Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Bibliotheek

-> Bibliotheken kampen met een forse krimp van hun leden en uitleningen van gedrukte boeken.

-> Het aantal jeugdleden is, mede dankzij leesbevorderingsprogramma’s, het afgelopen decennium gegroeid.

-> De uitleningen van e-boeken groeien, maar het aandeel in de totale uitleningen is bescheiden.

-> Kinderboeken en spannende fictie domineren de top honderd van meest uitgeleende boeken.

-> Nederland telt steeds minder reguliere vestigingen en steeds meer afhaalpunten met een beperktere dienstverlening.

-> Ruim de helft van de Nederlanders bezoekt weleens de bibliotheek. Bezoekers beschouwen leesplezier als de belangrijkste opbrengst. Bibliotheken kunnen in hun ogen meer doen om aan hun imago te werken.

-> Kinderen gaan minder vaak naar de openbare bibliotheek als ze ouder worden en lenen er bovendien minder boeken.

Ledenaantallen dalen; groei bij de jeugd

Het aantal bibliotheekleden is in de afgelopen decennia fors gekrompen. Het absolute piekjaar was 1994. Toen bezat een recordaantal Nederlanders een bibliotheekpas: 4,59 miljoen mensen, goed voor 30% van de bevolking. In 2000 was het aantal leden gedaald tot 4,31 miljoen (27% van de bevolking), om in 2017 uit te komen op 3,71 miljoen (22% van de bevolking). Ten opzichte van 2016 is het totaal aantal leden nagenoeg stabiel (Koninklijke Bibliotheek, 2018; CBS, 2018; CBS, 2018).

Bibliotheekleden

In miljoenen aantallen

* Tot 1999 werden jeugdleden en volwassen leden niet apart geteld.
** Cijfers over de periode 1996-1998 ontbreken.

Download data grafiek: bibliotheekleden

De meerjarige krimp komt volledig voor rekening van de volwassen leden. Sinds 2000 is het aantal Nederlanders van 18 jaar en ouder met een bibliotheekpas met 900.000 mensen gedaald, naar 1,37 miljoen leden (-39%). In 2017 is 10% van de volwassen Nederlanders lid van de bibliotheek. In 2005 ging het om 16,2%, in 2000 om 18,3%. Het aantal volwassen leden daalde van 2016 op 2017 met 3% (Koninklijke Bibliotheek, 2018; CBS, 2018; CBS, 2018).

Tussen 2000 en 2005 verwelkomden bibliotheken ook elk jaar minder jeugdleden. Sindsdien volgt er een heropleving. Het aantal kinderen en jongeren met een pasje is sinds 2005 met 360.000 mensen gegroeid, van 1,98 naar 2,34 miljoen jeugdleden (+18%). In 2017 is 69% van de Nederlanders van 17 jaar en jonger lid van de bibliotheek, en dit is een record. In 2005 ging het om 55%, in 2000 om 59%. Het aantal jeugdleden groeide van 2016 op 2017 met 1% (Koninklijke Bibliotheek, 2018; CBS, 2018; CBS, 2018).

De aanwas van jeugdleden komt mogelijk mede door een sterkere focus op deze doelgroep. Bibliotheken bieden een gratis lidmaatschap aan voor kinderen tot 18 jaar (Koninklijke Bibliotheek, 2018). Daarnaast organiseren ze (samen met partijen zoals Stichting Lezen en CPNB) steeds meer leesbevorderingsprogramma’s en -campagnes. Voorbeelden zijn Boekstart, de VoorleesExpress, de Bibliotheek op school, de Literatour en de Nationale Voorleesdagen. De daling van volwassen leden komt mogelijk mede door de dalende tijdsbesteding aan lezen.

