Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Poëzietijd

-> Vrijwel alle Nederlanders komen weleens in aanraking met poëzie.

-> Vrouwen en hbo- en wo-geschoolden doen de meeste poëzie-ervaringen op.

-> Poëzie wordt voornamelijk collectief ervaren, in het samenzijn met andere mensen.

-> De belangrijkste reden om poëzie te willen ervaren is om geraakt te worden.

-> Hoe bekender een tekstsoort, des te lager het ‘poëziegehalte’.

Nagenoeg iedereen komt in aanraking met poëzie

Van alle volwassen Nederlanders komt 97% weleens in aanraking met poëzie. Het vaakst doen zij poëzie-ervaringen op door ‘zomaar’ tegen poëzie aan te lopen, bijvoorbeeld tijdens het bezoeken van een speciale gelegenheid (huwelijk, uitvaart of speech: 84%), in de openbare ruimte (70%) of in de media (televisie: 72%; tijdschrift of krant: 68/67%). Mensen waarderen deze poëzie-ervaringen positief. Meer dan de helft van de Nederlandse volwassenen geeft het zomaar tegenkomen van poëzie een rapportcijfer van 7 of hoger (Van der Starre, 2017).

Andere manieren om met poëzie in aanraking te komen, komen minder vaak voor. 40% van de volwassen Nederlanders leest poëziebundels die ze hebben gekregen, 45% schrijft poëzie voor een speciale gelegenheid (huwelijk, uitvaart of speech), 66% beluistert poëzie op een besloten voordracht en 35% zoekt naar poëzie om te lezen op het internet (Van der Starre, 2017).

Gender, leeftijd, opleidingsniveau

Vrouwen komen met vrijwel alle vormen van poëzie meer in aanraking dan mannen. Er zijn meer vrouwen die naar poëzie luisteren, die poëzie delen via sociale media met andere mensen, die poëzie schrijven voor zichzelf en/of voor andere mensen, die poëziebundels lezen en/of die poëzie zoeken op het internet. Ook waarderen vrouwen het meer om poëzie zomaar tegen te komen dan mannen (Van der Starre, 2017).

De verschillen in het consumeren van poëzie tussen de leeftijdsgroepen zijn gering. Dit geldt voor poëzie lezen, luisteren, schrijven, delen en opzoeken. Er zijn enkel meer jongere mensen die spontaan poëzie tegenkomen dan oudere mensen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren in de openbare ruimte, bij iemand anders thuis of op sociale media (Van der Starre, 2017; Stichting Marktonderzoek Boekenvak & GfK, 2015, meting 33).

Mensen met een hbo- of wo-diploma komen vaker in aanraking met poëzie dan mensen met andere opleidingen (mbo, voortgezet onderwijs, basisonderwijs). Dit geldt voor gedichten op het web, papieren bundels en een bundel met versjes en rijmpjes voor kinderen (Stichting Marktonderzoek Boekenvak & GfK, 2015, meting 33)

Poëzie als sociale en collectieve ervaring

Nederlanders maken poëzie het vaakst mee in een sociale context, in het samenzijn met andere mensen. Poëzie wordt veel vaker gezamenlijk ervaren dan individueel gelezen. Dit gebeurt dan veelal auditief. Zo worden gedichten het vaakst geschreven of op internet gezocht voor voordracht op een speciale gelegenheid zoals een huwelijk, uitvaart of speech. Ook worden ze op dergelijke speciale gelegenheden het vaakst beluisterd en spontaan ‘ontmoet’ (Van der Starre, 2017).

Belangrijkste redenen om poëzie te willen ervaren

De belangrijkste reden die volwassen Nederlanders hebben om poëzie te ervaren (te lezen, luisteren of delen) is dat zij geraakt willen worden. Op nummer twee staat een meer praktische reden: het willen opzoeken van een gedicht voor een speciale gelegenheid. Aan het denken gezet willen worden, is de derde meest genoemde reden voor het ervaren van poëzie (Van der Starre, 2017).

Bekend is nog geen poëtisch gehalte

Hoe bekender Nederlanders zijn met een gedichtsoort, hoe lager ze het poëziegehalte vinden. En andersom: hoe onbekender ze met een gedichtsoort zijn, hoe hoger ze het poëziegehalte vinden. Sinterklaasgedichten (90% bekendheid) en Nijntjeboeken (80%) worden in beperkte mate als poëzie beschouwd (door 30% of minder). Bundels in de boekhandel (52% bekendheid), het Poëzieweekgeschenk (36%) en de Dichter des Vaderlands (45%) worden zeer sterk als poëzie beschouwd (door 85% of meer). Wanneer Nederlanders denken aan poëzie, denken zij in veel gevallen aan (het werk van) canonieke mannelijke dichters (Van der Starre, 2017).