Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Leestijd kinderen

-> Als kinderen ouder worden, gaan ze steeds minder vaak boeken lezen, en steeds meer digitale media gebruiken. Het lezen van boeken op school neemt wél toe.

-> Meisjes zijn ferventere lezers dan jongens, evenals kinderen op de havo en het vwo. De verschillen voor opleidingstype zijn het grootst voor fictieboeken.

Leesgedrag daalt met leeftijd

Kinderen gaan minder vaak boeken lezen als ze ouder worden (Monitor de Bibliotheek op school basisonderwijs, 2020; Monitor de Bibliotheek op school voortgezet onderwijs, 2020). Van de 7-jarigen – beginnende lezers – leest 68% vrijwel dagelijks een boek in de vrije tijd. Aan het eind van de basisschool, op 12-jarige leeftijd, is dat met de helft gedaald (naar 35%). Het aantal kinderen dat nooit voor het plezier een boek leest, wordt in deze periode juist vijf keer zo groot. De trend van een geleidelijk dalende leestijd zet zich door tot het vijftiende levensjaar. 21% leest op deze leeftijd nog dagelijks in een boek – nagenoeg even veel als het percentage ‘nooit’-lezers (Huysmans, 2013).

Ook jongeren en jongvolwassenen gaan minder vaak boeken lezen als ze ouder worden. Tussen het twaalfde en vijfentwintigste levensjaar neemt de leesfrequentie van boeken af (Stalpers, 2020).

Leesgedrag boeken, naar leeftijd

In procenten

Het populairste genre onder basisscholieren (8-12 jaar) is het stripboek, gevolgd door romans en verhaalboeken en informatieve boeken. Bij middelbare scholieren (13-18 jaar) is de rangschikking informatief boek, roman en verhaalboek en stripboek. Dit is als gekeken wordt naar het dagelijkse lezen. Middelbare scholieren lezen minder vaak dan basisscholieren. De groep die zegt nooit te lezen, is voor elk van de genres de helft of meer (DUO Onderwijsonderzoek, 2017). Onder 15-jarigen is de groep die nooit leest voor het plezier, tussen 2009 en 2018 gegroeid van 49% naar 53% (Dood, Gubbels & Segers, 2020).

Leesgedrag basisscholieren (8-12 jaar), naar boekgenre

In procenten

Leesgedrag middelbare scholieren (13-18 jaar), naar boekgenre

In procenten

7- tot 15-jarigen lezen vaker in boeken dan in kranten en tijdschriften. Deze leesmedia kennen, anders dan boeken, geen geleidelijke afname met de leeftijd. Als kinderen ouder worden, blijven ze ongeveer even vaak tijdschriften lezen, terwijl kranten aan bereik winnen (Huysmans, 2013).

Er zijn steeds meer kinderen die lezen op school. 77% van de 10-jarigen leest op school (bijna) elke dag stil voor zichzelf. Dit is een toename ten opzichte van de 68% in 2001 en de 71% in 2006 en 2011. Vier op de tien leerlingen leest buiten school voor het plezier, bijna twee op de tien om dingen te weten te komen. Deze aantallen zijn sinds 2001 stabiel. De tijd die 10-jarigen buiten school aan lezen besteden daalt wel: 16% geeft aan meer dan een uur per dag te lezen, tegen 22% in 2011 (Expertisecentrum Nederlands, 2017).

Meisjes lezen vaker en deels andere boeken dan jongens

15-jarige jongens lezen minder vaak voor het plezier dan meisjes op deze leeftijd. Terwijl tweederde van de jongens nooit voor het plezier leest, gaat dit op voor vier op de tien meisjes (Dood, Gubbels & Segers, 2020). Meisjes lezen op 7-jarige leeftijd in de vrije tijd ook vaker in boeken dan jongens, een kloof die tot het vijftiende levensjaar in stand blijft, en ongeveer even groot blijft (Huysmans, 2013). Het sekseverschil in leesgedrag is ook gevonden bij 12- tot 25-jarigen: 84% van de meisjes en vrouwen in deze leeftijd leest weleens een boek, terwijl het gaat om 59% van de jongens en mannen (Stalpers, 2020).