Uitleningen gedrukte boeken gehalveerd sinds 2000

De uitleningen van gedrukte boeken krimpen harder dan de ledenaantallen. De absolute top lag in 1983, toen Nederlanders 174 miljoen boeken uit de bibliotheek mee naar huis namen. In de tien jaar die volgden, schommelde het aantal uitleningen constant rond de 170 miljoen, om vanaf halverwege de jaren 90 structureel te gaan dalen. In 2017 werden er 67,3 miljoen boeken uitgeleend, een ruime halvering ten opzichte van het jaar 2000. Een bibliotheeklid neemt gemiddeld achttien boeken per jaar mee naar huis, tegen 33 in 2000. Het aantal uitleningen van gedrukte boeken daalde van 2016 op 2017 met 2%. Boeken zijn goed voor 94% van alle uitgeleende materialen (Koninklijke Bibliotheek, 2018; CBS, 2018).

Uitleningen gedrukte boeken

In miljoenen aantallen

Download data grafiek: uitleningen gedrukte boeken

De krimp betreft, in lijn met het patroon bij de leden, vooral het aantal uitleningen aan volwassenen. In 2000 gingen er 82,7 miljoen boeken voor volwassenen over de balie, in 2017 waren dat er 31,4 miljoen (-62%). Het grootst is de neergang bij het genre non-fictie, waar het aantal uitgeleende boeken daalde van 25,4 miljoen naar 7,2 miljoen (-72%). Bij fictie gaat het om een krimp van 58%, van 57,2 miljoen naar 24,2 miljoen uitgeleende boeken. Waar een volwassen bibliotheeklid in 2000 gemiddeld 37 boeken mee naar huis nam, zijn dit er 23 in 2017. Het aantal uitleningen van boeken voor volwassenen daalde van 2016 op 2017 met 5% (Koninklijke Bibliotheek, 2018; CBS, 2018).

Ondanks dat het aantal jeugdleden groeit, zijn zij ook minder boeken gaan lenen. Het aantal uitleningen is sinds 2000 vrijwel constant gedaald: van 58,8 miljoen naar 35,9 miljoen stuks in 2017 (-39%). Net als bij volwassenen is de neergang binnen het genre non-fictie ('ontwikkelingsboeken') het grootst, van 10,9 miljoen naar 5,2 miljoen uitleningen (-52%). Voor fictie ('verhaalboeken') gaat het om een daling van 36%, van 47,9 miljoen naar 30,7 miljoen uitleningen. Waar een jeugdlid in 2000 gemiddeld 29 boeken mee naar huis nam, zijn dat er vijftien in 2017. Ten opzichte van 2016 is het aantal uitleningen van boeken voor de jeugd nagenoeg stabiel (Koninklijke Bibliotheek, 2018; CBS, 2018).

Bibliotheken lenen meer kinder- en jeugdboeken uit dan boeken voor volwassenen. 53% van de uitleningen betreft een kinder-of jeugdboek, tegen 47% boeken voor volwassenen. Voor 2015 was een meerderheid van de uitgeleende boeken voor volwassenen (Koninklijke Bibliotheek, 2018; CBS, 2018). Er zijn minder mensen die met grote regelmaat boeken lenen. Het aantal Nederlanders van 13 jaar of ouder dat minstens een keer per kwartaal een boek leent is tussen 2012 en 2018 gedaald van 30% naar 21%. De groep mensen die minstens jaarlijks een boek leent, stijgt in deze periode van 8% naar 17%. Vooral vrouwen zijn minder vaak boeken gaan lenen (KvB Boekwerk, Koninklijke Bibliotheek & GfK, 2018).

Uitleningen jeugd en volwassenen

In miljoenen aantallen

Download data grafiek: uitleningen gedrukte boeken jeugd en volwassenen

Uitleningen e-boeken groeien; aandeel op totaal is bescheiden

De bibliotheek leent met ingang van 2014 ook e-boeken uit. 441.000 bibliotheekleden hebben een digitaal lidmaatschap, goed voor ongeveer 12% van het totaal aantal leden. 78% van de accounts behoort toe aan een volwassen bibliotheeklid, 21% aan een jeugdlid (Koninklijke Bibliotheek, 2018).

