Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Leesplezier volwassenen

-> Volwassenen lezen vooral om zichzelf te ontspannen. Hun drijfveren om literaire boeken te lezen zijn het meest divers.

-> Een gebrek aan tijd is de voornaamste reden om niet te lezen.

-> Boeken fungeren voor sommige mensen als middel om hun identiteit uit te drukken.

-> Ouders houden meer van lezen dan hun kinderen.

-> Het plezier en nut van voorlezen worden breed onderschreven.

Ontspanning is voornaamste leesmotief

Ontspanning is met stip de belangrijkste reden om boeken te lezen in de vrije tijd. 80% van de boekenlezers noemt dit leesmotief, op ruime afstand gevolgd door andere beweegredenen. 40% leest boeken om lekker weg te dromen, 38% om zichzelf onder te dompelen in de verhaalwereld en 30% om meer te weten te komen over bepaalde onderwerpen. 23% leest boeken om zichzelf persoonlijk te ontwikkelen, 21% om de verveling te verdrijven, 20% om de horizon en blik op de wereld te verbreden en 16% om te genieten van taal (KvB Boekwerk & GfK, 2018, meting 43).

Lezers van literaire boeken hebben daartoe de meeste verschillende beweegredenen. Naast ontspanning, interesse en passie, scoren ook de motieven hobby en persoonlijke ontwikkeling hoog. Vergeleken met de genres spanning en streekroman wordt ontspanning minder vaak genoemd bij literaire boeken, en interesse juist vaker. Het literaire boek lijkt niet zozeer een bron van amusement als wel een middel tot reflectie en inzicht (KvB Boekwerk & GfK, 2009, meting 9).

Vooral tijdgebrek reden om niet te lezen

De voornaamste reden om niet te lezen is een gebrek aan tijd. 50% van de Nederlanders boven de 15 jaar noemt dit de belangrijkste leesbarrière (TNS Opinion & Social, 2013). Deze groep bestaat vooral uit hoger opgeleiden (KvB Boekwerk & GfK, 2013, meting 23). Een gebrek aan interesse in lezen is met 19% van de bevolking de op-één-na-voornaamste drempel. Er zijn helemaal geen mensen die geen boeken lezen omdat het te duur is, ze onvoldoende informatie kunnen vinden of een beperkte keuze hebben. Dat is lager dan in de rest van Europa, waarmee de voorwaarden om te kunnen lezen in Nederland positief zijn (TNS Opinion & Social, 2013).

Lezen als 'imagebuilding'

Veel boekenliefhebbers lezen niet alleen om hun leesbehoefte te bevredigen, maar ook om uitdrukking te geven aan hun sociale identiteit. Boeken zijn naast consumptie- dus ook sociale media. Deze functie komt tot uitdrukking in de prominente plaats van de boekenkast in de huiskamer, om bezoekers te laten zien dat dit een lezende huishouding is. Door zich met boeken te vertonen in publieke ruimten, zoals de trein of bibliotheek, laten lezers zien wat ze lezen. Veel lezers willen zich onderscheiden binnen de groep. Boeken dienen voor hen om zich een expert- of kennisrol aan te meten (Kaiser & Quandt, 2015).

Ouders vinden lezen leuker dan hun kinderen

Negen op de tien ouders vindt lezen leuk en leest graag in de vrije tijd. Bijna driekwart noemt het een van de favoriete hobby’s, vindt het een belangrijke bezigheid in het gezin en praat graag met andere mensen over het gelezene. Nederlandse ouders staan op de tweede plaats van de internationale ranglijst voor leesplezier. Nederlandse kinderen vinden lezen, internationaal gezien, het minst leuk. De leeshouding van ouders is stabiel vergeleken met 2001, en gedaald in vergelijking met 2006 en 2011 (Expertisecentrum Nederlands, 2017).

Voorleesattitude is positief

Nederlanders staan positief tegenover voorlezen. Dat geldt voor voorlezers én niet-voorlezers. Terwijl 86% van de voorlezers het leuk en 96% het nuttig vindt, gaat het bij niet-voorlezers nog altijd om respectievelijk 36% en 68%. Zij hebben een welwillende houding, maar zetten deze niet om in gedrag (Stichting Lezen/GfK, 2014).

Nederlanders onderschrijven de voordelen van voorlezen, zoals die uit onderzoek naar voren komen. Een ruime meerderheid noemt voorlezen gunstig voor het taalgevoel en taalbegrip, evenals voor de woordenschat, de concentratie en de vaardigheid om verhalen te begrijpen. Ook beschouwen Nederlanders voorlezen als een goede voorbereiding op het zelf leren lezen, vinden ze het een vanzelfsprekend onderdeel van de opvoeding en geloven ze dat het goed is om kinderen te blijven voorlezen als ze zelf kunnen lezen. Voorlezers zijn iets positiever dan niet-voorlezers, maar de verschillen zijn miniem (Stichting Lezen/GfK, 2014).

De meeste Nederlanders vinden het een goede zaak om vroeg te beginnen met voorlezen. Over de precieze leeftijd lopen de meningen uiteen. 48% van de voorlezers beschouwt de babyleeftijd als ideaal, 38% de dreumesleeftijd. Bij de niet-voorlezers gaat het om 23% babyleeftijd en 46% dreumesleeftijd. Ook als kinderen zelf hebben leren lezen, kunnen ze volgens 70% van de voorlezers en 46% van de niet-voorlezers prima worden voorgelezen. 28% van de voorlezers en 15% van de niet-voorlezers vindt zelfs dat er überhaupt geen bovenleeftijdsgrens zit aan voorlezen (Stichting Lezen/GfK, 2014).