Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Leesbeleving e-boeken

-> E-boeken ontberen de tastzin en het knispergenot van papier. Dat lijkt nadelen te hebben voor de verwerking van de tekst.

-> De specifieke eigenschappen van het e-boek bieden een uitkomst voor lezers met beperkingen.

-> Schakelen naar andere applicaties (‘taskswitchen’) komt de betrokkenheid bij de tekst niet ten goede. De e-reader verdient om die reden de voorkeur voor het dieplezen.

Digitale teksten voelen niet hetzelfde als een ‘echt’ boek

Papier bezit volgens Mangen (2008) fysieke eigenschappen die helpen bij het lezen en interpreteren van de tekst. De pagina’s van het gedrukte boek zijn tastbaar, ze knisperen door de vingers, de lezer slaat ze om en ruikt ze zelfs. Het gevoel dat papier geeft, helpt zodoende om een betrokken relatie met de tekst op te bouwen. Daarnaast maakt de fysieke vorm (lengte, breedte, dikte) van een boek, magazine of krant het eenvoudig om de resterende leestijd in te schatten. Tot slot is een tekst op papier stabiel ten opzichte van de pagina. Dat helpt om de informatie te onthouden aan de hand van het visuele tekstbeeld (Mangen, 2008).

E-readers, tablets en smartphones bieden volgens Mangen (2008) een geheel andere tactiliteit. Lezers van e-boeken voelen en zien enkel de pagina die ze op dat moment aan het lezen zijn. Ze ontberen zodoende een indruk van de omvang en de lengte van de tekst. Daarnaast laten lettergrootte en -type in e-boeken zich eenvoudig aanpassen. Het gevolg: het tekstbeeld verschuift, de tekst wordt instabiel ten opzichte van de drager. Daardoor is de informatie minder makkelijk te onthouden. Tot slot speelt de technologie een afleidende rol. In plaats van de wereld achter de tekst zichtbaar te maken, trekken het scherm en de muis de aandacht op zichzelf. De handeling van het surfen en klikken treedt op de voorgrond, wat onze relatie met de inhoud van de tekst en de wereld van het verhaal verbreekt (Mangen, 2008).

Empirisch onderzoek levert voorzichtig bewijs voor deze ideeën. Lezers van een e-boek op de tablet gaan niet alleen minder diep op in de verhaalwereld, ook blijken ze het verhaal minder goed te onthouden (Mangen en Kuiken, 2014). Vergelijkbare verschillen zijn gevonden bij jongeren: 15-jarigen die een kort verhaal lezen op papier, begrijpen het beter dan op de personal computer (Mangen, Walgermo & Brønnick, 2013). Deze resultaten suggereren dat de eigenschappen van digitale tekstdragers inderdaad minder gunstig zijn voor de leeservaring en de tekstverwerking dan die van het papieren boek. Onderzoek onder basisscholieren wijst echter uit dat zij de tekst even goed begrijpen – van papier én van het scherm (Nielen, 2016).

Voor sommige lezers bieden digitale teksten voordelen

Sommige lezers profiteren van de specifieke eigenschappen van digitale tekstdragers. Oudere mensen varen wel bij het lezen van lcd-schermen, vanwege de mogelijkheid om de lichtbron fel en helder in te stellen. Dat zorgt voor een scherper contrast tussen tekst en achtergrond: een prettige verworvenheid voor als het gezichtsvermogen achteruit gaat. 65-plussers lezen de tekst hierdoor sneller en verwerken de informatie efficiënter (Kretzschmar et al., 2013).

Mensen met dyslexie profiteren van de mogelijkheid om de letters te vergroten. Een grotere letter leidt tot meer ruimte tussen de letters, woorden en zinnen. Daarnaast maakt het de hoeveelheid tekst op het scherm kleiner. Een grotere letter helpt dyslecten om de tekst sneller te lezen en beter te begrijpen. Ze hebben minder last van crowding: de tekst die de te lezen tekst omringt, en het lezen voor hen bemoeilijkt. Dat voordeel geldt nog sterker bij de kleinere schermen van smartphones (Schneps et al., 2013; Marinus et al., 2016).