De digitale leden leenden in 2018 in totaal 3,5 miljoen e-boeken, 9% meer dan het jaar ervoor. De snelle groei van de voorgaande jaren - 15% van 2016 op 2017, 76% van 2015 op 2016, 96% van 2014 op 2015 - maakt plaats voor stabilisatie (Koninklijke Bibliotheek, 2019). In 2018 zijn er voor het derde jaar op rij meer e-boeken uitgeleend dan verkocht. Naast reguliere e-boeken leenden leden 1,2 miljoen luisterboeken, 36% meer dan het jaar ervoor (Koninklijke Bibliotheek, 2019).

Uitleningen e-boeken

In aantallen

Download data grafiek: uitleningen e-boeken

48% van de leden is actief door minimaal een boek per jaar te lenen. Deze actieve leners lenen gemiddeld vijftien e-boeken per jaar. Digitale leden van 40 jaar of ouder zijn goed voor driekwart van de e-boekuitleningen. Ook vrouwen en midden en hoger opgeleiden zijn oververtegenwoordigd onder de leners (Koninklijke Bibliotheek, 2018). De meeste uitgeleende e-boeken worden gelezen in een app voor de tablet en smartphone (60%), gevolgd door de e-reader (37%). Een op de tien uitgeleende e-boeken betreft een kinder-of jeugdboek, negen op de tien uitgeleende e-boeken zijn geschreven voor volwassenen (Koninklijke Bibliotheek, 2018).

In de Vakantiebieb wordt tijdens de zomermaanden een selectie e-boeken gratis aangeboden. 792.000 mensen maakten in 2017 een account aan (Koninklijke Bibliotheek & CBS, 2018). In 2018 downloadden zij 1,7 miljoen e-boeken, 23% minder dan het jaar ervoor (Koninklijke Bibliotheek, 2019). 5% van de Nederlanders heeft in 2016 gebruikgemaakt van de Vakantiebieb; een kwart heeft kinderen gestimuleerd de app te gebruiken voor het lezen van boeken tijdens de vakantie (KvB Boekwerk & GfK, 2016, meting 37).

Het aandeel van e-boeken in de totale uitleningen is bescheiden: 7,5% in het jaar 2017, tegen 6,4% in 2016 en 5% in 2015. Dit is vergelijkbaar met het aandeel van e-boeken in de verkopen. De collectie van e-boeken bij de bibliotheek bestaat inmiddels uit 18.650 titels. Dit is 36% van het totaal aantal beschikbare e-boeken (51.428) (Centraal Boekhuis, 2018). Ter vergelijking: 94% is beschikbaar voor de verkoop. Negen op de tien e-boeken in de collectie zijn voor volwassenen, een op de tien voor de jeugd (Koninklijke Bibliotheek & CBS, 2018).

Bestlenders: kinderboek en spannende fictie

In de top honderd van meest geleende boeken in 2018 maken kinder- en jeugdboeken en spannende boeken de dienst uit, met respectievelijk 57 en 31 vermeldingen. De series zijn dominant onder de kinder- en jeugdboeken. Kinderboekenschrijver Jeff Kinney staat met Het leven van een loser twaalf keer in de top 100, Rachel Renée Russel met Dagboek van een muts elf keer, Liz Pichon met De waanzinnige wereld van Tom Groot tien keer en Andy Griffiths & Terry Denton met De waanzinnige boomhut zeven keer. Hoewel Kinney de meeste vermeldingen krijgt in de top 100, tekent hij anders dan in voorgaande jaren niet voor het meest uitgeleende boek. Dit is in 2018 De waanzinnige boomhut van 78 verdiepingen, met ruim 30.000 uitgeleende exemplaren, gevolgd door de aflevering 65 verdiepingen. Een jaar eerder tekende Kinney voor de volledige top drie (CPNB Top 100, op basis van Stichting Leenrecht, 2019).

Uitleningen krimpen harder dan verkopen

Terwijl de uitleningen bij de bibliotheek gestaag dalen, is de verkoop van boeken aan een heropleving bezig. De Nederlander kocht in 2017 gemiddeld 2,4 boeken (gedrukt én digitaal). Tien jaar eerder ging het om drie stuks, waarmee het gemiddeld aantal gekochte boeken daalde met 20%. Daarentegen leende de Nederlander in 2016 gemiddeld 4,3 boeken (gedrukt én digitaal), tegen 7,4 boeken in 2006. Dit is een daling van 42%. De verkopen blijven, in verhouding tot de uitleningen, dus beter op peil.

