Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Digitale geletterdheid

-> Digitale geletterdheid is hoofdzakelijk een vorm van printgeletterdheid, aangevuld met navigatie-vaardigheden.

-> Het begrip van hyperteksten door basis- en middelbare scholieren is gelijk aan het begrip van lineaire teksten.

Digitale geletterdheid steunt op printgeletterdheid

Zijn er voor digitaal lezen andere vormen van geletterdheid nodig? Ja, zo blijkt uit de prestaties van 15-jarigen op een online leestaak in het internationale leesvaardigheidsonderzoek PISA. De leerlingen lezen een informatieve tekst op internet, waarbij ze ook klikken op hyperlinks, zoekopdrachten formuleren en informatie lokaliseren. De belangrijkste voorwaarde om de taak succesvol af te ronden, blijkt een goede vaardigheid in het offline lezen. Ergo: het lezen van een gedrukte tekst zónder hyperlinks. Printgeletterdheid verklaart 80% van de verschillen in de prestaties van de leerlingen. Specifieke online vaardigheden spelen, met 15% verklaarde variantie, een geringere rol (OECD, 2015).

Dit impliceert dat digitale geletterdheid in de eerste plaats printgeletterdheid is. Wie kinderen van het scherm wil leren lezen, doet er verstandig aan hen de vaardigheden aan te leren die van belang zijn bij het lezen van papier. Hiernaast kan worden ingezet op het vaardig worden in het zoeken en navigeren op internet. De PISA-test wijst uit dat de kwaliteit van de navigatie-acties hierbij van belang is. Leerlingen die erin slagen om de meest relevante informatiebronnen op te sporen, presteren ook beter op de online leestaak (OECD, 2015).

Begrip hypertekst is gelijk aan lineaire tekst

Het internet is gerangschikt volgens de structuur van een hypertekst. De tekstonderdelen worden met elkaar verbonden door middel van aanklikbare hyperlinks. Zo ontstaan er verschillende volgordes waarin teksten en tekstonderdelen kunnen worden gelezen.

Basis- en middelbare scholieren blijken hyperteksten nagenoeg even goed te begrijpen als lineaire teksten met een vaste structuur. Middelbare scholieren worden door hypertekst gestimuleerd om complexere schema’s te maken van de begrippen in de tekst (mind maps). Mogelijk komt dit door de vrije structuur, die leidt tot een actievere wijze van informatie verwerken (Fesel, Segers & Verhoeven, 2018; Klois, Segers & Verhoeven, 2013).

De uitkomsten hebben betrekking op hiërarchische hyperteksten. Deze kennen een boomstructuur, die zich in stapjes van boven naar beneden vertakt. Genetwerkte hyperteksten, die lijken op het internet, leiden bij middelbare scholieren eveneens tot nagenoeg hetzelfde begripsniveau als lineaire teksten en stimuleren hen eveneens tot complexere mind maps (Blom et al., 2018).