Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Leesgedrag e-boeken

-> Vier op de tien Nederlanders leest weleens e-boeken, meestal naast het papieren boek. Het aantal digitale lezers is sinds 2014 stabiel.

-> De e-reader en de tablet zijn met stip de meest gebruikte apparaten. Ook hier is het beeld sinds 2014 stabiel.

-> Vier op de tien basisscholieren en bijna de helft van de middelbare scholieren leest weleens een e-boek. Hun voorkeur gaat desondanks uit naar papier.

-> Digitaal lezen beslaat een kwart van de totale leestijd en is stabiel ten opzichte van 2013.

-> Luisterboeken en digitaal verrijkte boeken, zowel voor kinderen als volwassenen, zijn beperkt in trek.

Aantal digitale lezers is stabiel

41% van de Nederlanders leest met enige regelmaat een e-boek. Het aantal digitale lezers is, kleine schommelingen daargelaten, min of meer stabiel sinds januari 2014. In de twee jaar ervoor vond er bijna een verdubbeling plaats, van twee naar vier op de tien Nederlanders die weleens e-boeken lezen (KvB Boekwerk & GfK, 2018, meting 43).

Lezers van e-boeken

In procenten van de Nederlandse bevolking

Digitaal lezen zit in de ‘early majority’-fase in Rogers’ model dat de adoptie van nieuwe technologieën beschrijft. Dit duidt op ‘brede acceptatie’ van het e-boek. Het is de vraag of de achterblijvers (de ‘late majority’ en ‘laggards’) zullen aanhaken. 3% van deze groep overweegt om e-boeken te gaan lezen (KvB Boekwerk & GfK, 2015, meting 33). Tegelijkertijd geeft 13% van de bevolking aan in het verleden e-boeken te hebben gelezen en daarmee te zijn gestopt (KvB Boekwerk & GfK, 2017, meting 39).

De meeste digitale lezers adopteren het scherm naast het papier. 41% van de boekenlezers leest e-boeken naast gedrukte boeken, terwijl 4% uitsluitend e-boeken leest. 55% leest alleen gedrukte boeken (KvB Boekwerk & GfK, 2018, meting 43). Ditzelfde geldt voor het schermlezen in den brede. 49% van de lezers combineert, voor boeken, kranten, tijdschriften en online nieuws, het scherm met papier, terwijl 21% uitsluitend leest van het scherm. 30% leest alleen van papier (Wennekers, Huysmans & De Haan, 2018).

Het patroon in de adoptie van e-boeken - en andere digitale teksten - is in lijn met dat van de opkomst van andere nieuwe technologieën. Het 'oude' medium wordt zelden helemaal verdrongen, maar blijft naast de nieuwkomers bestaan. Huysmans & De Haan (2010) spreken van 'geleidelijke en gedeeltelijke vervanging'. Dit proces verloopt bij het boek minder snel en massaal dan bij de langspeelplaat, het cassettebandje, de cd, de videoband en de dvd. Het gedrukte boek bestaat langer dan deze audio- en beelddragers, en heeft daardoor mogelijk een sterkere positie verworven.

E-reader en tablet blijven favoriete leesmedia

De e-reader is het meest gebruikte apparaat voor het lezen van e-boeken. 53% van de digitale lezers leest weleens e-boeken op de e-reader, terwijl het bij de tablet om 42% gaat. De smartphone, laptop en desktop computer volgen op geruime afstand. Sinds 2013 heeft zich een duidelijke schifting afgetekend onder de leesmedia. De e-reader en de tablet wonnen terrein, de andere gadgets verloren. De e-reader moest zijn koppositie in 2012 en 2013 afstaan aan de tablet, maar gaat sindsdien weer aan de leiding (KvB Boekwerk & GfK, 2018, meting 43).

Gebruikte leesapparaten

In procenten van de digitale lezers

Dat de e-reader aan kop gaat, is opvallend tegen het licht van het aantal apparaten dat in omloop is. Terwijl 20% van de bevolking een e-reader bezit, heeft 76% een smartphone, 73% een laptop, 61% een tablet en 45% een desktop computer (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016). Kennelijk lezen veel bezitters van de best vertegenwoordigde apparaten geen e-boeken. Andersom wordt de e-reader juist het meest gebruikt om op te lezen.Terwijl 63% van de e-readerbezitters één of meer keren per week een e-boek op hun apparaat leest, gaat het bij tabletbezitters om 12% (GfK, 2013).

