Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Schoolbibliotheek

-> Vrijwel alle basisscholen en middelbare scholen in Nederland huisvesten een eigen bibliotheek.

-> Een groot deel van de basisscholen en middelbare scholen investeert in leesbevordering, door samen te werken met de openbare bibliotheek en/of mee te doen met het programma de Bibliotheek op school.

-> Kinderen op basisscholen die meedoen met de Bibliotheek op school gaan lezen leuker vinden, vaker lezen en worden leesvaardiger.

Aanwezigheid schoolbibliotheek is regel

Op 89% van de basisscholen is een schoolbibliotheek ingericht (Cito, 2014). In 2007 ging het nog om 85% (Cito, 2007). Het aantal scholen met een eigen bibliotheek is internationaal gezien laag (Expertisecentrum Nederlands, 2017). Er zijn minder scholen met veel leerlingen uit sociaal zwakkere milieus die over een schoolbibliotheek beschikken (Monitor de Bibliotheek op school, 2013). Deze kinderen kunnen er in het bijzonder baat bij hebben: hun ouders besteden minder aandacht aan leesopvoeding.

De doorsnee collectie van een (basis)schoolbibliotheek bestaat uit ruim 1.500 boeken, ofwel negen boeken per leerling (Monitor de Bibliotheek op school, 2013). 78% van de basisscholen beschikt over een eigen boekencollectie, terwijl 37% (daarnaast) gebruik maakt van een wisselcollectie van de openbare bibliotheek (Cito, 2014). Op 63% van de basisscholen mogen de boeken en leesmaterialen niet mee naar huis worden genomen. 17% van de scholen biedt tevens toegang tot digitale boeken (Expertisecentrum Nederlands, 2017).

Kinderen die meer boeken lenen bij de schoolbibliotheek, lenen er over het algemeen minder bij de openbare bibliotheek - en andersom. Dit duidt op een vervangingseffect tussen deze beide kanalen om boeken te lenen (Probiblio & Pleiade Management, 2019).

Op vrijwel alle middelbare scholen met havo en/of vwo zijn leesboeken beschikbaar. 78% van de docenten geeft aan dat de school een eigen mediatheek of schoolbibliotheek huisvest. 47% heeft (daarnaast) boeken beschikbaar in de lokalen voor de lessen Nederlands (DUO Onderwijsonderzoek, 2016). Op scholen met vmbo is in 61% van de gevallen een mediatheek aanwezig met een collectie leesboeken (DUO Onderwijsonderzoek, 2017). Het aantal mediathecarissen in het voortgezet onderwijs daalt. In 2019 zijn er 561 mediathecarissen actief, goed voor een dekking van 34% van de locaties voor voortgezet onderwijs. In 2012 stond de teller nog op 709, met een dekking van 40% (DUO Onderwijsonderzoek, 2019).

Docenten op zowel het vmbo als op de havo en het vwo zijn te spreken over de boekencollectie. Een meerderheid is tevreden over de verscheidenheid in niveaus, genres en onderwerpen. Ook zijn de meeste docenten tevreden over de omvang en actualiteit van de collectie, de aantrekkelijkheid van de boeken voor de leerlingen en de afstemming van de collectie op de leeslijst. Er zijn meer docenten op havo en vwo die te spreken zijn over de kwaliteit van de boekencollectie dan op het vmbo (DUO Onderwijsonderzoek, 2016; DUO Onderwijsonderzoek, 2017).

Ruim vier op tien basisscholen werkt met de Bibliotheek op school

Steeds meer basisscholen huisvesten een schoolbibliotheek volgens het concept van de Bibliotheek op school. Scholen werken in dit programma, een onderdeel van Kunst van Lezen, samen met de openbare bibliotheek om middels het lezen van boeken het leesplezier en de leesvaardigheid te bevorderen.

Inmiddels werken 128 basisbibliotheken aan de uitrol van de Bibliotheek op school, een landelijke dekking van 87%. Op 3.043 basisscholen wordt de aanpak van de Bibliotheek op school gehanteerd. Dit is 44% van de basisscholen in Nederland. In het vmbo gaat het om 183 middelbare scholen, 25% van het totaal van 741 scholen in het werkgebied van basisbibliotheken. Er worden in totaal ongeveer 650.000 basisscholieren en 110.000 vmbo-scholieren bereikt (Kunst van Lezen, 2019).

De Bibliotheek op school richt zich op het aanbieden van een rijke, gevarieerde en actuele boekencollectie op school. Idealiter staan de boeken frontaal opgesteld in verrijdbare kasten, om ze aantrekkelijker te maken. Tevens is de bibliotheek idealiter tijdens en na schooltijd open, zijn leerlingen automatisch lid en kunnen ze de boeken mee naar huis nemen. Scholen met de Bibliotheek op school borgen leesbevordering idealiter in het beleidsplan en maken een leesplan met een visie, doelen en jaarprogramma op het gebied van lezen. Ook is de aanwezigheid van een leescoördinator op deelnemende scholen verplicht. Tot slot besteden scholen met de Bibliotheek op school idealiter dagelijks ten minste 15 minuten per dag aan leesbevorderingsactiviteiten, zoals vrij lezen, voorlezen en praten over boeken.

Basisscholen noemen het vergroten van het leesplezier en de taal- en leesprestaties de belangrijkste redenen om mee te doen met de Bibliotheek op school (DUO Omnibusonderzoek, 2014). Deelnemende scholen besteden gemiddeld ongeveer twintig minuten per dag aan vrij lezen en acht minuten aan voorlezen (Van der Sande et al., 2019). De helft van de basisschoolbibliotheken met de Bibliotheek op school leeft de norm van acht actuele boeken per leerling na (Probiblio & Pleiade Management, 2019). Op 65% van de basisscholen met de Bibliotheek op school kunnen leerlingen de boeken niet mee naar huis nemen (Desan & Kunst van Lezen, 2018). Op 70% van basisscholen met de Bibliotheek op school is een leescoördinator aanwezig (DUO Onderwijsonderzoek, 2019).

