Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Opbrengsten

-> Mensen die regelmatig fictie lezen, hebben meer inzicht en inleving in andere mensen. Dit verband bestaat al in de kindertijd.

-> Sommige experimentele studies laten een oorzaak-gevolg-relatie zien tussen (literair) lezen en het inlevingsvermogen. De bevindingen zijn echter niet eenduidig.

-> Het inlevingsvermogen kan voornamelijk groeien als de lezer opgaat in het verhaal en als de tekst literaire elementen bevat.

Fictielezen houdt verband met empathie

Lezen in de vrije tijd hangt samen met sociaal begrip en empathie. Dit blijkt uit een meta-analyse van dertig studies. Mensen die veel lezen, zijn beter in staat om de emoties van andere mensen te herkennen. Tevens zijn zij empathischer: ze leven zich meer in in andere mensen. Dit verband geldt voornamelijk wanneer mensen veel fictie of verhalen lezen. Het lezen van non-fictie houdt minder sterk verband met inzicht en inleving in anderen (Mumper & Gerrig, 2016).

Binnen fictie zijn het met name romantiek en spanning die samenhangen met de vaardigheid om zich in anderen te verplaatsen (Fong, Mullin, & Mar, 2013). Daarnaast houdt het lezen van literaire fictie sterker verband met het inlevingsvermogen dan populaire fictie (De Mulder et al., 2017; Kidd & Castano, 2017).

Het verband tussen het lezen van fictie en sociaal begrip ontstaat op jonge leeftijd. Kinderen tussen de 4 en 6 jaar van wie de ouders veel prentenboeken kennen (en die dus waarschijnlijk regelmatig voorlezen), hebben een beter ontwikkelde ‘Theory of Mind’ (Mar, Tackett, & Moore, 2010). Theory of Mind is de vaardigheid om onderscheid te maken tussen de gedachten en gevoelens van het zelf en van een ander mens. Deze vaardigheid wordt beschouwd als voorwaarde om empathisch te kunnen zijn. Het aanleren van Theory of Mind is een onderdeel van de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Er bestaat tevens bewijs dat voorlezen de potentie heeft om de sociaal-emotionele ontwikkeling te stimuleren.

Fictielezen en empathie: een oorzakelijk verband?

Wetenschappers vragen zich af wat oorzaak is en wat gevolg. Zorgt het lezen, met name van fictie, voor meer inzicht en inleving in andere mensen? Of lezen mensen die van zichzelf sociaal begripvoller en empathischer zijn vaker en met meer plezier fictie? Deze vraag kan het beste met effectonderzoek worden beantwoord. Een recente meta-analyse op basis van data uit veertien experimenten laat zien dat het lezen van fictie een klein, significant effect heeft op de sociale cognitie (Hedges’ g=.15-.16). Voor het lezen van non-fictie geldt dit niet (Dodell-Feder & Tamir, 2018).

Fictielezen lijkt dus, met andere woorden, te zorgen voor meer inlevingsvermogen, in ieder geval direct na het lezen. Of het effect ook op lange termijn aanhoudt, is onbekend. Bovendien zijn er veel individuele studies die geen effect laten zien.

Transportatie en literaire kwaliteit versterken effect

Verhalen lijken met name het inlevingsvermogen te vergroten als mensen tijdens het lezen emotioneel getransporteerd raken. Zo leidt het lezen van fictie blijkens twee experimentele studies tot empathie, maar alleen als lezers worden opgezogen in het verhaal (Bal & Veltkamp, 2013; Johnson, 2012). Het lijkt dus, met andere woorden, belangrijk dat er een leesflow ontstaat.

Daarnaast draagt vermoedelijk ook de literaire kwaliteit bij aan de sociale functie van fictie. Het lezen van een tekst met literaire elementen (zoals klankrijm, metaforen, enzovoorts) zorgt voor meer empathie dan het lezen van een tekst waaruit de literaire elementen verwijderd zijn (Koopman, 2016). Tevens zorgt een literair verhaal met complexe, meerdimensionale karakters voor een betere herkenning van emoties op gezichten dan een populair verhaal met eenvoudige, eendimensionale karakters (Kidd, Ongis, & Castano, 2016). Zogenaamde gaten in het verhaal, die lezers uitdagen om actief te interpreteren, hebben geen effect op het inlevingsvermogen en de empathie (De Mulder et al., 2017).

Debat over replicatie en methodiek

In 2013 toonden Kidd en Castano aan dat vooral het lezen van literatuur het inlevingsvermogen vergroot. Niet alle latere experimentele studies waren in staat om deze bevinding te repliceren (Camerer et al., 2018; Kidd & Castano, 2018; Van Kuijk et al., 2018). Sommige wetenschappers menen dat testen om Theory of Mind te meten tekortkomingen kennen. Mogelijk brengen ze het inlevingsvermogen niet op betrouwbare wijze in kaart (Van Kuijk et al., 2018). Dit zou (deels) kunnen verklaren dat de resultaten van Kidd en Castano moeilijk te repliceren zijn. Verder onderzoek is nodig om met zekerheid uitspraken te kunnen doen over het effect van (literair) lezen op het inlevingsvermogen.