonen met 3,3 kilometer gemiddeld het verste weg van een bibliotheekvestiging, gevolgd door Friezen (3,1 kilometer) en Flevolanders en Drenthenaren (2,7 kilometer) (Koninklijke Bibliotheek, 2019). De verschillen in bibliotheekdichtheid manifesteren zich vooral tussen stad en platteland. Terwijl de bibliotheek zich in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt om de hoek bevindt (op gemiddeld 500 meter), moeten inwoners van het Zeeuwse Noord-Beveland 14,6 kilometer afleggen (CBS, 2015).

In lijn met het aantal vestigingen krimpt ook personeelsbestand. In 2018 waren er in de sector 6.743 medewerkers in loondienst, waarvan 90% parttime werkt, 84% vrouw is en 61% een leeftijd boven de 50 jaar heeft bereikt. In 2012 ging het om 7.870 medewerkers, in 2006 om 9.000. Het aantal vrijwilligers dat voor de bibliotheek actief is, groeit sterk: van 6.758 in 2012 naar 19.776 in 2018 (Koninklijke Bibliotheek, 2019; CBS, 2019).

Boeken zijn bij bezoekers meest in zwang

Ruim de helft van de Nederlanders brengt met enige regelmaat een bezoek aan de bibliotheek. Dit percentage vertoont tussen 2016 en 2019 een lichte groei (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47). Bibliotheken telden in 2017 in totaal 60 miljoen bezoeken. Dit is meer dan bioscopen (36 miljoen) en musea (31 miljoen) (Koninklijke Bibliotheek, 2018).

De meeste bezoekers (83%) komen naar de bibliotheek om boeken te lenen, gevolgd door het lezen van kranten en tijdschriften (39%) en boeken (38%). De digitale voorzieningen worden door veel minder mensen gebruikt. 19% van de bezoekers zit weleens achter de computer, 18% surft in de bibliotheek op het internet en 8% maakt gebruik van het draadloos netwerk. Ook als bezoekers in de bibliotheek op zoek zijn naar informatie, hebben gedrukte media hun voorkeur. Driekwart gebruikt hiervoor boeken en naslagwerken, tegen 21% het internet (Koninklijke Bibliotheek, 2015).

Bibliotheken organiseerden in 2017 ongeveer 145.000 activiteiten, een stijging van 50% ten opzichte van het jaar ervoor. Deze groei wordt deels veroorzaakt door een meer nauwkeurige registratie. Vier op de tien activiteiten is gericht op leesbevordering en kennismaking met literatuur. Het gaat hierbij om voorleesevenementen, optredens van schrijvers, literaire schrijfcursussen en bijeenkomsten van leesclubs. Een nagenoeg even groot deel heeft betrekking op educatie en ontwikkeling. Het gaat hier om cursussen lezen en schrijven voor laaggeletterden en trainingen van digitale vaardigheden (Koninklijke Bibliotheek, 2018).

Het zijn met name vrouwen, kinderen tussen de 6 en 19 jaar, hoger opgeleiden en Nederlanders met een migratie-achtergrond die de bibliotheek bezoeken (Van den Broek & Gieles, 2018).

Bezoekers: bibliotheek is er voor leesplezier

De bibliotheek is voor Nederland een belangrijke ‘leesmotor’. 71% van de bezoekers vindt dat de bibliotheek leesplezier biedt en 61% vindt zelfs dat de bibliotheek het leesplezier vergroot. Ook voor de leesontwikkeling van kinderen wordt de bibliotheek een voorname functie toegedicht. Bijna een op de drie bezoekers met (klein)kinderen zegt dat hun (klein)kinderen dankzij de bibliotheek meer zijn gaan lezen en/of lezen leuker zijn gaan vinden (Koninklijke Bibliotheek, 2015).

De bibliotheek biedt ook andere culturele, sociale, educatieve en economische voordelen. 55% van de bezoekers komt er om geld te besparen, 43% leert er nieuwe dingen, 41% voelt zich er onder de mensen, 39% komt er in contact met kunst en cultuur en 35% weet zich er gesteund in zijn of haar persoonlijke ontwikkeling. Gevoelens en emoties die in de bibliotheek vaak worden ervaren, zijn ontspanning (63%), rust (53%), nieuwsgierigheid (48%), plezier (42%) en inspiratie (36%) (Koninklijke Bibliotheek, 2015).