Voor ieder boek dat Nederlanders in 2016 kochten, leenden ze 1,8 exemplaren. In 2006 waren dit er 2,6. In vergelijking tot de aankopen zijn de uitleningen dus fors gedaald. De oorzaak hiervan is onduidelijk. Mogelijk neemt de noodzaak om boeken te lenen af door het stijgende welvaartsniveau. Een groeiende groep mensen kan het zich permitteren om boeken in bezit te krijgen in plaats van ze in bruikleen te hebben.

Hoofdvestigingen maken plaats voor service- en afhaalpunten

Bibliotheken herbezinnen zich op hun rol in de samenleving. Dit komt door technologische ontwikkelingen. In de jaren 90 was er de grootschalige introductie van de computer en het internet, in de 21e eeuw gevolgd door de e-reader, de tablet en de smartphone. Deze mobiele, digitale dragers maken informatie altijd en overal, hands-on, beschikbaar, en overlappen zodoende met de functie van de fysieke bibliotheek.

Zodoende kreeg de sector in 2000 de opdracht van de overheid om zichzelf te vernieuwen. Bibliotheken richten zich sindsdien, behalve op het uitlenen van boeken en andere materialen, ook op het organiseren van educatieve activiteiten en debatavonden, het aanbieden van cursussen en het faciliteren van studieplekken. Daarnaast is er een landelijke digitale bibliotheek opgericht, en maken e-boeken deel uit van de collectie.

Het aantal overkoepelende bibliotheekorganisaties is sinds de start van het vernieuwingstraject gedaald. Nederland telt negen provinciale service organisaties, in 2012 waren dat er elf. Er zijn 149 basisbibliotheken, dertien minder dan in 2012 en ongeveer een derde deel van het aantal in 2000 (542 basisbibliotheken). Een provinciale service organisatie stuurt meerdere basisbiliotheken aan, terwijl een basisbibliotheek meerdere vestigingen onder haar hoede heeft (Koninklijke Bibliotheek & CBS, 2018).

Bezoekers van de bibliotheek hebben de keus uit nagenoeg evenveel vestigingen: 1180, tegen 1175 in het jaar 2012. De samenstelling van het soort vestigingen verandert. Hoofdvestigingen, die meer dan 15 uur per week open zijn, maken een krimp door: van 843 locaties in 2012 naar 776 in 2017. Ditzelfde geldt voor servicepunten (4-15 uur per week open) en miniservicepunten (tot 4 uur per week open), die dalen van in totaal 326 locaties in 2013 naar 229 in 2017. Het aantal afhaalpunten en zelfbedieningsbibliotheken (meestal onbemenst) groeit, van 6 locaties in 2013 naar 175 in 2017 (Koninklijke Bibliotheek, 2018).

Servicepunten, afhaalpunten en zelfbedieningsbibliotheken worden vaak gerund door vrijwilligers en bieden een ander niveau van dienstverlening. Ze concentreren zich op het uitlenen van boeken en andere materialen. Hoofdvestigingen faciliteren daarnaast studieplekken, organiseren educatieve, literaire en culturele activiteiten, voeren leesbevorderingsprogramma's uit en werken samen met scholen (VOB, 2017).

Het aantal bibliobushaltes laat de laatste jaren een krimp zien. In 2017 doen tien bussen 203 haltes aan; in 2012 waren er 26 bussen voor bijna 500 haltes en in 2009 bestonden er ruim 1300 halteplaatsen (Koninklijke Bibliotheek, 2018; VOB, 2017). Deze dalende tendens impliceert dat de spreiding van openbare bibliotheekdiensten in landelijke gebieden afneemt. Bovendien wonen Nederlanders steeds verder van een bibliotheekvestiging. De gemiddelde afstand tot de dichtstbijzijnde locatie is 1,9 kilometer, 200 meter meer dan in 2006 (CBS, 2018).