Binnen de Bibliotheek op school richten de projecten Lezen is leuk! en Vakantielezen zich in het bijzonder op basisscholen in krimp- en anticipeergebieden. Lezen is leuk! heeft inmiddels 150 basisscholen voorzien van nieuwe boekenkasten en bibliotheekboeken. Binnen Vakantielezen, dat de terugval in leesvaardigheid tijdens de zomervakantie wil ondervangen, hebben groep 4- en 5-leerlingen van 200 basisscholen inmiddels een leestasje gekregen met boeken en achtergrondinformatie.

de Bibliotheek op school stimuleert het lezen

De aanwezigheid van de Bibliotheek op school heeft een positief effect op het lezen. Kinderen op deelnemende basisscholen boeken meer vooruitgang in leesvaardigheid dan kinderen op niet-deelnemende basisscholen. Ook hebben ze meer kennis van boeken, wat betekent dat ze waarschijnlijk vaker lezen in hun vrije tijd. De meisjes op deelnemende scholen hebben bovendien meer plezier in lezen. Het positieve effect van de Bibliotheek op school op de leesvaardigheid loopt bij hen via de leesfrequentie en het leesplezier. Zij worden dus leesvaardiger dóórdat ze vaker gaan lezen en lezen leuker gaan vinden (Nielen & Bus, 2016).

Effect de Bibliotheek op school, naar sekse

In effectgroottes (0-0,2=nihil;0,2-0,5=matig; 0,5-0,8=middelgroot;>0,8=groot)

Ook basisscholieren met een niet-westerse achtergrond lijken te profiteren van de Bibliotheek op school. Zij gaan lezen belangrijker vinden en boeken een grotere vooruitgang op hun woordenschat dan kinderen op een niet-deelnemende school. Er zijn evenwel geen verschillen gevonden in leesplezier, leesfrequentie en leesbegrip (Kleijnen, 2016).

Leerkrachten op basisscholen met de Bibliotheek op school gaan vaker met hun leerlingen naar de schoolbibliotheek dan leerkrachten op niet-deelnemende scholen. Ook geven ze meer aandacht in de klas aan boekpresentaties, boekenkringen en deelname aan leesbevorderingscampagnes (Huysmans, 2013). Basisscholen met de Bibliotheek op school verankeren, in grotere getale dan niet-deelnemende scholen, leesbevordering in beleid, werken met een leesplan en hebben een leescoördinator in dienst (DUO Onderwijsonderzoek, 2019). Op basisscholen die meedoen aan een geïntensiveerde uitvoering van de Bibliotheek op school, met meer tijd en aandacht voor leesbevorderingsactiviteiten in de klas, blijft de tijd voor vrij lezen in de loop van het schooljaar op peil, terwijl deze bij scholen met het reguliere programma terugloopt (Van der Sande et al., 2019).

Vmbo-scholen die meedoen aan de Bibliotheek op school organiseren vaker vrij lezen dan niet-deelnemende scholen. De leerlingen op deze scholen gaan evenwel niet sterker vooruit op leesmotivatie, leesfrequentie en leesvaardigheid (Van der Sande et al., 2019).

Bibliotheken en scholen werken samen om lezen te bevorderen

De Bibliotheek op school is niet de enige manier waarop scholen en bibliotheken de handen ineen slaan. Driekwart van de basisscholen werkt samen met de openbare bibliotheek op het gebied van leesbevordering, een daling ten opzichte van de 81% in het jaar ervoor (Koninklijke Bibliotheek, 2019). Onder middelbare scholen gaat het om 36% (Koninklijke Bibliotheek, 2019).

De samenwerking met basisscholen kan verschillende diensten en activiteiten omvatten. Negen op de tien bibliotheken helpt basisscholen om activiteiten in de groep of de schoolbibliotheek te organiseren, geeft workshops en trainingen aan leerkrachten en/of organiseert informatieavonden en workshops voor ouders. Driekwart geeft advies over het gebruik van boeken bij zaakvakken, terwijl vrijwel alle bibliotheken een of meer leesbevorderingsactiviteiten (De Nationale Voorleeswedstrijd, de Kinderboekenweek, De Nationale Voorleesdagen) aanbieden aan het basisonderwijs (Koninklijke Bibliotheek, 2019).

38% van de basisscholen maakt gebruik van het advies van de bibliotheek bij het opstellen van een leesplan. Dit is evenveel als in 2017, en meer dan de 35% in 2016 (Koninklijke Bibliotheek, 2019). 41% van de scholen heeft een of meer leerkrachten laten opleiden tot leescoördinator, via de cursus Open Boek of een andere opleiding. Een kwart maakt gebruik van de diensten van een leesconsulent van de bibliotheek (Koninklijke Bibliotheek, 2016). 78% van de basisscholen organiseert klassenbezoeken aan de wijkvestiging, terwijl 7% weleens naar de lokale boekhandel gaat (DUO Omnibusonderzoek, 2014).

De samenwerking met middelbare scholen bestaat met name uit het aanbieden en uitvoeren van leesbevorderingsactiviteiten, zoals Read2Me!, de Jonge Jury en de Literatour. Dit gebeurt op 40% van de scholen waarmee wordt samengewerkt aan leesbevordering. Daarnaast ontvangen de scholen advies over het gebruik van boeken bij vakken (23%), het opstellen van het leesplan (15%) en workshops of trainingen aan docenten (14%) (Koninklijke Bibliotheek, 2019).