Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Leestijd kinderen

Als kinderen ouder worden, gaan ze steeds minder boeken lezen, en steeds meer digitale media gebruiken. Meisjes zijn ferventere lezers dan jongens, evenals kinderen op de hogere onderwijsniveaus.

Leestijd daalt met leeftijd

De populariteit van het lezen van boeken neemt af als kinderen ouder worden (Monitor de Bibliotheek op school, 2013). Van de 7-jarigen – beginnende lezers – leest 68% vrijwel dagelijks een boek in de vrije tijd. Aan het eind van de basisschool, op 12-jarige leeftijd, is dat met de helft gedaald (naar 35%). Het aantal kinderen dat nooit voor het plezier een boek leest, wordt in deze periode juist vijf keer zo groot. De trend van een geleidelijk dalende leestijd zet zich (ten minste) door tot het vijftiende levensjaar. 21% leest op die leeftijd nog dagelijks in een boek – nagenoeg even veel als het percentage ‘nooit’-lezers (Huysmans, 2013).

Leesgedrag boeken, naar leeftijd

In procenten van de Nederlandse kinderen

Het populairste genre onder 7- tot 15-jarigen is het lees- of verhaalboek, gevolgd door het stripboek en het informatieve of weetjesboek. Als kinderen ouder worden, gaan ze al deze boekgenres minder vaak lezen. Gedichtenbundels vertonen met de leeftijd een stabiel niveau, terwijl boek-apps aan belangstelling winnen – al blijft de mate waarin deze genres worden gelezen beperkt (Huysmans, 2013).

7- tot 15-jarigen lezen vaker in boeken dan in kranten en tijdschriften. Deze leesmedia kennen, anders dan boeken, geen geleidelijke afname met de leeftijd. Als kinderen ouder worden, blijven ze ongeveer even vaak tijdschriften lezen, terwijl kranten zelfs aan bereik winnen (Huysmans, 2013).

Kinderen tot 12 jaar lezen vrijwel uitsluitend boeken vlak ná het avondeten, in de vroege avonduren. Tieners rekken dat op tot ver in het tweede deel van de avond. Na 21.00 uur lezen zij zelfs vaker boeken dan 20- tot 65-jarigen. Daarnaast nemen ze delen van de middag erbij. In dat dagdeel lezen ze ongeveer evenveel als volwassenen (SPOT, 2010).

Geslacht

Jongens en meisjes ontwikkelen vanaf jonge leeftijd uiteenlopende lees- en genrevoorkeuren (Monitor de Bibliotheek op school, 2013). Meisjes lezen op 7-jarige leeftijd vaker in boeken dan jongens, een kloof die (ten minste) tot het vijftiende levensjaar in stand blijft (en even groot blijft). Terwijl de voorkeur van meisjes uitgaat naar lees-, verhaal- en gedichtenboeken (fictie), lezen jongens liever strips en weetjes- en informatieve boeken (non-fictie). Hun leesfrequentie van tijdschriften is ongeveer gelijk, maar kranten zijn iets populairder onder jongens, met name op de middelbare school (Huysmans, 2013).

Opleiding

Jongeren op hogere onderwijsniveaus maken vaker gebruik van boeken, kranten en tijdschriften dan jongeren op lagere onderwijsniveaus. Op het vwo wordt dus meer gelezen dan op de havo, en op de havo weer meer dan op het vmbo. Dat geldt zowel voor lezen in de vrije tijd als voor school (Monitor Jeugd & Media, 2015).

Lezen & andere media

Jongeren zitten vaker achter het beeldscherm dan dat ze een boek lezen. De media die het meest in trek zijn bij 10- tot 18-jarigen, zijn de televisie en de smartphone, gevolgd door de tablet en de laptop. Op afstand volgen de gedrukte media, waarbinnen fictieboeken en stripboeken het meest in zwang zijn. Het gebruik van de e-reader onder deze leeftijdsgroep is marginaal. Het gaat om mediagebruik in de vrije én schoolse tijd (Monitor Jeugd & Media, 2015).

Mediagebruik

In procenten van de Nederlandse 10- tot 18-jarigen

In vergelijking met volwassenen maken jongeren dan ook intensief gebruik van schermapparaten en beperkt van leesmedia. 13- tot 19-jarigen besteden vier keer zoveel tijd aan (hoofdzakelijk digitaal) communiceren als 65-plussers. Ze besteden hieraan ruim 2 uur en 12 minuten per dag, ongeveer evenveel als twee jaar geleden. In lezen (gedrukt en digitaal, en uit boek, krant en tijdschrift) investeren 13- tot 19-jarigen juist acht keer zo weinig tijd. Ze besteden hieraan dagelijks 10 minuten, ruim de helft minder dan twee jaar geleden (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016).

Kinderen gaan in de loop van de basisschool en in de overgang naar de middelbare school minder vaak lezen in hun vrije tijd. Hun gebruik van digitale media neemt juist exponentieel toe. Dat geldt met name voor het bijhouden van contacten met leeftijdsgenoten via mobiel bellen, sms’en, chatten, whatsappen en sociale media, maar ook voor het algemene computeren, internetten en gamen. Kinderen gaan, met het klimmen der jaren, tevens vaker naar muziek luisteren. Hun televisiekijktijd daalt licht, maar dat verschil is niet significant. Al met al verandert de voorkeur van kinderen met het klimmen der jaren dus hoe langer hoe meer van boeken naar internet, sociale media en mobiele communicatie (Huysmans, 2013).

Mediagebruik, op dagelijkse basis, naar leeftijd

In procenten van de Nederlandse kinderen

Voor 10- tot 18-jarigen vullen papier en digitaal elkaar aan. Dat komt tot uiting in het maken van huiswerk. Naast schoolboeken gebruiken ze hiervoor veelvuldig hun schermapparaten. Ze checken met digitale programma's hun rooster en cijfers (60%) en toetsen en overhoren zichzelf (45%). Daarnaast zoeken ze informatie bij wat ze moeten leren op internet (60%), YouTube (26%) en nieuwssites (16%). Tot slot overleggen ze via sociale media over opdrachten (53%) of groepswerk (25%). Dit toont aan dat digitale media behulpzaam zijn bij het huiswerk. Toch geven veel kinderen ook aan dat deze media hen afleiden. 52% zet bij het maken van schoolopdrachten bijvoorbeeld niet de televisie aan, terwijl 41% whatsappberichten storend noemt (Monitor Jeugd & Media, 2015).