Inwoners van Noord- en Zuid-Holland en Utrecht hoeven met 1,6 kilometer het minst ver te reizen, gevolgd door Overijsselaars (1,8 km) en Gelderlanders en Groningers (1,9 km). Zeeuwen wonen met 3,3 kilometer gemiddeld het verste weg, gevolgd door Friezen (3 km) en inwoners van Drenthe (2,7 km) en Flevoland (2,6 km) (CBS, 2018). De verschillen in bibliotheekdichtheid manifesteren zich vooral tussen stad en platteland. Terwijl de bibliotheek zich in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt om de hoek bevindt (op gemiddeld 500 meter), moeten inwoners van het Zeeuwse Noord-Beveland 14,6 kilometer afleggen (CBS, 2015).

Boeken zijn bij bezoekers meest in zwang

Ruim de helft van de Nederlanders brengt met enige regelmaat een bezoek aan de bibliotheek. Dit percentage vertoont tussen 2016 en 2019 een lichte groei (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47). Bibliotheken telden in 2017 in totaal 60 miljoen bezoeken. Dit is meer dan bioscopen (36 miljoen) en musea (31 miljoen) (Koninklijke Bibliotheek, 2018).

De meeste bezoekers (83%) komen naar de bibliotheek om boeken te lenen, gevolgd door het lezen van kranten en tijdschriften (39%) en boeken (38%). De digitale voorzieningen worden door veel minder mensen gebruikt. 19% van de bezoekers zit weleens achter de computer, 18% surft in de bibliotheek op het internet en 8% maakt gebruik van het draadloos netwerk. Ook als bezoekers in de bibliotheek op zoek zijn naar informatie, hebben gedrukte media hun voorkeur. Driekwart gebruikt hiervoor boeken en naslagwerken, tegen 21% het internet (Koninklijke Bibliotheek, 2015).

Bibliotheken organiseerden in 2017 ongeveer 145.000 activiteiten, een stijging van 50% ten opzichte van het jaar ervoor. Deze groei wordt deels veroorzaakt door een meer nauwkeurige registratie. Vier op de tien activiteiten is gericht op leesbevordering en kennismaking met literatuur. Het gaat hierbij om voorleesevenementen, optredens van schrijvers, literaire schrijfcursussen en bijeenkomsten van leesclubs. Een nagenoeg even groot deel heeft betrekking op educatie en ontwikkeling. Het gaat hier om cursussen lezen en schrijven voor laaggeletterden en trainingen van digitale vaardigheden (Koninklijke Bibliotheek, 2018).

Het zijn met name vrouwen, kinderen tussen de 6 en 19 jaar, hoger opgeleiden en Nederlanders met een migratie-achtergrond die de bibliotheek bezoeken (Van den Broek & Gieles, 2018).

Bezoekers: bibliotheek is er voor leesplezier

De bibliotheek is voor Nederland een belangrijke ‘leesmotor’. 71% van de bezoekers vindt dat de bibliotheek leesplezier biedt en 61% vindt zelfs dat de bibliotheek het leesplezier vergroot. Ook voor de leesontwikkeling van kinderen wordt de bibliotheek een voorname functie toegedicht. Bijna een op de drie bezoekers met (klein)kinderen zegt dat hun (klein)kinderen dankzij de bibliotheek meer zijn gaan lezen en/of lezen leuker zijn gaan vinden (Koninklijke Bibliotheek, 2015).

De bibliotheek biedt ook andere culturele, sociale, educatieve en economische voordelen. 55% van de bezoekers komt er om geld te besparen, 43% leert er nieuwe dingen, 41% voelt zich er onder de mensen, 39% komt er in contact met kunst en cultuur en 35% weet zich er gesteund in zijn of haar persoonlijke ontwikkeling. Gevoelens en emoties die in de bibliotheek vaak worden ervaren, zijn ontspanning (63%), rust (53%), nieuwsgierigheid (48%), plezier (42%) en inspiratie (36%) (Koninklijke Bibliotheek, 2015).