Taskswitchen maakt het lezen oppervlakkiger

Wie verbonden is met het internet, heeft naast het lezen vele mogelijkheden binnen handbereik. Andere applicaties en activiteiten vragen om aandacht; de verleiding om ze te gebruiken ligt op de loer. Als dit ‘taskswitchen’ (ook vaak aangeduid als ‘mediamultitasken’) veelvuldig plaatsvindt, maakt de aandacht voortdurend sprongen. Met als gevolg, zo denken critici als Carr (2011), Wolf (2007) en Spitzer (2013), dat er geen leesflow ontstaat – een van de vijf positieve leeservaringen die Tellegen & Frankhuisen onderscheiden (2002).

Voor deze aanname bestaat empirisch bewijs. Lezers die vaker activiteiten afwisselen of gelijktijdig uitvoeren, geven aan minder op te gaan in het lezen. Dit geldt zowel voor het taskswitchen of multitasken mét als zonder media. Aangezien het (media)multitasken vaker voorkomt bij lezen op schermen dan van papier, suggereert dit dat schermlezen leidt tot minder leesflow (Wennekers, Huysmans & De Haan, 2018).

Een experiment wijst uit dat het leesproces bij het taskswitchen anders verloopt. Studenten die een wetenschappelijk essay lezen en tussendoor chatten of vragen beantwoorden, doen langer over het lezen van de tekst dan studenten die alleen lezen. Dit is ook het geval als de tijdsbesteding aan de ‘afleidende taak’ van de leestaak wordt afgetrokken. Taskswitchend lezen is dus minder efficiënt. Het heen en weer schakelen gaat niet ten koste van de effectiviteit. Hoewel studenten langzamer lezen, is hun begrip even goed (Bowman et al., 2010; Fox, Rosen & Crawford, 2009).

Desalniettemin is de kwaliteit mogelijk ook in het geding. De taskswitchende lezer zou, afgaande op onderzoek naar hypertekst, cognitief overbelast kunnen raken. Hyperteksten zijn de voorlopers van teksten op het internet. Ze zijn uitgerust met hyperlinks naar een ander punt in de tekst, of naar andere, gerelateerde teksten. De lezer van een hypertekst voert in feite twee taken tegelijkertijd uit: het lezen en interpreteren van de tekst én het maken van de keuze om al dan niet op de links te klikken. Als gevolg daarvan is er minder ruimte in het werkgeheugen om de informatie te verwerken dan bij een lineaire tekst (DeStefano & LeFevre, 2007; Kee Loh & Kanai, 2015). Bij hypertekstverhalen gaat dit ten koste van de leesflow, de onderdompeling in de verhaalwereld en de emotionele betrokkenheid bij de personages (Miall & Dobson, 2001).

De taskswitchende lezer moet zich, na een uitstapje te hebben gemaakt, de tekst opnieuw eigen maken: de voorkennis activeren, het mentale plaatje reconstrueren. Hiermee gaat vermoedelijk meer cognitieve inspanning gepaard, en daardoor duurt het lezen langer (Bowman et al., 2010).

Het effect van taskswitchen geldt voor de tablet, laptop en smartphone, die multifunctioneel zijn. Voor de e-reader gaat het in beperkte mate op. De meeste e-readers bieden, naast het lezen van boeken, beperkte functionaliteit. Gebruikers geven dan ook aan dat hun leesproces bij een boek op de e-reader even ‘lineair’ is als bij een gedrukt boek, en hun leeservaring even positief. Lezers van e-boeken op de tablet en laptop daarentegen houden zich vaker bezig met taskswitchen dan op papier, en ervaren het lezen als minder prettig (Bakker, 2013​).