Nederlanders beschouwen de bibliotheek als een plek die hoofdzakelijk belangrijk is voor ándere mensen. Terwijl 34% het persoonlijke belang onderschrijft, doet zo’n 69% dat voor het algemene belang. Van de mensen die de bibliotheek voor zichzelf niet belangrijk vinden, zegt bijna de helft wel het belang te zien voor de samenleving. In vergelijking met mensen uit andere landen zien Nederlanders over het algemeen minder opbrengsten van de bibliotheek. Alleen als het gaat om het bieden en vergroten van leesplezier, is hun waardering even positief als in het buitenland (Koninklijke Bibliotheek, 2015).

Bezoekers: bibliotheek kan gezelliger en uitnodigender

Nederlanders beschouwen de bibliotheek eerder als een nuttige dan als een plezierige plek. Er is een hoop informatie te vinden, maar tegelijkertijd is het er weinig sfeervol en uitnodigend. Vooral onder studenten en mensen die weinig lezen heeft de bibliotheek een negatief imago. Opvoeders van kinderen en mensen die lezen ter ontspanning vinden het er over het algemeen wel plezierig (Stalpers, 2015).

Het imago van de bibliotheek is sterk bepalend voor de bezoekers- en ledenaantallen. Mensen met een positief beeld van de bibliotheek brengen vaker een bezoek, zijn vaker lid, en zijn bereid om meer te betalen voor een lidmaatschap. Bibliotheken doen er daarom goed aan om aan hun imago te werken. Met name opvoeders van kinderen, studenten en zogenaamde serieuze lezers (mensen die voornamelijk literatuur, biografieën en non-fictie ter hand nemen) hebben behoefte aan een gezelligere, hippere, modernere en sfeervollere bibliotheek. Dat kan door faciliteiten zoals leesruimtes en horeca uit te breiden en meer activiteiten te organiseren (Stalpers, 2015).

Populariteit bibliotheek daalt met het ouder worden

Er zijn meer basisscholieren die gebruik maken van bibliotheekdiensten dan middelbare scholieren. 77% van de 8- tot 12-jarigen brengt weleens een bezoek aan de bibliotheek in het dorp, de stad of op de school. Bij 13- tot 18-jarigen gaat het om 64% (DUO Onderwijsonderzoek, 2017). Jongere kinderen lenen bij een bezoek ook meer boeken, evenals meisjes in vergelijking met jongens (CHOICE, 2010). Voor schoolbibliotheken bestaat er geen leeftijdsverschil. Als kinderen ouder worden, blijven ze daar even vaak boeken lenen (Huysmans, 2013).

Leengedrag boeken, naar leeftijd en sekse

In aantallen

Naast boeken gaan kinderen en jongeren ook naar de bibliotheek om cd’s, dvd’s en games te lenen. Ook brengen ze een bezoek om boeken en tijdschriften te lezen, op het internet te surfen en informatie op te zoeken in boeken (Huysmans, 2013).

Bijna de helft van de 7- tot 17-jarigen staat neutraal tegenover een bibliotheekbezoek. Als kinderen ouder worden, krijgen ze een negatievere houding tegenover de bibliotheek (CHOICE, 2010). Dat komt mogelijk doordat ze er vaker heen moeten voor huiswerk, waardoor de bibliotheek een verplicht karakter krijgt (Huysmans, 2013). Middelbare scholieren zien een bibliotheekbezoek dan ook als nuttig en verstandig, niet zozeer als plezierig. Hun attitude is utilitair in plaats van hedonistisch (Stalpers, 2011).

Om meer jongeren aan te spreken, zouden bibliotheken zichzelf kunnen vernieuwen. Middelbare scholieren hebben behoefte aan mediadossiers, een breder aanbod van Young Adult Literatuur en een speciale jongerenafdeling. In dat geval zou het percentage jongeren dat de bibliotheek meerdere keren per jaar bezoekt, kunnen stijgen van 35% naar 80% (Stalpers, 2011).