Nederlanders beschouwen de bibliotheek als een plek die hoofdzakelijk belangrijk is voor ándere mensen. Terwijl 34% het persoonlijke belang onderschrijft, doet zo’n 69% dat voor het algemene belang. Van de mensen die de bibliotheek voor zichzelf niet belangrijk vinden, zegt bijna de helft wel het belang te zien voor de samenleving. In vergelijking met mensen uit andere landen zien Nederlanders over het algemeen minder opbrengsten van de bibliotheek. Alleen als het gaat om het bieden en vergroten van leesplezier, is hun waardering even positief als in het buitenland (Koninklijke Bibliotheek, 2015).

Bezoekers: bibliotheek kan gezelliger en uitnodigender

Nederlanders beschouwen de bibliotheek eerder als een nuttige dan als een plezierige plek. Er is een hoop informatie te vinden, maar tegelijkertijd is het er weinig sfeervol en uitnodigend. Vooral onder studenten en mensen die weinig lezen heeft de bibliotheek een negatief imago. Opvoeders van kinderen en mensen die lezen ter ontspanning vinden het er over het algemeen wel plezierig (Stalpers, 2015).

Het imago van de bibliotheek is sterk bepalend voor de bezoekers- en ledenaantallen. Mensen met een positief beeld van de bibliotheek brengen vaker een bezoek, zijn vaker lid, en zijn bereid om meer te betalen voor een lidmaatschap. Bibliotheken doen er daarom goed aan om aan hun imago te werken. Met name opvoeders van kinderen, studenten en zogenaamde serieuze lezers (mensen die voornamelijk literatuur, biografieën en non-fictie ter hand nemen) hebben behoefte aan een gezelligere, hippere, modernere en sfeervollere bibliotheek. Dat kan door faciliteiten zoals leesruimtes en horeca uit te breiden en meer activiteiten te organiseren (Stalpers, 2015).

Populariteit bibliotheek daalt met het ouder worden

Er zijn meer basisscholieren die gebruik maken van bibliotheekdiensten dan middelbare scholieren. 77% van de 8- tot 12-jarigen brengt weleens een bezoek aan de bibliotheek in het dorp, de stad of op de school. Bij 13- tot 18-jarigen gaat het om 64% (DUO Onderwijsonderzoek, 2017). Jongere kinderen lenen bij een bezoek ook meer boeken, evenals meisjes in vergelijking met jongens (CHOICE, 2010). Voor schoolbibliotheken bestaat er geen leeftijdsverschil. Als kinderen ouder worden, blijven ze daar even vaak boeken lenen (Huysmans, 2013).

Leengedrag boeken, naar leeftijd en sekse

In aantallen

Download data grafiek: leengedrag jeugd

Naast boeken gaan kinderen en jongeren ook naar de bibliotheek om cd’s, dvd’s en games te lenen. Ook brengen ze een bezoek om boeken en tijdschriften te lezen, op het internet te surfen en informatie op te zoeken in boeken (Huysmans, 2013).

Bijna de helft van de 7- tot 17-jarigen staat neutraal tegenover een bibliotheekbezoek. Als kinderen ouder worden, krijgen ze een negatievere houding tegenover de bibliotheek (CHOICE, 2010). Dat komt mogelijk doordat ze er vaker heen moeten voor huiswerk, waardoor de bibliotheek een verplicht karakter krijgt (Huysmans, 2013). Middelbare scholieren zien een bibliotheekbezoek dan ook als nuttig en verstandig, niet zozeer als plezierig. Hun attitude is utilitair in plaats van hedonistisch (Stalpers, 2011).

Om meer jongeren aan te spreken, zouden bibliotheken zichzelf kunnen vernieuwen. Middelbare scholieren hebben behoefte aan mediadossiers, een breder aanbod van Young Adult Literatuur en een speciale jongerenafdeling. In dat geval zou het percentage jongeren dat de bibliotheek meerdere keren per jaar bezoekt, kunnen stijgen van 35% naar 80% (Stalpers, 2011).