Jeugd leest digitaal, maar voorkeur gaat uit naar papier

Vier op de tien basisscholieren leest weleens e-boeken, terwijl dit onder middelbare scholieren bijna de helft is. Daarmee is het scherm voor het lezen, net als onder volwassenen, minder populair dan papier. De meeste jonge digitale lezers gebruiken de leesmedia, net als volwassenen, naast elkaar. Een kleine groep van 3% van de basis- en middelbare scholieren leest uitsluitend e-boeken. De tablet en smartphone zijn de leesapparaten die het meest in zwang zijn, gevolgd door de computer of laptop en de e-reader (DUO Onderwijsonderzoek, 2017).

10- tot 18-jarigen geven voor het lezen van lange teksten en boeken de voorkeur aan het papier boven het scherm. Hetzelfde geldt voor het maken van aantekeningen, dat ze blijkbaar liever met de hand doen. Voor het opzoeken van informatie en het leren van woordjes prefereren kinderen en jongeren de digitale media (Monitor Jeugd en Media, 2017).

Leesvoorkeur 10- tot 18-jarigen

In procenten

Hoewel studies met een experimenteel ontwerp wijzen op de mogelijkheid om het lezen, ook van lange teksten en boeken, te bevorderen met behulp van digitale media, is dit in de praktijk vooralsnog niet terug te zien.

Leestijd van het scherm stabiliseert

Nederlanders lezen 6 van hun 37 minuten dagelijkse leestijd van het scherm. Als het lezen van online nieuwsberichten wordt meegeteld bij de boeken, kranten en tijdschriften, gaat het om 11 van de 42 minuten. Het digitale lezen is daarmee goed voor 16% tot 26% van de totale leestijd (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016). In 2013 ging het nog om 22% (Media: Tijd, 2014).

De leestijd van schermen is onveranderd tussen 2013 en 2015. De daling van de leestijd in deze periode komt zodoende geheel voor rekening van papier (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016).

De tijdsbesteding aan digitaal lezen is vrij evenredig verdeeld over de verschillende apparaten: de tablet en smartphone halen samen zo’n 2 minuten per dag, de e-reader 1 minuut en de laptop en desktop computer samen 1 minuut. Het gaat hier om boeken, kranten en tijdschriften; online nieuws blijft buiten beschouwing (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016).

Het lezen heeft binnen het digitale mediamenu een bescheiden doch betekenisvolle positie. Op de tablet wordt aan lezen evenveel tijd besteed als aan luisteren en kijken, maar meer dan aan communiceren. Op de smartphone wordt meer tijd besteed aan lezen dan aan kijken, maar minder dan aan luisteren en communiceren. Alleen op de laptop wordt aan deze drie activiteiten meer tijd besteed dan aan lezen (Media: Tijd, 2014).

Luisterboeken vooral via digitale snelweg

12% van de Nederlanders luistert weleens naar een voorgelezen boek of luisterboek. Ze doen dit met name in speciaal hiervoor ontwikkelde apps, door het boek als mp3 te downloaden, of in de vorm van een gecombineerd e-boek met een lees- en luisterversie. De belangrijkste reden om te kiezen voor het luisterboek, is dat deze zich gemakkelijk laat combineren met andere activiteiten. Ook kan men makkelijk een fijne houding aannemen, zijn luisterboeken makkelijk te vervoeren en voegt de voorleesstem een dimensie toe aan het boek (KvB Boekwerk & GfK, 2017, meting 41).

Weinig lezers voor verrijkte digitale boeken

De meeste e-boeklezers (81%) lezen uitsluitend ‘kale’ e-boeken, dus zonder extra digitale mogelijkheden. 8% leest wel eens een e-boek met achtergrondinformatie (zoals aanklikbare biografietjes, betekenissen van woorden), 7% met een voorgelezen of luisterversie, 7% met hyperlinks (bijvoorbeeld naar het internet) en 4% met bewegende beelden en/of animaties (KvB Boekwerk & GfK, 2014, meting 30).

(Verrijkte) digitale kinderboeken vormen niche

4% van de Nederlanders gebruikt weleens een digitaal kinderboek, samen met één of meerdere kinderen. Onder ouders met thuiswonende kinderen gaat het om 8% (KvB Boekwerk & GfK, 2018, meting 43).

Ouders van jonge kinderen (0-6 jaar) lezen hun kroost hoofdzakelijk voor van papier. 75% doet dat bijna elke dag. Voor kinderboeken met extra digitale mogelijkheden liggen de percentages lager. 9% leest bijna elke dag voor uit een digitaal kinderboek dat is verrijkt met spelletjes, 8% uit een digitaal kinderboek met een voorgelezen of luisterversie en 4% uit een digitaal kinderboek met geanimeerde in plaats van statische prenten (KvB Boekwerk & GfK, 2014, meting 30).