Jongens en meisjes ontwikkelen vanaf jonge leeftijd overlappende en uiteenlopende lees- en genrevoorkeuren (Monitor de Bibliotheek op school, 2013). Beide seksen lezen het liefst leesboeken en hierbinnen spannende boeken, avonturenboeken en fantasieboeken. Waar meisjes een relatieve voorkeur hebben voor lees-, verhaal- en gedichtenboeken (fictie), neigen jongens relatief sterker naar strips en weetjes- en informatieve boeken (non-fictie). De leesfrequentie van tijdschriften is ongeveer gelijk voor beide seksen, maar kranten zijn iets populairder onder jongens, met name in de middelbare school leeftijd (Huysmans, 2013).

Leesgedrag verschilt per opleidingstype

Vwo-leerlingen lezen vaker voor het plezier dan havo-leerlingen, en zij lezen weer vaker voor het plezier dan vmbo-leerlingen en leerlingen in het praktijkonderwijs (Dood, Gubbels & Segers, 2020).

Het lezen van specifiek boeken, kranten en tijdschriften verschilt ook per opleidingstype. Op het vwo worden deze tekstsoorten meer gelezen dan op de havo, en op de havo weer meer dan op het vmbo. Dit geldt zowel voor lezen in de vrije tijd als voor school (Monitor Jeugd en Media, 2017).

Leerlingen op de havo en het vwo en studenten op het hbo en de universiteit zijn vaker boekenwurmen, die regelmatig een boek lezen en hier plezier aan beleven. Leerlingen op het vmbo en studenten op het mbo zijn vaker boekmijders, die weinig boeken lezen en hier weinig plezier aan beleven (Stalpers, 2020). Binnen het vmbo lezen leerlingen in de theoretische leerweg het vaakst thuis een boek, gevolgd door hun leeftijdgenootjes in achtereenvolgens de gemengde, de kaderberoepsgerichte en de basisberoepsgerichte leerweg (Monitor de Bibliotheek op school voortgezet onderwijs, 2020).

De verschillen in leesgedrag tussen de opleidingstypen zijn het grootst voor fictieboeken, in vergelijking met non-fictieboeken, stripboeken, kranten en tijdschriften. Terwijl acht op de tien vwo-leerlingen en tweederde van de havisten weleens fictie lezen, gaat het op het vmbo in de gemengde en theoretische leerweg om de helft, in kaderberoeps om een derde en in basisberoeps om een kwart (Dood, Gubbels & Segers, 2020).

Lezen minder in trek dan andere media-activiteiten

Kinderen en jongeren lezen minder vaak dan dat ze andere media gebruiken. Onder 10- tot 18-jarigen zijn televisie kijken, muziek luisteren en gamen het populairst. Op afstand volgen de leesmedia, waarbinnen boeken en stripboeken het meest in zwang zijn. Het gaat om mediagebruik in de vrije én schoolse tijd (Monitor Jeugd en Media, 2017).

Mediagebruik 10- tot 18-jarigen

In procenten 

Middelbare scholieren lezen minder vaak dan basisscholieren. Het gebruik van andere media neemt in de overgang tussen basis- en voortgezet onderwijs sterk toe. Dit geldt met name voor het bijhouden van contacten met leeftijdsgenoten (berichten versturen en bellen, skypen en face-timen), en daarnaast voor muziek luisteren en kijken naar beeldmateriaal op televisie en internet. De voorkeur van kinderen en jongeren verandert, met het klimmen der jaren, dus van boeken naar online schermmedia, om mee te communiceren en van te consumeren (DUO Onderwijsonderzoek, 2017).

Mediagebruik op dagelijkse basis, naar schoolsoort

In procenten

Ook in vergelijking met volwassenen maken jongeren intensief gebruik van schermapparaten en beperkt van leesmedia. 13- tot 19-jarigen besteden vijf keer zoveel tijd aan (hoofdzakelijk digitaal) communiceren als 65-plussers. Ze besteden hieraan ruim 2 uur en 11 minuten per dag, ongeveer evenveel als vijf jaar geleden. Voor lezen (gedrukt en digitaal, en uit boek, krant en tijdschrift) reserveren 13- tot 19-jarigen juist zes keer zo weinig tijd als 65-plussers. Ze besteden hieraan dagelijks 14 minuten, bijna 40% minder dan vijf jaar geleden (Schaper, Wennekers & De Haan, 2019).

Citeren?
Leesmonitor (2020). Leestijd kinderen. www.leesmonitor.nu/nl/leestijd-kinderen
Quote?
Reading Monitor (2020). Leestijd kinderen. www.leesmonitor.nu/nl/leestijd-kinderen